the national

  • Main Square Festival @ Arras

    Op een goed uur en twintig minuten rijden van Gent vind je het Franse stadje Arras. Oftewel het nieuwe Torhout. Want met hun Main Square Festival bieden ze de belangrijkste namen van Rock Werchter aan een kleine prijs op een stressloze locatie en op de festivalgronden tref je evenveel (West) Vlamingen aan als Fransen. Voor mij was het de eerste keer dit jaar en meteen een schot in de roos. Geen dure parking waar je moet aanschuiven maar gewoon naar een van de vele gratis parkings in het stadje rijden en dan tien minuutjes wandelen of als je daar geen zin in hebt de gratis pendelbus nemen. Een festivalterrein in een citadel, dus superschilderactige locatie (ondergaande zon tegen een oud kerkje...). Goedkoper eten en drinken. En, vooral, een veel fijner publiek. Toch voor een thirty-something als ondergetekende. Zo goed als geen tieners, geen dronken Nederlanders of Britten maar vooral muziekliefhebbers die komen voor de puike affiche en niet om 'erbij te zijn'.

    Ik hield het bij één dag omdat die dag er voor mij een droomaffiche gepland stond: Arcade Fire, op zich al voldoende om de trip te verrechtvaardigen, voorafgegaan door The National en Fleet Foxes. Oftewel klasse in de overtreffende trap. Hoe dat allemaal klonk, heb ik hier neergepend. De superlatieven zijn volledig gemeend, ik geniet nog na trouwens.

  • The National in Vorst, of hoe ik dankzij de MIVB-staking een half uur te laat kwam op het concert van het jaar en drie uur deed over 9km

     

     

     

    Het begon nochtans goed; Vorst ligt op zo’n 9km van mijn werk en in superomstandigheden doe je daar 20 minuten over. Omdat het Brussels verkeer echter nooit echt super te noemen valt, vertrokken we anderhalf uur op voorhand. Om 18u vertrok mijn wederhelft op zijn werk, tegen 18u20 pikte hij mij op.

    Een uur later stonden we toch al 1 km verder. Nog 8 te gaan. Op de ene rijstrook (we zijn recht door de stad gereden, de vorige keer deden we er via die weg iets van een 35 minuten over) was het meer stilstaan dan rijden. Taxi’s, Lijnbussen en haastige terreinwagens en BMW’s scheurden ons voorbij op de trambaan. Ik dacht, in al mijn naïeviteit, dat het enkel beter kon worden. Nog een uur te gaan, we zouden er wel raken. Het werd echter enkel erger. Het verkeer viel volledig stil. Bij elk groen licht duurde het 3 of 4 beurten eer er 1 auto door kon. Een bepaald moment stond het verkeer drie rijen (dus op beide trambanen) dik en volledig stil.

    Na twee uur kwamen we aan het kruispunt met de kleine ring. Hier bleek het probleem te zitten. Doordat het verkeer zo traag ging, waren verkeerslichten nutteloos. Je reed door het groen het kruispunt op en kwam dan middenin vast te zitten. De auto’s van de andere straten beginnen te rijden en zo stond het constant snuit aan snuit. Zelfs de Lijnbussen gaven het op en lieten de mensen uitstappen. De politie kwam. En vertrok. Twee combi’s zien passeren maar meer dan toeteren en zwaailichten aanzetten en erdoor racen deden ze niet, ze lieten de mensen compleet aan hun lot over. Na laaaang aanschuiven strandden we zelf midden op het kruispunt. We konden niet voor- of achteruit, niet links of rechts, overal stonden andere auto’s stil. Uiteindelijk zijn enkele chauffeurs uitgestapt en zijn de zelf het verkeer beginnen regelen en instructies geven terwijl een verbaasde toerist stond te filmen.

    Eens dat kruispunt over gingen de overige 6 km overigens supervlot. Tegen 21u kwamen we aan Vorst. Uiteraard was er dan geen parking meer. Er is geen parking aan de zaal en in de omliggende wijk staan de bewoners al geparkeerd en zijn het overal uitritten en poorten waar je niet mag parkeren. We reden verloren, vonden de weg terug, maar nog geen parking. Het was ondertussen al 21u20 en ik was helemaal geflipt. Na de berusting en de woede nu enkel nog gefrustreerde tranen. Mijn wederhelft was bovendien al enkele dagen  een beetje ziek. Hij heeft me uiteindelijk uit de auto gekieperd voor de zaal. Toen ik aan de deur kwam, zei de security direct ‘deuxième balcon’. My worst nightmare. Ik ben daar al eens gestrand in gelijkaardige omstandigheden na file op de grote ring bij Sigür Ros, never again had ik toen gezworen, je hoort daar niks en je ziet nog minder. Toen ik aan het eerste balkon kwam, ben ik daar dan kunnen binnenglippen en op de achterste rij was nog plaats. De mensen zaten overal op de trappen tussen de zeteltjes. Ik dacht dat dit een Club-concert was en dat de bovenste ring niet eens opengesteld was, maar Vorst heeft mij dus weer liggen gehad, ondanks anderhalf uur op voorhand vertrekken voor een afstand die je op een half uur overbrugt kon ik dus nog steeds geen staanplaats veroveren.

    Mijn wederhelft is niet meer binnen geraakt. Rondrijden en geen parking vinden. Uiteindelijk ergens een illegaal plekje maar een geluk dat hij is blijven zitten in de auto want een kwartier later stond de sleepwagen er. De mensen die nog na ons toekwamen en daar hebben geparkeerd, wachtte dus nog een leuke verrassing. Het was 22u eer hij een parkingplaats had gevonden en tegen dan was hij het meer dan beu. Tja.

    Zelf zat ik dus alleen en totaal op van de zenuwen daar in de nok van Vorst, helemaal niet meer in de stemming. Het spreekt voor The National dat ik na twintig minuten balen en omstandigheden from hell toch nog in het optreden geraakt ben. Het feit dat ze vrij akoestisch spelen zorgde voor minder strontgeluid dan normaal in Vorst. Er viel zowaar nog van muziek te genieten. Tegen het einde had ik me volledig neergelegd bij mijn lot en genoot ik er zowaar van, van de adembenemende nummers van Matt Berninger en de zijnen, zijn zotte fratsen (is die nu echt op zijn smoelwerk gevallen of was het part of the show? De security werd helemaal gek toen hij het ganse middenplein overstak en dan omhoog kroop, ik had niet gedacht dat hij dat in deze zaal zou zien zitten), het kippenvel sluitstuk Vanderlyle Cry Baby (alhoewel het amper te horen was waar ik zat), de teksten die ondertussen iedereen kon meezingen (en heel soms ook deed), ‘Anyone’s Ghost’, prijsbeest ‘Bloodbuzz Ohio’, ‘Sorrow’, Affraid of Everyone’, ‘Runaway’, ‘England’, ‘Terrible Love’ , ‘Mistaken for Strangers’, ‘Squalor Victoria’, ‘Apartment Story’,‘Fake Empire’, ‘Abel’, stuk voor stuk hoogtepunten, een lange trip waar zelfs een van de ergste verkeersopstoppingen ooit niks aan konden veranderen. Na drie bissen zat de show er om iets voor 11 op en had ik toch nog een dik uur gezien. En dat uur was zo sterk dat het het uiteindelijk wel waard was. Al ben ik supergelukkig dat ik ze in november in Parijs in echt goede omstandigheden heb gezien. De zes uur auto en de superzaal zijn te verkiezen boven de Brusselse chaos en de betonnen bunker.

  • The National @Olympia, Paris, 23/11/2010

    The national1.jpgNa een verpletterend optreden op Pukkelpop ging ik meteen op zoek naar kaarten in AB voor The National in november, maar het concert bleek al maanden hopeloos uitverkocht. Gelukkig zijn de Fransen iets minder concerthysterisch en bleken er op dat moment nog kaarten voor Olympia in Parijs. Ok, het is een beetje zotjes, zo ver reizen voor een concert, maar langs de andere kant is Olympia de beste concertzaal die ik ken en The National op dit moment met verre voorsprong mijn favoriete groep. Daarnaast is Parijs ook niet de slechtste stad en zijn afstanden na roadtrippen in Canada en het zoete Amerikaanse Zuiden ook wel een stuk relatiever geworden; 3 uurtjes auto, dat moet je er voor over hebben. En zo kwam het dus dat we vorige week dinsdag tegen de middag vertrokken en enkele uurtjes later vlot parkeerden in de ondergrondse parking van Olympia.

    We hadden nog enkele uurtjes over voor het concert, eerst rustig een Mocha Caramel in Starbucks en een beetje shoppen en dan snel iets eten. Wat een probleem bleek; elk zichzelf respecterend Parijs restaurant opent ten vroegste om 19u en 19u30 begon Phosporescent al, het voorprogramma. Hoe doen die Fransen dat? We vonden nog een vrij zielige Italiaan die wel op tijd open was, maar lekker was het niet. Enfin, ik stond op tijd in de concertzaal en daar was ik uiteindelijk voor gekomen, toch!


    Phosporescent klonk rustig en Amerikaans. Ze zijn oorspronkelijk uit Athensm Georgia (REM, iemand) en dat klonk ook door in de muziek, zalige, rustige southern klanken. Cd'tje misschien eens beluisteren.

    Iedereen in de uitverkochte zaal zat duidelijk op The National te wachten. Toen de groep wat op zich liet wachten, werd de massa onrustig, maar eindelijk waren ze daar. Matt Berninger zoals altijd zeer strak in het pak, de tweeling op gitaar (waarvan er eentje ziek geweest moet zijn maar dat was niet te merken) ook, de hippiedrummer met baard en zweetbandjes zag er even geschift uit als op Pukkelpop. De bebaarde violist van toen was er nu niet bij, blijkbaar vervangen door een extra toetsenman en wel net zoals van de zomer waren er ook twee blazers.

    Begonnen werd meteen met een kippenvelmoment, Runaway, zachtjes gespeeld en kwetsbaar gezongen. De hele show werden de songs visueel ondersteund door een videoprojectie op de achtergrond. De groep begon straf en kon het niveau constant hoog houden met Anyone's Ghost, Mistaken for strangers en dan direct bekendste single Bloodbuzz Ohio. Daarna een nummer dat ik niet echt kende, Baby we''ll be fine, gevolgd door twee van mijn favorieten uit Boxer, Slow Show en Squalor Victoria, waarin The National kan tonen dat ze niet enkel de beste zijn in de zachte luisterliedjes vol tristesse en weerhaakjes, geschikt voor druilerige herstavonden vol weltschmerz, maar ook kunnen rocken als een bende psychotische wolven op coke. Het mag gezegd.

    De hoofdmoot van de nummers kwam uit High Violet en Boxer, zoals Afraid of Everyone, Appartment Story, Conversation 16 en Sorrow. Maar ook ouder werk, zoals duivelse rocker Abel (waarop de zaal duidelijk zat te wachten. Opmerkelijk trouwens hoe iedereen rondom mij de songs woord voor woord kon meezingen, zoals de recente hits als de oude nummers) en Daughter of the soho riots. Afgesloten werd met England (tot groot genoegen van de bende Engelse meisjes rondom mij) en publiekslieveling Fake Empire. Mooier dan dit wordt het niet.

    The national2.jpg


    Of toch? Want alhoewel de groep al anderhalf uur had gespeeld, kwamen we nog terug voor maar liefst 4 bisnummers, die door het publiek meteen met huid en haar naar binnen werden geschrokt en in het hart gesloten. Lucky You, Mr November en Terrible Love kregen we, waarna de groep NOG een keer terugkwam, maar deze keer allemaal helemaal vooraan op het podium, met nog 1 gitaar, de blazers en zonder versterking, voor een kippenvel-in-het-kwadraatmoment met een akoestisch versie van Vanderlyle Crybaby Geeks die volgens mij zelfs nu nog na een week in alle hoofden van de aanwezigen gebetonneerd zit.


    Een topoptreden dus, zonder twijfel een van DE optredens van 2010. Enkele grote verschillen met hun passage op Pukkelpop waren merkbaar, zoals ook verwacht gedijt The National veel beter in een zaal en in het donker dan in de zon van de festivalwei op de middag. Alle groepsleden waren veel meer van zeggen en maakten er een spelletje van om elkaar constant te jennen. Volgens mijn gezelschap haalde dat de vaart soms wat uit het optreden, maar zelf ervoer ik dat eigenlijk niet echt zo, het maakte de vreemde, charismatische Berninger menselijker. Af en toe brullen zonder geluid te maken, als een getormenteerde wolf rondjes over het podium maken en vooral grote hoeveelheden wijn drinken, da's de zanger van The National. Maar vanavond zag hij er merkbaar ontspannen uit en de hele groep had er enorm zin in. Bijna twee uur The National en nog blijf ik achter met een drang naar meer, Het was ook voor het eerst sinds mijn 18de ofzo dat ik me liet verleiden om een bandshirt te kopen en ik was duidelijk niet de enige. Geen enkele groep kan ik mijn ogen momenteek tippen aan The National, met hun enorm organische sound, veelzijdig en toch altijd zeer typisch tegelijkertijd, warm, ik kan er zowel gelukkig, vrolijk als triest van worden, afhankelijk van de stemming van het moment als ik luister.

    Zalig ook het Parijse publiek, dat veel minder trekt en duwt en Olympia waar je met zijn afhellende vloer overal goed kan zien. Ok, de drie uur durende terugtocht waarbij de oprit naar de snelweg ook nog eens gesloten bleek en het constant regende was de hel, zeker omdat mijn wederhelft constant in slaap dreigde te vallen achter het stuur, maar we waren het eens, het was elke seconde waard.

  • The National, een nieuwe verslaving

    The National bestaat al meer dan 10 jaar, maar ik ontdekte de groep pas dit jaar, met de single Bloodbuzz Ohio. Die ontdekking was wel liefde op het eerste gezicht. De meeslepende melodie, de hypnotiserende piano, de opvallende stem die zich eens gehoord voor eeuwig en altijd in je gehoor nestelt. De prachtige zwart-wit clip op Youtube versterkte het hele gevoel nog, ik was verkocht.

    Toen The National naar Pukkelpop kwam, was dat dan ook dé reden bij uitstek om te gaan. En hoe hun optreden daar me in hogere sferen bracht, kon je hier al lezen.

    Ondertussen luisterde ik eigenlijk enkel nog naar High Violet, tot ik na Pukkelpop ook aan voorganger The Boxer begon. cd's die in geen enkele platencollectie zouden mogen ontbreken. Zacht en stekelig tegelijk, intelligente teksten, prachtige muziek, ik kom hier gewoon woorden tekort.

    Na Pukkelpop ontdekte ik dat ze nog eens terugkomen naar België voor een zaaloptreden. Maar dat dit optreden helaas ook op een halve dag uitverkocht was geraakt ergens in mei. Ik was dus hopeloos te laat. Maar soms is dat gewoon niet goed genoeg. Wanneer muziek mijn ziel raakt zoals nu het geval is, dan MOET ik gewoon dat zaaloptreden zien. MOET. Ik heb muziek even hard nodig als lucht, water en liefde. Het is even belangrijk. En dus trek ik eind november midden in de week naar Parijs, naar L'Olympia, waar ik als verjaardagscadeau van mijn geweldige wederhelft al naar Kings of Leon mocht. Ik tel de dagen...

    Ondertussen staat The National nog altijd op repeat op mijn iPhone. Samen met The Suburbs van Arcade Fire, een groep die qua verslavingsfactor ook vrij hoog scoort. Zij hebben al toerdata bekend gemaakt in de ons omringende landen, wanneer zouden ze eens een concert in België aankondigen?

  • Pukkelpop 2010: The National, Queens of the Stone Age, Jónsi en The Low Anthem

    Tegen 14u staan we op de heilige wei. Het is best wel warm, ik voel me een tikkeltje loom en we struinen rond. Eerste halte, de Marquee, waar ik me buiten in het gras/stof nestel en een stukje meepik van de mij totaal onbekende Alain Johannes. Muzikant geweest bij Qotsa, de Vultures en Lanagan lees ik achteraf, maar dat zou je tijdens zijn set niet zeggen, de kalende man op leeftijd brengt ingetogen, doorleefde luisterliedjes. Maar ik ben wel onder de indruk. Blijkbaar komt de man zijn soloplaat een dezer dagen uit en die zou best wel eens de moeite kunnen zijn.

    We blijven hangen voor Surfer Blood, getipt door een zeer hype-gevoelige kennis, maar dit is dan toch een hype die aan mij voorbij mag gaan. Gitaarriedeltjes die het ene oor ingaan en het andere meteen weer uit. Bovendien hangt er binnenin de Marquee geen scherm en is een optreden vrij saai als je niks ziet. Na een drietal nummers trap ik het af. Nog een wandeling over de wei, even binnengewipt bij Jezus en de andere geschifte mannen van Bataclan maar het is zowaar iets té warm en de Marquee blijkt een leuke plek om gewoon wat rond te hangen.

    Dus spreid ik mijn matje uit en doe ik een tukje in de Marquee terwijl het mij onbekende maar meermaals getipte The Low Anthem zich opmaakt. Deze keer weet ik wel beter dan recht te staan, er is maar een halve marquee op het optreden afgekomen en om mij heen blijven de meeste mensen rustig zitten. De muziek van The Low Anthem leent zich trouwens uitstekend voor zo’n dromerig festivaldutje. Het is allemaal héél zachtjes, zo zacht dat de andere podia soms overstemmen en gewoon perfect om vertikaal van te genieten. Rustig, oorstrelend, schoon. Indrukwekkend. Absoluut een groep om verder te ontdekken en dringend eens materiaal van in huis te halen. Voor mij dé revelatie van deze Pukkelpop.

    Benieuwd was ik ook naar The Drums, verantwoordelijk voor de meest catchy singletjes van het laatste half jaar. Binnen zie ik weer amper, dus ik verkas naar het plein voor de Marquee aangezien daar het scherm hangt. I like what I see. Een vreemde Bent-Van-Looy-maar-dan-minder-goede zanger die zo te zien een geweldig ego heeft en redelijk queer is en vooral een elegant ronddansende (surrealistisch eigenlijk) maar verder blijkbaar weinig toevoegende muzikant stelen de show. Ik vind het eigenlijk best wel goed, al zijn we maar kort gebleven want ik wou een goed plekje voor dé groep waarvoor ik eigenlijk was gekomen.

    En de groep waarvoor ik hier vandaag was, da’s natuurlijk The National. Op het gebied van The National ben ik een very late adaptor. Ik ontdekte ze pas bij Bloodbuzz Ohio terwijl de mannen blijkbaar al meer dan 10 jaar en 5 platen bezig zijn. Shame on me! Want hun cd High Violet staat nu al enkele weken op repeat samen met The Suburbs van Arcade Fire en ik kan me niet voorstellen dat ik de komende maanden iets meer nodig zal hebben dan die twee meesterwerkjes. De muziek van The National is op dit moment mijn eten en drinken. Voor de ziel welteverstaan. Ik keek dan ook ongelofelijk hard uit naar dit live optreden.

    Ze begonnen meteen goed met het nog vrij toegankelijke Anyone’s Ghost. Bloodbuzz Ohio zat als derde in de set, naar mijn gevoel net iets te vroeg, het publiek was nog niet echt helemaal mee op dat moment. We kregen vooral nummers uit de laatste twee platen The Boxer en natuurlijk High Violet. Zoals Afraid of everyone, Fake Empire en Squalor Victoria.

    Als een puber van 15 werd ik instant verliefd op zanger Matt Berninger, toch wel een bijzonder geval. Lang en slank, nog benadrukt door de smalle zwarte jeans met donker hemd en das, stijlvol, de ideale schoonzoon en toch rock ’n roll, je moet het maar doen. De man staat mijlenver van de archetypische rockzanger, lijkt zich zelfs onwennig te voelen op het podium, draait regelmatig zijn gat naar het publiek om zich te voorzien van witte wijn en kijkt al eens bijzonder weird eens de zonnebril af is. Maar tegelijk straalt hij een eindeloos charisma uit, nog eens versterkt door zijn unieke bariton. Ik raak helemaal betoverd, ook door de fantastische andere muzikanten. Maar liefst met 8 staan ze op het podium, twee blazers die wonderwel samensmelten met de muziek inclusief. Alles klopt gewoon aan dit optreden, van de eerste tot de laatste noot. Zelden zoiets perfect gezien.

    Ik dacht dus dat het hoogtepunt van Pukkelpop 2010 er om 20u30 opzat, maar dat was nu eens buiten Josh Homme en zijn Queens of the Stone age gerekend. Eerst even aangeschoven voor een verse mojito en dan weer naar de main stage een plekje zoeken. Niet te ver naar voor want ik heb in de Lotto Arena al gezien hoe sommige manspersonen het kot kunnen afbreken en ik zou niet graag hebben dat ze MIJ afbreken, maar toch ook niet te ver naar achteren want Qotsa is de max en ik wil er zo weinig mogelijk van missen. Uiteindelijk eindigden we vrij vooraan maar tussen een bende tieners die het uitzonderlijk rustig hielden.

    De Queens kenden werkelijk geen genade. Met opener Feel good hit of the summer hadden ze de wei al plat. Zo makkelijk gaat dat voor Josh en de zijnen. Retestrak, over de wei donderend als een pletwals maar toch elke noot op zijn plaats. Allemaal op een rij vooraan op dat podium, een indrukwekkend zicht.
    Voor de tweede keer op twee uur tijd werd ik verliefd, deze keer op het onverdunde testosteron en de pure mannelijkheid van Homme. Niemand kan weerstaan vermoed ik… Hij was in bijzonder goede doen en grapte met het publiek, ‘We didn't come to hurt eachother, we came to fuck eachother' en ‘Just keep dancing, that's all I'm asking'. Met veel plezier, Josh!
    Little Sister, Monsters in the parasol (zit nu nog in mijn hoofd), Go with the flow en net als je denkt dat het niet meer beter kan No One Knows. De wei ontploft, er is geen paar voeten dat nog stilstaat. Fuck als die dancehall acts, niks zo goed om helemaal loos op te gaan als de Queens. De adrenaline giert door mijn lijf en ik amuseer me te pletter. Met A song for the dead stoppen de Queens er echter al mee, maar liefst tien minuten te vroeg. En dat terwijl ze zo nog makkelijk een uur door hadden kunnen gaan. Zucht.

    Helemaal opgefokt vlieg ik door de wei terug naar de Marquee. Over enkele ogenblikken begint daar Jónsi en de uitverkochte AB (waar ik gelukkig wel bij was geraakt) in gedachten verwachtte ik mij aan een tent waar nergens nog in te raken was. Ik kon mij niet meer hebben vergist. De Marquee was zo leeg dat ik zonder probleem tot de tiende rij kon wandelen. Waar zit iedereen?!?
    Het viel niet mee om na Qotsa de adrenaline uit mijn systeem te krijgen en lang genoeg stil te blijven staan om de toch wel subtiele Ijslandse muziek te laten doordringen. Maar na een goeie tien minuten had Jónsi het dan toch gedaan en was ik helemaal mee in de set.

    Ik heb de indruk dat de set wat was aangepast aan festivalnormen. Bekendste nummer Go do zat vrij vooraan en ook verder hield Jónsi er met bijvoorbeeld Boy Lilikoi de vaart in, wat wel nodig is om een na drie dagen uitgeput publiek’s aandacht vast te houden.
    Af en toe overstemde het gebonk van andere podia even, maar al bij al viel het mee. Het was als in AB genieten van de verbluffende visuals en de ijle, unieke stem van Jónsi, die als bezeten over het podium dreef als een soort sjamaan.
    Met Grow till tall zat het optreden er veel te snel op. Al was ik daar eigenlijk niet rouwig om, want ik was best wel moe na een dag Pukkelpop (waar is mijn uithoudingsvermogen) en mijn hoofd tolde gewoon om van de indrukken, er raakte toch niets meer bij.