roadtrip

  • Roadtrip Deep South: Atlanta

    Na een lange maar vlotte rit komen we aan in Atlanta. Onze gps herkent het adres niet van de rental cars, dus rijden we maar op goed geluk naar de luchthaven en vinden daar gelukkig zonder enig probleem de gloednieuwe Rental Car Center. Ik heb eigenlijk spijt dat ik persé een hotel wou in het stadscentrum, we zijn hier nu aan de luchthaven en ik zie er enorm tegenop om met het openbaar vervoer en onze zware koffers de stad in te zeulen na een lange dag in de auto. Ik herinner me nog hoe we bijvoorbeeld in Montreal hebben afgezien met overstappen en onduidelijke busroutes om ergens te raken. Maar de Amerikanen laten zich nog eens van hun beste, supergeorganiseerde kant zien. We geven de auto af, nemen de gratis trein naar de andere kant van de luchthaven en komen zo bij de Marta Terminal terecht. Marta is het openbaar vervoer in Atlanta, en dat blijkt supervlot te werken. Ik sta nog geen halve minuut onzeker zoekend te kijken van hoe, wat en waar aan het metrostation, of er komt al een medewerker van Marta die ons niet alleen vertelt welke metro we moeten hebben, welke halte we moeten afstappen, maar ook helpt om tegen het juiste tarief kaartjes uit de automaat te halen. Drie minuten later zijn we al onderweg naar het centrum.

    Twintig minuten later staan we in downtown Atlante. We checken in in de Hampton Inn en vinden in onze kamer een lijst met restaurantjes in de buurt. We kijken nog wat tv en gaan dan eten, moe als we zijn. De Indiër die we hadden uitgekozen, blijkt een goede keuze. Het eten is superlekker (waarom zijn Indiërs in België nooit zo lekker?) en de bediening erg vriendelijk. We kijken op HBO nog naar de heruitzinding van Treme en vallen vroeg in slaap.

    's Ochtens blijkt het ontbijt weer heel wat minder dan dat van een bed and breakfast, maar ook niet slecht. Probleem is dat na 3 weken op hotel leven, mijn maag snakt naar gewone zelfgemaakte kost en ik hoe langer hoe slechter kan eten en vaak misselijk ben. Het wordt dus een karig ontbijt met wat yoghurt en fruitsap, ondanks al de aangeboden vettigheid. Op tv zien we het boorplatform Deepwater Horizon in brand staan, maar op dat moment is totaal nog niet duidelijk hoe omvangrijk die ramp wel is...

    We pakken onze koffers en checken uit, want vanavond vliegen we al terug naar Amsterdam. Eerst nog Atlanta verkennen.

    atlanta2

    Als er één stad van onze reis is waar weinig te beleven is, dan is het Atlanta. We hadden geen zin om nog ver te gaan en de metro te nemen, dus we bleven in de downtown. Daar bleek werkelijk niets te beleven. We stapten naar het Olympisch Park en bezochten daar dan maar het Georgia Aquarium. Dat is ontzettend duur en zit barstensvol schoolkinderen, maar is ook wel leuk. Het heeft de grootste tank ter wereld, waar je dus haaien ziet rondzwemmen boven je hoofd. Ok, dat is bijzonder indrukwekkend. We genoten ook van de andere leuke dieren, zoals sea dragons (zoals zeepaardjes), pinguins, otters, piranha's, alligators,...

    atlanta3

    atlanta4

    Na een snel broodje gaan we op zoek naar iets anders om te doen of te zien, wat totaal niet lukt. Op zoek naar een shoppingbuurt belanden we in een buurt waar plots enkel nog zwarten zijn, waarvan er een aantal luid en imposant staan te doen, zoals in de films, weet je wel. Plots beseffen we dat we hier niet echt meer op onze plaats zijn en druipen we rustig en ongezien weer af naar een meer blanke buurt. Waar dus niks te doen is. Ten einde raad nestelen we ons met een frappucino op het kleine terras van de Starbucks en wachten tot het tijd is om naar de luchthaven te vertrekken.
    atlanta1
    We zijn immers wat ongerust, de vluchten naar Europa zijn nog maar sinds een dag of 3 hervat en op het internet is het niet duidelijk of er een probleem is met onze vlucht of niet. We zorgen er dus voor dat we uren voor het vliegtuig vertrekt in de luchthaven zijn, waar gelukkig alles ok blijkt te zijn en we zonder enige vertraging opstijgen voor de nachtvlucht naar Amsterdam.

    Het grootste nadeel van vliegen met KLM is dat ze slecht georganiseerd zijn. De vorige keer reed de trein van Schiphol naar Antwerpen niet en moesten we op eigen houtje in Amsterdam zien te raken en daar dan een Thalys nemen die omreed via weet ik veel wat allemaal en er uren over deed, vandaag blijkt de Thalys die wij moeten hebben overboekt te zijn waardoor we in de gang moeten zitten. Gelukkig duurt de rit maar heel kort, want na een slapeloze nachtvlucht ben ik behoorlijk doodop...

  • Roadtrip Deep South: New Orleans – Mobile

    Met veel spijt in het hart maken we een laatste wandeling door New Orleans. We nemen onze tijd, deze stad is veel te speciaal om snel afscheid te nemen. Ik vind, na lang zoeken, het kantoor van de tax refund en krijg $9 terugbetaald voor mijn nieuwe jeans, leuk. We stoppen aan een afdeling van het fel geroemde Café du monde voor de al even geroemde beignets. Er is een tafeltje vrij buiten, voor een keer niet in de Amerikaanse airco, met zicht op de grote vrachtschepen op de Mississippi. Het is weer bloedheet buiten…

    We wandelen terug via de buurt rond Frenchman Street en eten nog iets op het terras. Maar dan is de tijd toch gekomen en trekken we terug naar de bed and breakfast. Het afscheid van gastheer Jess en zijn twee katten is al genomen, rest ons enkel nog de auto te nemen en te vertrekken. Bye bye beautiful New Orleans, hopefully we’ll meet again…

    Onze voorlaatste rit duurt ongeveer 2.5 uur en brengt ons langs de Gulf Coast. We rijden langs advertenties voor casino’s en greyhound tracks, wegwijzers naar badstadjes. We nemen niet de tijd om nog te stoppen, wat ik achteraf wel spijtig vind, maar op het moment zelf waren we gewoon te moe. Na reeds 6 staten doorkruist te hebben (Georgia, South Carolina, North Carolina, Tennessee, Mississippi en Louisiana) trekken we nu naar Mobile, Alabama.

    mobile2
    De bed and breakfast die we daar hebben gehuurd, was een kleine zelfverwennerij. Voor een keer hebben we iets lekker luxueus genomen. The Kate Shepard House is een prachtig huis, gebouwd in 1897 door een bekende architect in de mooie en mij eerder onbekende Queen Anne stijl. Het huis heeft drie gastenkamers en wordt bewoond door een koppel dat eerst lange tijd in Hawaii heeft gewoond, de vriendelijke vijftigers Wendy en Bill.

    Onze kamer is gewoon prachtig, net als het hele huis. Beneden in de living is een soort minimuseum gemaakt met allerlei materiaal dat de eigenaars op de zolder van het huis hebben gevonden toen ze het kochten. Daaronder ook een hele schat aan documenten die bewijzen dat Engeland tijdens de burgeroorlog de Confederates heeft gesteund. Die brieven zijn aan een museum geschonken, en Wendy ijvert nu om een documentaire te laten maken over deze vondst.
    mobile1

    We bekomen wat op de porch van het mooie huis, man man, wat hou ik van het Zuiden en dit soort porches. Na een snelle hap bij de plaatselijke Italiaan kruipen we moe maar relax in ons groot bed. Helaas hebben we niets van Mobile of Alabama gezien, maar dan moeten we later maar eens terugkeren. Na drie weken rondtrekken weegt de vermoeidheid zeer zwaar door.

    ’s Morgens hebben we het meest memorabele ontbijt van de trip. Trouwens ook een van de allerlekkerste (Pecan Praline French Toast), al is dat moeilijk aangezien we ook in New Orleans en Savannah superlekkere ontbijten kregen. We zitten aan tafel met de gastvrouw en met twee andere koppels en worden voor het eerst ondergedompeld in een heetgebakerde discussie over waarden en normen, over zeer verschillende politieke visies. De gastvrouw moet enkele keren ingrijpen, zo verhit raakt de discussie. Het is zo bevreemdend om als nuchtere Europeaan te merken hoe anders Amerikanen zijn. Lief, beschaafd, vriendelijk maar wanneer het over politiek gaat, lijken het wel aliens. Hebben die echt dezelfde hersenen als wij? Conclusie van de discussie over de teloorgang van Amerika en de straf van god in de vorm van een zwarte president; het is allemaal fout gegaan omdat Amerika zich van god heeft afgewend. Ohoh…

    Toch is het met niet minder spijt en hartelijkheid dat we even later afscheid nemen van Wendy. En van Koa, de chowchow waar ik op een half uur tijd vriendschap mee had gesloten. Zo danig zelfs, dat hij ’s morgens voor onze slaapkamerdeur was komen janken om binnen te mogen, iets wat hij volgens Wendy nog nooit eerder had gedaan. Ik voelde me er bijna thuis door, zo’n jankende hond aan de slaapkamer ;-) . Ik geef Koa een extra knuffel om te compenseren voor het grote gemis aan mijn eigen honden en we vertrekken voor de laatste rit naar Atlanta, een aardig eind nog, 526km, zo’n 5u30 rijden.

  • Roadtrip Deep South: Lorman- Natchez – New Orleans

    Om half negen brengt de zwarte meid Miss Peggy ons koffie en thee op de porch. Die is zo groot als een kamer en staat vol zeteltjes en een schommelbank. We maken kennis met het andere koppel dat hier logeert, een gepensioneerd leraar en sociaal assistente uit Tennessee die hier al voor de tweede keer zijn. Het is gewoon puur genieten om hier een half uur te zitten praten, relaxen, genieten van de koffie, de rust, het uitzicht. Het andere koppel vind ons Belgen zeer exotisch en fantastisch en wil perse onze foto nemen. In Amerika ben je direct vrienden voor het leven, zo lijkt het… 

    Om negen uur gaan we naar beneden voor het warm ontbijt in de chique eetkamer vol antiek. De antieke tafel is zo laag dat het een klein beetje ongemakkelijk zit, maar dat vergeten we meteen wanneer Mis Peggy een van de lekkerste ontbijten ooit op tafel zet; gebakken perzikken met suiker, aardappelgratin met kaas, ei, vlees. We krijgen een fruitsla als dessert en de broodjes zijn vers uit de oven, knapperig en warm.
    Miss Peggy komt zo uit een film; zij poetst en kookt en doet zo’n beetje alles om het bejaarde koppel in staat te stellen deze bed and breakfast uit te baten. Het is een lieve vrouw met een bulderlacht die ons aanspreekt met miss en mister. Ons bestek en onze waterbeker zijn echt zilver, er staat porselein op tafel, pure luxe…
     

    Na het ontbijt nemen we afscheid van gastvrouw Jean, met een knuffel. Ik neem nog wat foto’s van hond des huizes Simba, een prachtige Rhodesian Ridgeback van 10 jaar oud. Jean is een ontzettend lieve, diepgelovige vrouw en het is echt met pijn in het hart dat ik vertrek, ik zou hier doodgraag nog enkele extra nachten zijn gebleven… 

    We rijden terug de drie kwartier naar Natchez, een stadje dat bekend staat om zijn verzameling van statige villa’s van voor de burgeroorlog. Het is nog een eind na New Orleans, dus we besluiten ons bezoek te beperken tot één huis en een rit door het stadje. We kiezen op aanraden van Jean voor Longwood, het grootste achthoekige huis van de VS.
    Na onze privérondleiding in Rosswood vol passie en vuur valt de standaardrondleiding in grote groep van een ongeïnteresseerde oude taart en een groep scholieren natuurlijk een beetje tegen.
    Longwoord is een indrukwekkend huis. Enkel de gelijkvloerse verdieping, bedoeld als kelder, is echter afgewerkt en bewoond geweest. Tijdens de burgeroorlog is al het materiaal om de eerste verdieping af te werken, gestolen waardoor de vrouw des huizes die ondertussen ook weduwe was geworden, met haar hele hoop kinderen dan maar op de gelijkvloers heeft gewoond en het imposante plan voor het huis altijd een plan is gebleven. Het contrast tussen de luxe beneden en het skelet boven (enkel de houten balken en de muren zijn er, niets van vloeren of pleister) kan niet groter zijn.
    Grote kers op de taart: amper enkele dagen geleden in dezelfde week was dit huis gesloten voor het publiek omdat er opnames plaatsvonden van True Blood, mijn favoriete tv-reeks aller tijden…

    longwood
     

    We rijden verder naar New Orleans, een tocht van iets meer dan drie uur. Vlak voor New Orleans loopt de weg op peilers door de moerassen, en dit eindeloos lang, een mijlenlang viaduct door een vreemd landschap van water, bossen, vogels en plots een dorpje. Het lijkt een zeer afgelegen dorpje, huisjes op palen, bootjes, nergens wegen. Het is voor ons zeer bevreemdend allemaal. Dan doemt plots de hoogbouw op van de grootstad; het verkeert wordt druk en we belanden in de voorsteden in een kleine file.

    We vinden onze bed and breakfast Five Continents makkelijk en gastheer Jess toont ons onze kamers; een ‘suite’ met slaapkamer, klein zitplaatsje en een badkamertje. We krijgen een hartelijk welkom en meteen een heleboel uitleg en tips over de stad, dingen om te zien en te doen, restaurantjes in de buurt en in het centrum. Vooral leuk is dat ons klein frigootje vol gestouwd zit met gratis water, fruitsap en frisdrank, in dit hete klimaat echt wel handig.
    Het huis waarin de bed and breakfast gevestigd is, is trouwens een pareltje. Jess heeft het al twee keer moeten resuaureren, een keer toen hij het kocht en een keer na Katrina. Het heeft ooit nog gediend als kleine huurstudio's, zo blijkt. Nu is het in zijn oude glorie hersteld, en wonder boven wonder zijn er in de eet- en zitkamer beneden nog heel wat authentieke elementen bewaard gebleven. In het huis wonen ook twee katten, die meteen in onze kamer binnendringen en zich ergens in een hoekje nestelen.

     5continents

    We zijn moe en het is ondertussen al avond, Jess raadt ons af om dan in deze buurt (aan de Treme wijk, bekend van de nieuwe HBO-serie) na zonsondergang nog veel te voet rond te lopen, dus we volgen een van zijn vele tips en rijden met ons huurautootje twee km verder onze Esplanade af naar een supergezellig Spaans restaurantje, Lola’s. Het is er zeer druk, maar we hebben gelukkig een van de laatst beschikbare kleine tafaltjes, naast een koppel superalternatieve muzikanten. Het kleine eethuisje heeft een open keuken. We kiezen voor één paella om samen op te eten en alhoewel we beiden absoluut geen fans zijn van paella, werd het een supergezellige, lekkere maaltijd. Zo lekker zelfs dat we nog een dessertje erbij nemen. Dit is echt een plaatselijke plek, vol met de lokale bevolking en nog eens goedkoop ook, een goeie tip van onze gastheer Jess dus! Da's absoluut een van de voordelen van een bed and breakfast, de persoonlijke benadering, het menselijk contact, de tips van iemand die de stad van binnen en van buiten kent.

  • Roadtrip Deep South: Memphis

    In onze bed and breakfast komen we nooit personeel of uitbaters tegen, enkel de housekeeping. We maken een praatje met een van die meisjes en komen zo te weten dat de Inn at Hun Phelan 177 jaar oud is, dat er 4 presidenten hebben gelogeerd, dat het een tijdje een museum is geweest en dat het huis is opgetrokken door slaven. Een slaaf zou een schat hebben begraven en ze kuist niet graag de kamer waar die slaaf gestorven is… Een hotelgast heeft ooit een echt spook gezien, het spook van Beale Street, een klein meisje dat daar ooit is gestorven. Een spookhuis dus. ’t Is in elk geval iets speciaals, zelf voelden we er ons wel ok, maar achteraf las ik recensies van mensen die zich echt onveilig voelden omdat er meestal geen personeel aanwezig is en het hek en de voordeur ongesloten waren…

    We trekken naar The Peabody, een hotel waar elke dag om 11u de eenden, die op het dakterras wonen, via de lift naar beneden komen en over een rode loper de fontein in de lobby in hollen. Ze blijven daar dan ronddobberen tot wanneer ze om 17u samen met hun verzorger weer naar hun hokken op het dak gaan. Een grote bezienswaardigheid, als we om 10u50 komen is er al bijna nergens nog een plekje om te kijken. Het is een mooi hotel en de eendjes zijn leuk, maar op 4 seconden is de show al over en zitten de beestjes in het water vieze dingen te doen (een mannetje en een troep vrouwtjes).
    memphis5

    Het is weer ontzettend heet vandaag en in Memphis is er enkel beton, nergens een boom met een bankje onder om even te bekomen. We besluiten naar een veggie restaurant te gaan en de tram te nemen. Die tramlijn gaat echter niet ver genoeg en we moeten nog een hele eind te voet. De buurt is compleet verlaten en zeer groezelig, eens we het station gepasseerd zijn is er enkel nog braakliggende grond en hier en daar een bedrijf.  Hier en daar loopt een zwerver die om geld bedelt. We hebben gelezen dat Memphis best wel slechte buurten heeft en kunnen zelf het gevaar niet inschatten; ziet deze buurt er enkel guur uit of is het echt geen goed idee nog veel verder te gaan. Wanneer we onder het spoor moeten en zelfs het voetpad eindigt, geven we het op en keren we terug naar de bewoonde wereld, moe, verbrand en hongerig. We lopen een restaurantje binnen, maar die hebben niets vegetarisch. De dienster verwijst ons naar de buren, en daar in de tapasbar is er wel een veggie aanbod. Het is een gezellige plek, vol met kunst van plaatselijke artiesten, alles is te koop. Moesten we meer plek hebben in onze koffers…
    memphis6

    Memphis is groter en stedelijker dan Nashville en er is ontzettend veel te zien. Graceland, de Sun Studio, verschillende interessante musea, de stad zelf natuurlijk. De zon verdampt langzaam mijn brein en ik moet de knoop doorhakken, mijn wederhelft is ondertussen zo vermoeid van de reis dat die niet meer kan kiezen. Dus wordt het het Civil Rights Museum, gedeeltelijk omdat we daar toevallig vlakbij zijn. Het blijkt een uitstekende keuze, het is een van de betere musea die ik al heb bezocht. Het museum is gehuisvest in het motel waar Martin Luther King is vermoord. De buitenkant is volledig bewaard zoals toen, compleet met oude auto’s aan de voordeur, maar achter de muren bevindt zich een superboeiend, modern museum. Met een audiotoer leren we over de geschiedenis van de slavernij en het lot van de zwarten in de VS. Vooraf krijg je een film te zien over de moord op King, en die gaf me echt kippenvel. Ontzettend indrukwekkend. Aan de overkant van de straat gaat het museum verder in het gebouw vanwaar werd geschoten, en gaat men verder in op het moordonderzoek. Dit deel is iets oubolliger en minder boeiend, maar we zijn nog steeds onder de indruk.
    memphis7

    We slenteren nog wat rond, langs Front Street naar de Mississippi, op zoek naar een plekje om wat uit te rusten. Er is echter maar een stukje groen aan de rivier en daar slapen de daklozen, dus echt relax zitten is het daar niet. Ik werd langzaam gek van de hitte dus doken we een Starbucks binnen voor een dosis airco en frappucino.

    ’s Avonds at ik eerst een pizza voor $5 bij de lokale ‘authentieke’ Italiaan die mij toch zeer Amerikaans smaakte. We duiken Beale Street in. Stel u de Gentse Feesten voor, maar dan 365 dagen per jaar. De straat is door de politie afgezet en verkeersvrij ’s nachts en er lopen horden volk van de ene kroeg naar de andere, gigantische plastic bekers bier in de hand. Hier en daar is er live muziek. Toevallig is er hier vanavond ook een motortreffen, want de ganse straat en alle zijstraten staan compleet vol met zware motorfietsen, honderden gewoon, een indrukwekkend zicht. In een Ierse pub is er een relatief rustig plekje op het terras. De pub staat erom bekend dat er levende geiten rondlopen, maar blijkbaar zijn die beestjes al gaan slapen nu. Wanneer we alcohol bestellen, moeten we eerst een identiteitskaart tonen, da’s ook al 15 jaar niet meer gebeurd :-)

    Omdat onze Inn ook op Beale Street ligt en het nog niet zo laat is, besluiten we tegen alle adviezen in geen taxi te nemen maar te voet te gaan. Het is echt niet ver, maar het laatste stuk gaat langs de oprit van de snelweg en een sociaal appartementsgebouw. De straat is echter rustig en we bereiken zonder een levende ziel te zien onze kamer. Ik heb voor het eerst het gevoel dat we te weinig tijd hebben, dat ik dingen aan het missen ben, dat ik deze stad maar niet kan doorgronden...

  • Roadtrip Deep South: Nashville – Belle Meade – Shiloh - Memphis

    Op weg van de ene stad naar de volgende, proberen we altijd nog iets te bezoeken onderweg. Als paardenfreak trok ik die dinsdagochtend dus naar de Belle Meade, nog op het grondgebied van Nasheville. Nu is het een museum, maar ooit was dit een belangrijke fokkerij van volbloedpaarden en de bloedlijnen van enkele van de meest bekende paarden zijn verbonden met Belle Meade.

    We brengen een geleid bezoek aan het huis. Toen de familie aankwam op de plantation, brachten ze de eerste jaren door in een klein houten hutje met één kamer. Maar de katoenhandel en hun andere zaken brachten zo snel en goed op, dat ze al na enkele jaren een prachtig landhuis laten optrekken op hun immens domein en enkel de slaven nog in houten hutjes wonen.

    Het huis is prachtig. Het staat voor de helft vol met authentieke meubels van de familie. In tegenstelling tot andere plantations die je kan bezoeken gaat het hier niet om geïmporteerde Europese spullen, maar om gewone Amerikaanse meubels. Zo schilderden ze nerven in het goedkope hout dat dit niet had. De meubels en het huis zijn prachtig gerestaureerd en de gids is echt goed. De familie raakte in 1905 helaas in verval, toen in de staat Tennessee de racetracks een voor een de deuren moesten sluiten door een verbod op gokken en alcohol. Er ontstonden grote schulden en alles moest worden verkocht.

    Bekende paarden hier waren roquois (van de hoeven werd een inktpot gemaakt) en Bonnie Scotland (uit zijn bloedlijnen kwamen ondermeer Seabiscuit en Secretariat, zij het niet meer geboren op Belle Meade). De stallen zijn prachtig, groot, met gaslampen en stromend water (in die tijd!). Helaas staan er nu geen paarden meer…

    Op het domein is naast de hut waar de familie ooit de plantation begon ook een slavenhutje bewaard, met binnen een tentoonstelling met foto’s en tekst die inzicht geeft in het leven van slaven op deze plantation en ruimer ook in Tennessee, door de jaren heen. Uitermate boeiende materie.
    memphis3

    We besluiten niet rechtstreeks naar Memphis te rijden, maar een kleine omweg te maken langs Shiloh, een van de vele Civil War Battlefields van het Zuiden. Die kleine omweg is echter een grove onderschatting van onze kant, het duurt uiteindelijk 2u30 via kleine wegeltjes eer we het museum bereiken.
    Het is wel de moeite, zo zien we eindelijk het “echte zuiden”; onooglijke dorpjes, armoedige trailerparks, immense autokerkhoven, supermarkten waar je een volledig houten huis kan kopen, veel verschillende soorten kerken, veel borden over Jesus, hilarische bumperstickers. Ik kan me niet voorstellen wat het moet betekenen om hier geboren te worden, in zo’n dorpje waar letterlijk niets is behalve de brandende zon en eindeloze velden, omringd door jesusfanatici. Het geeft een vreemd gevoel.

    Gevolg is wel dat we pas om 15u in Shiloh aankomen. We bekijken de antieke grappige oorlogsfilm van het museum (daterend uit 1956 met hilarische nepsnorren en –baarden en super amateuristisch geacteerd). Voor we de auto in willen kruipen om rond te rijden op het Battlefield checken we eerst de gps. Memphis blijkt tot onze grote verbijstering nog eens 2u30 rijden en je kan maar tot 18u inchecken in onze bed and breakfast. Paniek dus.

    We laten Shiloh voor wat het is (ook al hadden we net braaf de inkom betaald aan de vreemde figuur aan de kassa) en begeven ons weer op de kronkelige miniwegen langs bossen, heuvels,dorpjes van 10 huizen langs deze ‘snelweg’. Vervallen hokjes en trailers staan zij aan zij met prachtige villa’s, een deerranch, vervallen en verlaten winkeltjes en eetkramen. Je mag maximaal 55mijl/uur rijden langs deze snelweg die soms dwars door de dorpen snijdt. De weg is eindeloos, het gaat traag, maar je krijgt wel een uniek zicht op deze middle of nowhere hoek van Amerika. Helaas zijn we nergens gestopt voor foto’s…

    Wanneer we Memphis naderen, wordt het dan weer megadruk en breidt de snelweg uit tot 10 lanes. Het verkeer is chaotisch en druk en we zijn blij wanneer we zonder veel problemen of file onze Inn at Hunt Phelan vinden om 18u30.
    memphis1

    In deze historische Inn krijgen we een over-the-top kitcherig/antieke kamer met een 4 poster bed, een antiek bad zonder douchekop, een tv weggestopt in een vervallen kast en authentieke houten vloeren. De muur en het plafond zijn zo druk beschilderd dat ze bijna nachtmerries uitlokken ’s nachts. Het is een vreemde kruising tussen chique, authentiek, antiek en rommelige kitch.
    memphis4

    Omdat volgens een personeelslid (er woont niemand in de Inn, ’s nachts zijn we hier alleen) de straat zeer onveilig is na zonsondergang, nemen we de auto naar het centrum. Dat blijkt veel dichter bij te liggen dan we dachten, amper enkele minuten rijden. Parkeren kost 10 dollar voor de ganse nacht, ook al blijven we maar anderhalf uur.

    Na lang zoeken en daarbij verscheidene keren aangesproken te worden door dakloze zwarten (Memphis blijkt een zeer zwarte stad te zijn) strijken we uiteindelijk maar neer in Huey’s, een hamburgertent waar een typisch amerikaans blondje ons een smakelijke veggieburger serveert in een mandje met frieten en een pickle.

    Nog wat rondgestruind door Bealestreet, de uitgaansbuurt die ’s nachts verkeersvrij is, met live-muziek in verschillende kroegen en uitzinnige toeristen, vrijgezellen, jongeren, opgeklede drankorgerls en nieuwsgierigen die zoals wij een kijkje komen nemen. Maar omdat we compleet uitgeput zijn blijft het bij even rondhangen en dan weer naar onze bed and breakfast trekken.

    Mijn eerste indruk is dat Memphis veel drukker, gekker, stedelijker, zwarter en ook een beetje gevaarlijker is dan Nashville. Op de auto naast de onze prijkt een dode opgezette beestenkop. Het is een gekke stad, een feeststad waar na 20u blijkbaar niemand meer rondloopt die niet komt zuipen, een stad die ruikt naar bier en burgers.
    memphis2

     

  • Roadtrip Deep South: Nashville

    Na een ontbijt op plastic bordjes en bekertjes en ons ingesmeerd te hebben met een flinke hoeveelheid zonnecrème vertrekken we te voet naar downtown Nasheville, zo’n half uurtje stappen. Onderweg blijkt eens te meer hoe Amerikaanse steden gebouwd zijn op de maat van auto’s. Je ziet echt nergens voetgangers, de straten zijn immens, er is overal druk verkeer, de snelweg mondt uit in het hart van de stad, overal is er parking,… Maar om te stappen is het heel wat minder aangenaam; geen bomen, geen schaduw, soms weinig te zien. 
    Als we dichter bij het centrum komen, wordt het toch nog interessant, zo lopen we langs het Union Station Hotel, een pracht van een oud stationsgebouw dat nu gebruikt wordt als hotel aangezien de trein helemaal niet meer het prestige heeft van vroeger.
    Nashville station


    We weten niet goed wat er te zien is, maar in het Visitors Centrum krijgen we een hele uitleg van een vriendelijke opa, een die bij ons al 10 jaar op pensioen zou zijn. De Country Hall of Fame blijkt 18 dollar te kosten, en dat vind ik toch iets teveel, ik hou niet eens van country. We dwalen wat door de binnenstad, maar er blijkt eigenlijk weinig te zien te zijn. Van zodra je de grote straten verlaat, kom je in verloederde stukken. Daarom niet onveilig, maar gewoon lelijk, niet ontwikkeld; parkeerterreinen, bouwwerven. Zelfs aan de waterkant is er minder dan niets te beleven. Bovendien is het bloedheet. Gelukkig ziet de buschauffeur van de gratis pendelbusjes ons verweesd staan kijken en ze roept ons de bus op. Zoals bijna altijd hier in de States volgt er meteen een hele babbel, waar we vandaan zijn, waar we na Nashville nog naartoe gaan,… De vriendelijke dame zet ons af aan de Bicentennial Mall, een relatief nieuw park vol monumenten, gewijd aan de rivieren in Tennessee, maar ook aan de tweede wereldoorlog,… Op zich geen hotspot, maar er is tenminste schaduw, en in de gezellige Farmers Market erlangs vinden we goedkoop en vrij lekker Jamaicaans eten.

    Aan de overkant vinden we een heuvel met daarop het Capitol van Tennessee. Na via een metaal detector en een strenge soldaat gepasseerd te hebben, mogen we het gebouw gratis bezoeken. Het gebouw blijkt nog zeer erg in gebruik te zijn, we worden aangesproken door de een of andere politicus en een half uur later start er een zitting in de kamer. Het gebouw zoemt van de activiteit. Het valt ons op hoe bereikbaar het allemaal is, je kan gewoon rustig overal binnenwandelen en ter plekke bij de secretaresse een afspraak maken voor een onderhoud met de gouverneur. Het is een klein, maar mooi gebouw, vol schilderijen (veelal portretten), antiek en een prachtige bibliotheek met oude draaitrap.

    We wandelen weer naar het centrum en bekomen even in de airco van de Starbucks met een frappucino. Wat nu gedaan met de rest van de dag? Het Ryman Auditorium zag er mooi uit, we liepen even rond in de inkom, maar om nu 13 dollar neer te tellen om de zaal langs de binnenkant te mogen zien? Naar de bars dan maar, waar er gezien het vroege uur nog weinig te beleven valt. We struinen door enkele superkitcherige cowboybootswinkels (een paar kopen, een paar gratis, reken op zo’n 350 dollar per paar) en kijken onze ogen uit. Sommige dingen zijn eigenlijk best wel mooi, in hun context. Zoals een knalpaars westernzadel, blijkbaar van de een of andere countryster. We bezoeken een gratis museum achteraan een van de winkels gewijd aan een beroemde violist die mij geheel onbekend is. Op Lower Broadway is er wel al livemuziek in elke kroeg, maar ondertussen ben ik zo uitgeput en ook wel verbrand door de zon dat ik te verdwaasd ben om binnen te stappen en daar iets fris te drinken, ik sjok verder richting hotel. Achteraf dik spijt van natuurlijk, maar de vermoeidheid na een week rondreizen begon zijn tol te eisen en de energie was er gewoon niet meer.
    Nashville

    Een dik half uur terug in die brandende zon zien we niet zitten en dus wachten we temidden van een bende middelbareschoolkinderen en één zwarte student op de bus. Blijkbaar neemt niemand anders ooit de bus dan kinderen onder de 16 en armere mensen. Na 20’ verder verbanden is er eindelijk een bus. De zwarte student blijkt geen flauw idee te hebben waar Belgium is, maar het daagt hem wel dat het waarschijnlijk niet in de VS is, ergens aan de andere kant van de oceaan. Hij studeert psychologie in Memphis en zegt dat Memphis veel leuker is dan het saaie, blanke, cowboy-minded Nashville. Ik ben benieuwd.

    ’s Avonds maken we nog een wandeling in onze universiteitsbuurt, maar het enige terrasje zit vol en de winkels zijn al gesloten. We zijn te moe om weer naar het centrum te rijden en daar iets van de livemuziek mee te pikken.

    Na de prachtige, bewaarde oude centra van Savannah en Charleston is Nashville een heel andere wereld. Een typisch Amerikaanse stad; rondom de stad zie je overal groen, maar in het centrum overheerst beton. Nieuwbouw, hoogbouw, bouwwerven en shaggy bars. Elke vorm van stadsplanning, van visie lijkt te ontbreken, er zijn bijna geen pleintjes, geen schaduw, geen bankjes. Het is geen stad op mensenmaat, het is er niet gezellig. Ik vermoed dat de country-fan hier wel zijn hart kan ophalen en dat er eens het donker is ook wel amusement zal zijn in veel vormen en soorten, doordrenkt van Budweiser en andere alcohol. Maar puur qua stad is er weinig dat uitnodigt om te blijven hangen. Er was een leuk stadsmuseum, maar dat bleek net vandaag gesloten.

    Dit klinkt misschien wel negatiever dan de bedoeling is. Je kan the South volgens mij niet bezoeken zonder Nashville te zien. De stad heeft een apart gevoel en ademt muziek uit door elke porie. De bars zien er echt wel cool uit en het is allemaal amerikaanser dan amerikaans. Bovendien is dit mijn persoonlijke Kings Of Leon bedevaardsoord ;-) En misschien hadden we toch iets van de muziekdingen moeten bezoeken. Maar het is wel een cultuurshock met de eerste week van onze reis. In Nashville staat het vol met borden die wijzen op geschiedenis, op welk prachtig gebouw of monument op die plek ooit stond, maar in 99% van de gevallen is er ondertussen niets meer van dat verleden te zien, het is niet bewaard gebleven. Het beste voorbeeld was ons hotel, dat beneden vol foto’s hing van de prachtige school die hier ooit stond en waar ze dus later een nieuwbouw ketenhotel hebben neergepoot.

  • Roadtrip Deep South: Smokey Mountains National Park

    Volgens het weerbericht zou het 20° worden vandaag, maar ondanks mijn jas en enige warme zomertrui die ik bijheb, voelt het toch erg koud aan die ochtend. Maar achteraf bleek vandaag de enige keer geweest te zijn dat ik die jas nodig had...

    We staan vroeg op want we moeten nog 1u15 rijden en om 9u45 worden we al verwacht aan de Smokemont Riding Stables in het Smokey Mountains National Park. Het landschap waar we doorheen rijden doet vreemd aan, dorpjes vol houten huisjes en eetkramen. Stel je een Oostenrijks vakantie-oord voor, maar dan (nog) veel kitcheriger; bergen vol schreeuwerige borden, motels, restaurants (eerder kantines), stalletjes waar ze de gekste dingen verkopen, huurhuisjes en RV-kampeerplaatsen. Heel bevreemdend allemaal. Maar dat verandert drastisch wanneer we de Blue Ridge Parkway oprijden; een kronkelbaantje door de bergen, superstijl op en neer, door tunnels, door de natuur, nergens nog veel tekenen van menselijke aanwezigheid, alles is muisstil.
    20041105_0065web

    Wanneer we bij de stallen aankomen, staan alle paarden al klaar. We ondertekenen de nodige papieren (als we onze nek breken, is het onze eigen schuld, of zoiets) en krijgen een paard toegewezen. Voor het eerst in mijn leven informeren ze niet naar ervaring, blijkbaar krijgt iedereen hier een paard mee en gaan ze er gewoon van uit dat je van niks weet.

    Om 10u vertrekken we voor onze vier uur durende tocht. Het leuke is dat het enkel wij twee zijn en een gids, lekker rustig dus. Ik krijg een traag, zwart paard, Ahab. In het begin werken we op elkaars zenuwen, maar na een uurtje begint hij erin te komen en worden we meteen veel betere vrienden. Ik ben wel wat jaloers op mijn wederhelft zijn kruising Quarter-Appaloosa, voor de eerste keer is zijn paard beter dan het mijne...

    Onze gids is zo Zuiders als maar kan, zo'n jaar of 40, in een afgewassen camouflage-achtig hemd, op iets kauwend en dus constant op de grond aan het spuwen. Hij spreekt ons steevast aan met 'Sir' en 'Ma'm' en geeft af en toe een paar woorden uitleg over het park.
    20041105_0044web

    Na twee uur houden we even halt aan een riviertje en strekken we de benen. De mannen gaan de planten water geven, maar met twee vissers in de buurt zie ik dat toch niet echt zitten. Daarna gaat de tocht verder, een rivier door, waarbij mijn wederhelft zijn paard besluit een bad te nemen maar dat gelukig dan toch niet doet. Het is een mooie tocht, stijle geitenpadjes door de heuvels afgewisseld met stukken langs de rivier. Tegen de middag komt de zon erdoor en wordt het ook eindelijk iets warmer.
    20041105_0057web

    Om 14u zijn we terug aan de stal, redelijk uitgehongerd, maar hier in die bergdorpen lijkt me weinig vegetarisch te zijn. We rijden weer terug naar Asheville en kopen onderweg een zak bagels en wat kaas. Aan de kassa van de supermarkt staan we echter twintig minuten vast achter een onwaarschijnlijk koppel die geld te weinig hebben en blijkbaar ook niet echt hun geld kunnen tellen; uiteindelijk geven ze de dollarbriefjes aan het meisje achter de kassa maar die is ook niet echt vlot en dat blijft maar duren... Er gebeurt niets, er wordt niet betaald en iedereen staat daar maar te kijken, niemand doet iets. Dan maar aan een andere kassa gaan aanschuiven.
    Onze bagels met kaas blijken duurder dan twee belegde broodjes van de Subway, onze gewoonlijke kost. Absurd toch, dat zelf iets gezonds proberen klaarmaken duurder is dan de kant-en-klare kost langs de kant van de weg? Hoe ongezonder, hoe goedkoper, voor een volledige meal bij burger king (frieten, cola en burger) betaal je blijkbaar maar 2 dollar volgens de reclame op tv. Gezond eten is hier voor de mensen die er de tijd en het geld voor over hebben...

    De rest van de middag verkennen we Asheville, een leuk, klein bergstadje vol alternatieve mensen. De winkels die ik zoek, vind ik echter niet of ze blijken gesloten. Ook het veggie resto dat we op het ook hadden blijkt zaterdagavond als sluitingsmoment te hebben gekozen. Een koppel veertigers ziet ons verloren rondlopen en raadt ons de Early Girl Eatery aan, een eethuisje met een ruim veggie aanbod. Da's dan ook weer typische Amerikaans, ze zijn superlief en altijd bereid om te helpen. We krijgen simpele, maar lekkere kost; een stuk quiche met een grote side salad en heerlijke zoete gemberdressing. Mijn wederhelft krijgt een stuk vleesbrood met 2 side dishes naar keuze (macaroni met ham en kaas en boerenkool.