reis

  • Cocumont

    Een last-minute beslissing om met de schoonouders mee naar Frankrijk op reis te gaan, bleek een goede beslissing. Het was even veel stress om nog verlof te krijgen en heel wat geregel vooraf, maar eens ginder viel dat allemaal snel van me af en was het relaxen en genieten. Eerst ginder raken, natuurlijk. Beetje pech met de heenrit, we waren nog geen kwartier onderweg of konden al een halfuur stapvoets aanschuiven aan een dubbel accident in Deinze (wegenwerken). In Lille van hetzelfde, maar het ergst was de périphérique van Parijs, waarlangs onze gps ons had gestuurd. Daar begonnen net die dag ook al wegenwerken waardoor de ring volledig, maar dan ook echt volledig dicht zat. Meer dan een uur aanschuiven. In plaats van om 17u30 kwamen we dus pas na 20u aan, gelukkig dat de schoonouders hadden gewacht met de bbq aan te steken!

    De gîte in het onooglijke dorpje Cocumont (regio Lot-et-Garonne, Aquitaine) was gewoon de max. Een pas gerennoveerde schuur, bovenop een heuvel op een gigantisch priovédomein, met uitzicht op bossen en weides. Aan het eind van een doodlopend straatje woonden de eigenaars, maar die kon je vanuit de gite niet zien. De schuur was onvoorstelbaar koel binnen en er was een leuk zwembadje. Echt heel comfortabel.

    cocomont1

    Vrijdag werd dus een rustdag, veel gelezen en 's avonds iets gaan eten op een terrasje in Marmande, stad van de tomaat.

    Zaterdag trokken we naar de markt van Bazas, een dorpje dat een scheet groot is maar gezegend is met een heuse kathedraal en dus een markt.
    cocomont5

    Na een wandeling en een lekker slaatje (Comtékaas,  annanasconfijt, noten en rozijnen, lekker!) trokken we naar het 'lustslot' Cazeneuve. De jonge gids was nogal ongeïnspireerd, maar met de Nederlandse vertaling op een papiertje trok ik mijn plan. Leuk kasteel met antieke meubelen, nog bewoond door koningen en al eeuwen in handen van dezelfde familie. Mooi, maar zoals gezegd was de rondleiding wat teleurstellend, had graag langer kunnen rondkijken, op dat vlak is een audiogids toch handiger.
    cocomont4


    Zondag reden we naar Saint-Emilion, een bijzonder pittoresk stadje, Unesco werelderfgoed. Omringd door de wijngaarden en de wereldberoemde chateaus ligt een schattig stadje op een heuvel. Gele huisjes, stijle straatjes en een goed uitgebouwde toeristische dienst, die ons een rondleiding van een uurtje verkocht langs 4 monumenten. We zagen de grot van de heilige Emilion, waarvan niet zeker is dat hij ooit heeft geleefd, maar goed, de catacomben, een kapel waar de bedevaarders op weg naar Santiago de Compostella graag halthouden en de grootste 'monolithische kerk' (uitgehouwen in de rots) van Europa. Vooral die laatste was indrukwekkend, heel indrukwekkend. Een megaruimte in de rotsen, eeuwenoud. Koel ook, in de hitte.
    cocomont3

    cocomont2
    ^

    Op een supergezellig pleintje at ik een 'galette' (zo'n bretoense, zoute pannenkoek) en een verkoelende ijskoffie als dessertje. Daarna volgden we de schoonmoeder op een stadswandeling, en liepen redelijk verloren, waardoor we wel aan de wijngaard van een beroemd chateau uitkwamen (maar ben al vergeten hetwelk). We beklommen voor €1,25 de trapjes van de Tour du Roy, wat een geweldig uitzicht geeft over het stadje en de omringende wijngaarden. En natuurlijk kochten we verse macarons, Mmmmmmmmmm!!!

    Maandag trokken we voor een half dagje naar Bordeaux, 80km verder. In Cocumont was het meer dan 30° en ik had dus mijn lichtste zomerjurkje aan, maar in Bordeaux was er enkel bewolking en een strakke wind, waardoor ik het dus de ganse namiddag koud heb gehad. En we vooral in de kleine straatjes rondstruinden. Zonder echt een doel te hebben. Ik heb dus enkel een indruk van Bordeaux, namelijk dat het een levendige, leuke stad is, met ontzettend veel te zien en te doen. Maar ik heb er zelf vrij weinig van gezien. Maar da's geen ramp, het was tenslotte een relaxvakantie.

    Dinsdag werd de hoogdag van de reis. Om half acht ging de wekker al en drie kwartier later zaten we in de auto. Een goed uur rijden over onmogelijke Franse kamikaze baantjes van boerendorp naar boerendorp (oh gps, waarom stuur je ons niet langs de snelweg) bracht ons naar La Chevauchee in Clairac, waar we een dagtocht te paard hadden gereserveerd.
    De eigenaars van de manège bleken supersympathiek en met een hart voor hun dieren. De paarden stonden niet opgezadeld klaar zoals op sommige plaatsen, neen, ze wezen ons een paard aan en mochten dan zelf aan de slag met poetsgerief, zadels en kopstel. Een uurtje later waren wij een een groepje tieners klaar, en vertrokken we voor een intensieve, maar mooie tocht. Niet voor de beginners hadden ze aan de telefoon gezegd, en dat was niet gelogen. Stijle klimmen langs bospadjes die al maanden niet meer gebruikt waren en waar de kopman eerst de ergste doornen afknipte, zalig lange stukken gallop door de velden, afdalingen naar de rivier, leuke stukken draf, doorheen oude, pittoreske stadjes, bossen, velden,...
    Na drie uur rijden stopten we in Castelmoron-sur-Lot voor een picnic aan de oevers van de Lot. De tieners hadden hun badpakken bij, en terwijl zij afkoeling zochten in het water trakteerden de uitbaters van de manège ons op een terrasje op een koffietje. Zalig.
    Na een lange middagpauze zadelden we de paardjes weer op. Ik had een prachtpaard, een bruine ruin, niet te groot en niet te klein, temperamentvol, vinnig en toch braaf. Perfect. Al een beetje verbrand vatten we de terugtocht aan, weer drie uur in het zadel. Iets meer langs asfaltwegen, maar nog altijd een mooie tocht. In een veld lieten we ons natspuiten door de automatische sproeiers zoals er in Frankrijk zoveel zijn. Zowel ruiters als paarden vonden dat geweldig. Helemaal geradbraakt kwamen we om 19u terug aan in Clairac.

    Nog een laatste bbq die avond, want ons weekje zat er alweer op. Woensdag, 7/7 en dus onze derde huwelijksverjaardag, vatten we de terugtocht aan. Die ging gelukkig een pak vlotter, enkel in Parijs een half uurtje aanschuiven. Mijn iPhone was plat, en dus luisterden we noodgedwongen naar de Franse radio, een belevenis op zich! Eens thuis pakte ik de koelzak uit en er bleek een passagier meegekomen te zijn, een gigantische zwarte kever, brrrr. We sloten de avond uitgeput maar tevreden af in een gezellig Thais restaurantje.

  • Roadtrip Deep South: Atlanta

    Na een lange maar vlotte rit komen we aan in Atlanta. Onze gps herkent het adres niet van de rental cars, dus rijden we maar op goed geluk naar de luchthaven en vinden daar gelukkig zonder enig probleem de gloednieuwe Rental Car Center. Ik heb eigenlijk spijt dat ik persé een hotel wou in het stadscentrum, we zijn hier nu aan de luchthaven en ik zie er enorm tegenop om met het openbaar vervoer en onze zware koffers de stad in te zeulen na een lange dag in de auto. Ik herinner me nog hoe we bijvoorbeeld in Montreal hebben afgezien met overstappen en onduidelijke busroutes om ergens te raken. Maar de Amerikanen laten zich nog eens van hun beste, supergeorganiseerde kant zien. We geven de auto af, nemen de gratis trein naar de andere kant van de luchthaven en komen zo bij de Marta Terminal terecht. Marta is het openbaar vervoer in Atlanta, en dat blijkt supervlot te werken. Ik sta nog geen halve minuut onzeker zoekend te kijken van hoe, wat en waar aan het metrostation, of er komt al een medewerker van Marta die ons niet alleen vertelt welke metro we moeten hebben, welke halte we moeten afstappen, maar ook helpt om tegen het juiste tarief kaartjes uit de automaat te halen. Drie minuten later zijn we al onderweg naar het centrum.

    Twintig minuten later staan we in downtown Atlante. We checken in in de Hampton Inn en vinden in onze kamer een lijst met restaurantjes in de buurt. We kijken nog wat tv en gaan dan eten, moe als we zijn. De Indiër die we hadden uitgekozen, blijkt een goede keuze. Het eten is superlekker (waarom zijn Indiërs in België nooit zo lekker?) en de bediening erg vriendelijk. We kijken op HBO nog naar de heruitzinding van Treme en vallen vroeg in slaap.

    's Ochtens blijkt het ontbijt weer heel wat minder dan dat van een bed and breakfast, maar ook niet slecht. Probleem is dat na 3 weken op hotel leven, mijn maag snakt naar gewone zelfgemaakte kost en ik hoe langer hoe slechter kan eten en vaak misselijk ben. Het wordt dus een karig ontbijt met wat yoghurt en fruitsap, ondanks al de aangeboden vettigheid. Op tv zien we het boorplatform Deepwater Horizon in brand staan, maar op dat moment is totaal nog niet duidelijk hoe omvangrijk die ramp wel is...

    We pakken onze koffers en checken uit, want vanavond vliegen we al terug naar Amsterdam. Eerst nog Atlanta verkennen.

    atlanta2

    Als er één stad van onze reis is waar weinig te beleven is, dan is het Atlanta. We hadden geen zin om nog ver te gaan en de metro te nemen, dus we bleven in de downtown. Daar bleek werkelijk niets te beleven. We stapten naar het Olympisch Park en bezochten daar dan maar het Georgia Aquarium. Dat is ontzettend duur en zit barstensvol schoolkinderen, maar is ook wel leuk. Het heeft de grootste tank ter wereld, waar je dus haaien ziet rondzwemmen boven je hoofd. Ok, dat is bijzonder indrukwekkend. We genoten ook van de andere leuke dieren, zoals sea dragons (zoals zeepaardjes), pinguins, otters, piranha's, alligators,...

    atlanta3

    atlanta4

    Na een snel broodje gaan we op zoek naar iets anders om te doen of te zien, wat totaal niet lukt. Op zoek naar een shoppingbuurt belanden we in een buurt waar plots enkel nog zwarten zijn, waarvan er een aantal luid en imposant staan te doen, zoals in de films, weet je wel. Plots beseffen we dat we hier niet echt meer op onze plaats zijn en druipen we rustig en ongezien weer af naar een meer blanke buurt. Waar dus niks te doen is. Ten einde raad nestelen we ons met een frappucino op het kleine terras van de Starbucks en wachten tot het tijd is om naar de luchthaven te vertrekken.
    atlanta1
    We zijn immers wat ongerust, de vluchten naar Europa zijn nog maar sinds een dag of 3 hervat en op het internet is het niet duidelijk of er een probleem is met onze vlucht of niet. We zorgen er dus voor dat we uren voor het vliegtuig vertrekt in de luchthaven zijn, waar gelukkig alles ok blijkt te zijn en we zonder enige vertraging opstijgen voor de nachtvlucht naar Amsterdam.

    Het grootste nadeel van vliegen met KLM is dat ze slecht georganiseerd zijn. De vorige keer reed de trein van Schiphol naar Antwerpen niet en moesten we op eigen houtje in Amsterdam zien te raken en daar dan een Thalys nemen die omreed via weet ik veel wat allemaal en er uren over deed, vandaag blijkt de Thalys die wij moeten hebben overboekt te zijn waardoor we in de gang moeten zitten. Gelukkig duurt de rit maar heel kort, want na een slapeloze nachtvlucht ben ik behoorlijk doodop...

  • Roadtrip Deep South: New Orleans – Mobile

    Met veel spijt in het hart maken we een laatste wandeling door New Orleans. We nemen onze tijd, deze stad is veel te speciaal om snel afscheid te nemen. Ik vind, na lang zoeken, het kantoor van de tax refund en krijg $9 terugbetaald voor mijn nieuwe jeans, leuk. We stoppen aan een afdeling van het fel geroemde Café du monde voor de al even geroemde beignets. Er is een tafeltje vrij buiten, voor een keer niet in de Amerikaanse airco, met zicht op de grote vrachtschepen op de Mississippi. Het is weer bloedheet buiten…

    We wandelen terug via de buurt rond Frenchman Street en eten nog iets op het terras. Maar dan is de tijd toch gekomen en trekken we terug naar de bed and breakfast. Het afscheid van gastheer Jess en zijn twee katten is al genomen, rest ons enkel nog de auto te nemen en te vertrekken. Bye bye beautiful New Orleans, hopefully we’ll meet again…

    Onze voorlaatste rit duurt ongeveer 2.5 uur en brengt ons langs de Gulf Coast. We rijden langs advertenties voor casino’s en greyhound tracks, wegwijzers naar badstadjes. We nemen niet de tijd om nog te stoppen, wat ik achteraf wel spijtig vind, maar op het moment zelf waren we gewoon te moe. Na reeds 6 staten doorkruist te hebben (Georgia, South Carolina, North Carolina, Tennessee, Mississippi en Louisiana) trekken we nu naar Mobile, Alabama.

    mobile2
    De bed and breakfast die we daar hebben gehuurd, was een kleine zelfverwennerij. Voor een keer hebben we iets lekker luxueus genomen. The Kate Shepard House is een prachtig huis, gebouwd in 1897 door een bekende architect in de mooie en mij eerder onbekende Queen Anne stijl. Het huis heeft drie gastenkamers en wordt bewoond door een koppel dat eerst lange tijd in Hawaii heeft gewoond, de vriendelijke vijftigers Wendy en Bill.

    Onze kamer is gewoon prachtig, net als het hele huis. Beneden in de living is een soort minimuseum gemaakt met allerlei materiaal dat de eigenaars op de zolder van het huis hebben gevonden toen ze het kochten. Daaronder ook een hele schat aan documenten die bewijzen dat Engeland tijdens de burgeroorlog de Confederates heeft gesteund. Die brieven zijn aan een museum geschonken, en Wendy ijvert nu om een documentaire te laten maken over deze vondst.
    mobile1

    We bekomen wat op de porch van het mooie huis, man man, wat hou ik van het Zuiden en dit soort porches. Na een snelle hap bij de plaatselijke Italiaan kruipen we moe maar relax in ons groot bed. Helaas hebben we niets van Mobile of Alabama gezien, maar dan moeten we later maar eens terugkeren. Na drie weken rondtrekken weegt de vermoeidheid zeer zwaar door.

    ’s Morgens hebben we het meest memorabele ontbijt van de trip. Trouwens ook een van de allerlekkerste (Pecan Praline French Toast), al is dat moeilijk aangezien we ook in New Orleans en Savannah superlekkere ontbijten kregen. We zitten aan tafel met de gastvrouw en met twee andere koppels en worden voor het eerst ondergedompeld in een heetgebakerde discussie over waarden en normen, over zeer verschillende politieke visies. De gastvrouw moet enkele keren ingrijpen, zo verhit raakt de discussie. Het is zo bevreemdend om als nuchtere Europeaan te merken hoe anders Amerikanen zijn. Lief, beschaafd, vriendelijk maar wanneer het over politiek gaat, lijken het wel aliens. Hebben die echt dezelfde hersenen als wij? Conclusie van de discussie over de teloorgang van Amerika en de straf van god in de vorm van een zwarte president; het is allemaal fout gegaan omdat Amerika zich van god heeft afgewend. Ohoh…

    Toch is het met niet minder spijt en hartelijkheid dat we even later afscheid nemen van Wendy. En van Koa, de chowchow waar ik op een half uur tijd vriendschap mee had gesloten. Zo danig zelfs, dat hij ’s morgens voor onze slaapkamerdeur was komen janken om binnen te mogen, iets wat hij volgens Wendy nog nooit eerder had gedaan. Ik voelde me er bijna thuis door, zo’n jankende hond aan de slaapkamer ;-) . Ik geef Koa een extra knuffel om te compenseren voor het grote gemis aan mijn eigen honden en we vertrekken voor de laatste rit naar Atlanta, een aardig eind nog, 526km, zo’n 5u30 rijden.

  • Roadtrip Deep South: New Orleans, the big easy

    New Orleans was eigenlijk de reden van deze hele roadtrip. Een stad die nog voor ik er ook maar iets over wist, een ongelofelijke aantrekkingskracht op me uitoefende. Een stad die geweldig tot mijn verbeelding sprak. Nu, achteraf, blijkt niet enkel New Orleans zo geweldig te zijn, maar het hele Zuiden, maar toch, de kers op de taart, de bekroning van een geweldige trip. We hadden 5 nachten uitgetrokken voor deze stad, in vergelijking met 2 en soms zelfs maar 1 voor de andere steden. Het had nog veel langer mogen zijn voor mijn part…

    Wat doet een mens 5 dagen in New Orleans. We hadden geen verlanglijstje van must-see plekken ofzo en New Orleans is ook gewoon niet dat soort stad. Het is een stad die je moet beleven, een stad om in rond te hangen, om te eten en te drinken en naar muziek te luisteren, een stad om te genieten. We lieten ons leiden door de stemming van het moment, door de tips van onze gastheer Jess en door onze Lonely Planet.

    De eerste dag kwamen we dankzij Jess terecht op een gratis minifestival aan de overkant van de Mississippi, Algiers. De ferry naar ginder is gratis en dus dé manier om Nola eens vanop het water te zien zonder meteen een fortuin te moeten uitgeven aan een cruise met een van de namaakstoomboten. Het festival zat qua timing geprangd tussen enkele van de grote kleppers zoals het French Quarter Festival en het Jazz and Heritage Festival, die van over de hele wereld volk trekken en was dus meer iets zeer kleins, voor de locals. Een minipodium, enkele acts, enkele stalletjes met eten, drinken en handgemaakte dingen. De lekkerste verse limonade die ik in mijn leven al heb gedronken. Een schitterende kunstfotograaf wiens werk ik helaas niet kon betalen. De Mardi Gras Indians die we zich zagen klaarmaken en optreden.
    new orleans indians

    We hangen uiteraard veel rond in het befaamde French Quarter. De architectuur is er geweldig, de gietijzeren balkons, de zeer on-Amerikaanse stijl, maar ook de andere wijken zijn eigenlijk meer dan de moeite. We neuzen rond in de winkeltjes (de boutique du vampyre bleek maar een teleurstelling trouwens), genieten eindeloos van de gezelligheid, kijken onze ogen uit, drinken de lekkerste koffie die we tijdens deze trip vonden bij Community Coffee, de Starbucks maar dan beter. Onze enige vijand? De hitte. In de stad is de temperatuur soms echt ondraaglijk. En het is nog maar half april… Gelukkig zijn er hier genoeg plekjes om verkoeling te zoeken. Eten als vegetariër is in New Orleans trouwens supersimpel, er zijn lekkere veggie eetplekken te over.
    new orleans french

    Dé meest beruchte straat van de staat, Bourbon Street, blijkt niet echt veel soeps. Ranziger dan de Vlasmarkt na 10 dagen Gentse Feesten, permanent de geur van alcohol en andere substanties uitwasemend, permanent bevolkt door dronkenmannen en bezoekers van de tietenbars. Gelukkig zijn er andere uitgaansbuurten te over, zoals de jazzclubs aan Frenchmen Street en een coole grungebar onderweg naar huis. Waar het die avond helaas open podium is en we de meest afgrijselijke dingen horen…

    Alhoewel de stad enorm hersteld is sinds Katrina, zijn de littekens alomtegenwoordig. Zowel letterlijk als figuurlijk. Wanneer we door een loopwedstrijd onze straat niet in mogen en in de wijk rondtoeren, zien we overal de nog steeds dichtgespijkerde huisjes, de graffitti van de reddingswerkers nog altijd naast de deur. De zwarte gezinnen kijken ons argwanend aan. Ik durf mijn fototoestel niet bovenhalen. Onze bed and breakfast is maar enkele straten verder, maar het is een wereld van verschil. Jess heeft ons ook ten stelligste afgeraden om na het donker hier nog te voet rond te lopen. Maar ook mentaal zijn de littekens er uiteraard nog. Wanneer we een geleid bezoek aan een van de kerkhoven doen (bovengronds! Graf van voodoopriesteres Marie Laveau! Toekomstig graf van Nicholas Cage!) begint de gids met twintig minuten te vertellen over Katrina. In een bar om de hoek zenden ze op zondag de HBO-serie Tremé, over New Orleans na Katrina, op groot scherm uit.

    We gaan op verkenning in de andere wijken. Zoals The Garden District, waar de chique villa’s staan, oa ook die waar Ann Rice heeft gewoond. Indrukwekkend… We eten in de Cheese Cake Bistro. Enkel een stuk kaastaart als lunch, maar we krijgen het niet eens op, zo enorm vullend is het. We zien overal om ons heen megazware Amerikanen eerst een gigantische hoofdschotel binnenwerken gevolgd door zo’n kaastaart. Zelf krijg ik mijn overschotje mee naar huis en eet er nog van als vieruurtje en laatavondsnack. Wat een caloriebom… Maar wel lekker! We gaan shoppen in Magazine Street, waar ik in een klerenwinkel op zoek ga naar de Deense dog Tula (beschreven in onze gids) en mijn wederhelft een coole hoed koopt. We dwalen rond in de Faubourg Marigny met kleine, vrolijk geschilderde huisjes en wanen ons in de Caraïben.
    new orleans faubourg

    Een tattoo-uitbater en zijn vriendin, van onder tot boven uithangbord van hun zaak, wandelen voorbij terwijl we op een terrasje zitten te lunchen. Als veggie kan ik me niet aan de lokale specialiteiten wagen, maar mijn wederhelf smult van een po-boy met catfish (stokbrood met vis of vlees tussen) en probeert gumbo (een soort Amerikaanse variant van waterzooi).

    We rijden een dag het achterland in, recht naar de moerassen, naar het onooglijke dorpje Lafitte, waar de ‘snelweg’ letterlijk eindigt, voor een Airboat Adventure. Het is duur, maar onvergetelijk. Met twee andere koppels (een geschift koppel Australiërs die vanuit de boot pissen en een koppel Amerikanen) en een gids scheren we door de moerassen met zo’n airboat, beter dan de beste rollercoaster in een pretpark, omdat je overal de prachtige natuur kan zien, nog niet bedreigd door de ramp van BP… Onze gids lokt de alligators met marshmallows en ze komen tot naast de boot gezommen. Eerst enkele kleintjes, dan hele grote. Het moeras is op een bepaald moment zo ondiep dat zo’n gigantosch beest een meter van mij ligt, half uit het water. Een welgemikte sprong, en ze zit in de boot. Gelukkig heeft het beest geen zin om te springen en blijft ze mij gewoon koud aanstaren. Ik neem enkele van de beste foto’s van de trip, alligators up close. Schitterend…
    new orleans alligator

    Nadien rijden we door naar de Laura Plantation, een plantage uitgebaat door generaties van Creoolse vrouwen. Het is niet de meest imponerende plantage, maar wel een van de best gedocumenteerde en de gids is echt schitterend. Ik hoor eindelijk meer van de Creoolse cultuur en van het keiharde leven op zo’n nu behoorlijk idyllisch lijkende plek. Ook hier enkele goed bewaarde slavenverblijven.

    New Orleans, een fascinerende stad. Vijf nachten is me nog veel te kort, er waren nog zo veel andere dingen die ik wou zien en doen. Het is een stad die ik al kende uit verschillende boeken en waarvan ik nu eindelijk zelf de straten bewandel. Ik wil nog zoveel zien; de cultuur van de bayou, de kleine dorpjes in de moerassen, de Franse en Afrikaanse invloeden, de muziek,… Je weet natuurlijk nooit wat de toekomst nog allemaal brengt, er zijn zo veel verschillende streken en ze zijn allemaal zo boeiend dat je wil terugkeren, maar New Orleans is bij deze toch ook met stip genoteerd bij de plekken waar ik ooit nog graag terug wil komen.

  • Roadtrip Deep South: Lorman- Natchez – New Orleans

    Om half negen brengt de zwarte meid Miss Peggy ons koffie en thee op de porch. Die is zo groot als een kamer en staat vol zeteltjes en een schommelbank. We maken kennis met het andere koppel dat hier logeert, een gepensioneerd leraar en sociaal assistente uit Tennessee die hier al voor de tweede keer zijn. Het is gewoon puur genieten om hier een half uur te zitten praten, relaxen, genieten van de koffie, de rust, het uitzicht. Het andere koppel vind ons Belgen zeer exotisch en fantastisch en wil perse onze foto nemen. In Amerika ben je direct vrienden voor het leven, zo lijkt het… 

    Om negen uur gaan we naar beneden voor het warm ontbijt in de chique eetkamer vol antiek. De antieke tafel is zo laag dat het een klein beetje ongemakkelijk zit, maar dat vergeten we meteen wanneer Mis Peggy een van de lekkerste ontbijten ooit op tafel zet; gebakken perzikken met suiker, aardappelgratin met kaas, ei, vlees. We krijgen een fruitsla als dessert en de broodjes zijn vers uit de oven, knapperig en warm.
    Miss Peggy komt zo uit een film; zij poetst en kookt en doet zo’n beetje alles om het bejaarde koppel in staat te stellen deze bed and breakfast uit te baten. Het is een lieve vrouw met een bulderlacht die ons aanspreekt met miss en mister. Ons bestek en onze waterbeker zijn echt zilver, er staat porselein op tafel, pure luxe…
     

    Na het ontbijt nemen we afscheid van gastvrouw Jean, met een knuffel. Ik neem nog wat foto’s van hond des huizes Simba, een prachtige Rhodesian Ridgeback van 10 jaar oud. Jean is een ontzettend lieve, diepgelovige vrouw en het is echt met pijn in het hart dat ik vertrek, ik zou hier doodgraag nog enkele extra nachten zijn gebleven… 

    We rijden terug de drie kwartier naar Natchez, een stadje dat bekend staat om zijn verzameling van statige villa’s van voor de burgeroorlog. Het is nog een eind na New Orleans, dus we besluiten ons bezoek te beperken tot één huis en een rit door het stadje. We kiezen op aanraden van Jean voor Longwood, het grootste achthoekige huis van de VS.
    Na onze privérondleiding in Rosswood vol passie en vuur valt de standaardrondleiding in grote groep van een ongeïnteresseerde oude taart en een groep scholieren natuurlijk een beetje tegen.
    Longwoord is een indrukwekkend huis. Enkel de gelijkvloerse verdieping, bedoeld als kelder, is echter afgewerkt en bewoond geweest. Tijdens de burgeroorlog is al het materiaal om de eerste verdieping af te werken, gestolen waardoor de vrouw des huizes die ondertussen ook weduwe was geworden, met haar hele hoop kinderen dan maar op de gelijkvloers heeft gewoond en het imposante plan voor het huis altijd een plan is gebleven. Het contrast tussen de luxe beneden en het skelet boven (enkel de houten balken en de muren zijn er, niets van vloeren of pleister) kan niet groter zijn.
    Grote kers op de taart: amper enkele dagen geleden in dezelfde week was dit huis gesloten voor het publiek omdat er opnames plaatsvonden van True Blood, mijn favoriete tv-reeks aller tijden…

    longwood
     

    We rijden verder naar New Orleans, een tocht van iets meer dan drie uur. Vlak voor New Orleans loopt de weg op peilers door de moerassen, en dit eindeloos lang, een mijlenlang viaduct door een vreemd landschap van water, bossen, vogels en plots een dorpje. Het lijkt een zeer afgelegen dorpje, huisjes op palen, bootjes, nergens wegen. Het is voor ons zeer bevreemdend allemaal. Dan doemt plots de hoogbouw op van de grootstad; het verkeert wordt druk en we belanden in de voorsteden in een kleine file.

    We vinden onze bed and breakfast Five Continents makkelijk en gastheer Jess toont ons onze kamers; een ‘suite’ met slaapkamer, klein zitplaatsje en een badkamertje. We krijgen een hartelijk welkom en meteen een heleboel uitleg en tips over de stad, dingen om te zien en te doen, restaurantjes in de buurt en in het centrum. Vooral leuk is dat ons klein frigootje vol gestouwd zit met gratis water, fruitsap en frisdrank, in dit hete klimaat echt wel handig.
    Het huis waarin de bed and breakfast gevestigd is, is trouwens een pareltje. Jess heeft het al twee keer moeten resuaureren, een keer toen hij het kocht en een keer na Katrina. Het heeft ooit nog gediend als kleine huurstudio's, zo blijkt. Nu is het in zijn oude glorie hersteld, en wonder boven wonder zijn er in de eet- en zitkamer beneden nog heel wat authentieke elementen bewaard gebleven. In het huis wonen ook twee katten, die meteen in onze kamer binnendringen en zich ergens in een hoekje nestelen.

     5continents

    We zijn moe en het is ondertussen al avond, Jess raadt ons af om dan in deze buurt (aan de Treme wijk, bekend van de nieuwe HBO-serie) na zonsondergang nog veel te voet rond te lopen, dus we volgen een van zijn vele tips en rijden met ons huurautootje twee km verder onze Esplanade af naar een supergezellig Spaans restaurantje, Lola’s. Het is er zeer druk, maar we hebben gelukkig een van de laatst beschikbare kleine tafaltjes, naast een koppel superalternatieve muzikanten. Het kleine eethuisje heeft een open keuken. We kiezen voor één paella om samen op te eten en alhoewel we beiden absoluut geen fans zijn van paella, werd het een supergezellige, lekkere maaltijd. Zo lekker zelfs dat we nog een dessertje erbij nemen. Dit is echt een plaatselijke plek, vol met de lokale bevolking en nog eens goedkoop ook, een goeie tip van onze gastheer Jess dus! Da's absoluut een van de voordelen van een bed and breakfast, de persoonlijke benadering, het menselijk contact, de tips van iemand die de stad van binnen en van buiten kent.

  • Roadtrip Deep South: Memphis

    In onze bed and breakfast komen we nooit personeel of uitbaters tegen, enkel de housekeeping. We maken een praatje met een van die meisjes en komen zo te weten dat de Inn at Hun Phelan 177 jaar oud is, dat er 4 presidenten hebben gelogeerd, dat het een tijdje een museum is geweest en dat het huis is opgetrokken door slaven. Een slaaf zou een schat hebben begraven en ze kuist niet graag de kamer waar die slaaf gestorven is… Een hotelgast heeft ooit een echt spook gezien, het spook van Beale Street, een klein meisje dat daar ooit is gestorven. Een spookhuis dus. ’t Is in elk geval iets speciaals, zelf voelden we er ons wel ok, maar achteraf las ik recensies van mensen die zich echt onveilig voelden omdat er meestal geen personeel aanwezig is en het hek en de voordeur ongesloten waren…

    We trekken naar The Peabody, een hotel waar elke dag om 11u de eenden, die op het dakterras wonen, via de lift naar beneden komen en over een rode loper de fontein in de lobby in hollen. Ze blijven daar dan ronddobberen tot wanneer ze om 17u samen met hun verzorger weer naar hun hokken op het dak gaan. Een grote bezienswaardigheid, als we om 10u50 komen is er al bijna nergens nog een plekje om te kijken. Het is een mooi hotel en de eendjes zijn leuk, maar op 4 seconden is de show al over en zitten de beestjes in het water vieze dingen te doen (een mannetje en een troep vrouwtjes).
    memphis5

    Het is weer ontzettend heet vandaag en in Memphis is er enkel beton, nergens een boom met een bankje onder om even te bekomen. We besluiten naar een veggie restaurant te gaan en de tram te nemen. Die tramlijn gaat echter niet ver genoeg en we moeten nog een hele eind te voet. De buurt is compleet verlaten en zeer groezelig, eens we het station gepasseerd zijn is er enkel nog braakliggende grond en hier en daar een bedrijf.  Hier en daar loopt een zwerver die om geld bedelt. We hebben gelezen dat Memphis best wel slechte buurten heeft en kunnen zelf het gevaar niet inschatten; ziet deze buurt er enkel guur uit of is het echt geen goed idee nog veel verder te gaan. Wanneer we onder het spoor moeten en zelfs het voetpad eindigt, geven we het op en keren we terug naar de bewoonde wereld, moe, verbrand en hongerig. We lopen een restaurantje binnen, maar die hebben niets vegetarisch. De dienster verwijst ons naar de buren, en daar in de tapasbar is er wel een veggie aanbod. Het is een gezellige plek, vol met kunst van plaatselijke artiesten, alles is te koop. Moesten we meer plek hebben in onze koffers…
    memphis6

    Memphis is groter en stedelijker dan Nashville en er is ontzettend veel te zien. Graceland, de Sun Studio, verschillende interessante musea, de stad zelf natuurlijk. De zon verdampt langzaam mijn brein en ik moet de knoop doorhakken, mijn wederhelft is ondertussen zo vermoeid van de reis dat die niet meer kan kiezen. Dus wordt het het Civil Rights Museum, gedeeltelijk omdat we daar toevallig vlakbij zijn. Het blijkt een uitstekende keuze, het is een van de betere musea die ik al heb bezocht. Het museum is gehuisvest in het motel waar Martin Luther King is vermoord. De buitenkant is volledig bewaard zoals toen, compleet met oude auto’s aan de voordeur, maar achter de muren bevindt zich een superboeiend, modern museum. Met een audiotoer leren we over de geschiedenis van de slavernij en het lot van de zwarten in de VS. Vooraf krijg je een film te zien over de moord op King, en die gaf me echt kippenvel. Ontzettend indrukwekkend. Aan de overkant van de straat gaat het museum verder in het gebouw vanwaar werd geschoten, en gaat men verder in op het moordonderzoek. Dit deel is iets oubolliger en minder boeiend, maar we zijn nog steeds onder de indruk.
    memphis7

    We slenteren nog wat rond, langs Front Street naar de Mississippi, op zoek naar een plekje om wat uit te rusten. Er is echter maar een stukje groen aan de rivier en daar slapen de daklozen, dus echt relax zitten is het daar niet. Ik werd langzaam gek van de hitte dus doken we een Starbucks binnen voor een dosis airco en frappucino.

    ’s Avonds at ik eerst een pizza voor $5 bij de lokale ‘authentieke’ Italiaan die mij toch zeer Amerikaans smaakte. We duiken Beale Street in. Stel u de Gentse Feesten voor, maar dan 365 dagen per jaar. De straat is door de politie afgezet en verkeersvrij ’s nachts en er lopen horden volk van de ene kroeg naar de andere, gigantische plastic bekers bier in de hand. Hier en daar is er live muziek. Toevallig is er hier vanavond ook een motortreffen, want de ganse straat en alle zijstraten staan compleet vol met zware motorfietsen, honderden gewoon, een indrukwekkend zicht. In een Ierse pub is er een relatief rustig plekje op het terras. De pub staat erom bekend dat er levende geiten rondlopen, maar blijkbaar zijn die beestjes al gaan slapen nu. Wanneer we alcohol bestellen, moeten we eerst een identiteitskaart tonen, da’s ook al 15 jaar niet meer gebeurd :-)

    Omdat onze Inn ook op Beale Street ligt en het nog niet zo laat is, besluiten we tegen alle adviezen in geen taxi te nemen maar te voet te gaan. Het is echt niet ver, maar het laatste stuk gaat langs de oprit van de snelweg en een sociaal appartementsgebouw. De straat is echter rustig en we bereiken zonder een levende ziel te zien onze kamer. Ik heb voor het eerst het gevoel dat we te weinig tijd hebben, dat ik dingen aan het missen ben, dat ik deze stad maar niet kan doorgronden...

  • Roadtrip Deep South: Nashville

    Na een ontbijt op plastic bordjes en bekertjes en ons ingesmeerd te hebben met een flinke hoeveelheid zonnecrème vertrekken we te voet naar downtown Nasheville, zo’n half uurtje stappen. Onderweg blijkt eens te meer hoe Amerikaanse steden gebouwd zijn op de maat van auto’s. Je ziet echt nergens voetgangers, de straten zijn immens, er is overal druk verkeer, de snelweg mondt uit in het hart van de stad, overal is er parking,… Maar om te stappen is het heel wat minder aangenaam; geen bomen, geen schaduw, soms weinig te zien. 
    Als we dichter bij het centrum komen, wordt het toch nog interessant, zo lopen we langs het Union Station Hotel, een pracht van een oud stationsgebouw dat nu gebruikt wordt als hotel aangezien de trein helemaal niet meer het prestige heeft van vroeger.
    Nashville station


    We weten niet goed wat er te zien is, maar in het Visitors Centrum krijgen we een hele uitleg van een vriendelijke opa, een die bij ons al 10 jaar op pensioen zou zijn. De Country Hall of Fame blijkt 18 dollar te kosten, en dat vind ik toch iets teveel, ik hou niet eens van country. We dwalen wat door de binnenstad, maar er blijkt eigenlijk weinig te zien te zijn. Van zodra je de grote straten verlaat, kom je in verloederde stukken. Daarom niet onveilig, maar gewoon lelijk, niet ontwikkeld; parkeerterreinen, bouwwerven. Zelfs aan de waterkant is er minder dan niets te beleven. Bovendien is het bloedheet. Gelukkig ziet de buschauffeur van de gratis pendelbusjes ons verweesd staan kijken en ze roept ons de bus op. Zoals bijna altijd hier in de States volgt er meteen een hele babbel, waar we vandaan zijn, waar we na Nashville nog naartoe gaan,… De vriendelijke dame zet ons af aan de Bicentennial Mall, een relatief nieuw park vol monumenten, gewijd aan de rivieren in Tennessee, maar ook aan de tweede wereldoorlog,… Op zich geen hotspot, maar er is tenminste schaduw, en in de gezellige Farmers Market erlangs vinden we goedkoop en vrij lekker Jamaicaans eten.

    Aan de overkant vinden we een heuvel met daarop het Capitol van Tennessee. Na via een metaal detector en een strenge soldaat gepasseerd te hebben, mogen we het gebouw gratis bezoeken. Het gebouw blijkt nog zeer erg in gebruik te zijn, we worden aangesproken door de een of andere politicus en een half uur later start er een zitting in de kamer. Het gebouw zoemt van de activiteit. Het valt ons op hoe bereikbaar het allemaal is, je kan gewoon rustig overal binnenwandelen en ter plekke bij de secretaresse een afspraak maken voor een onderhoud met de gouverneur. Het is een klein, maar mooi gebouw, vol schilderijen (veelal portretten), antiek en een prachtige bibliotheek met oude draaitrap.

    We wandelen weer naar het centrum en bekomen even in de airco van de Starbucks met een frappucino. Wat nu gedaan met de rest van de dag? Het Ryman Auditorium zag er mooi uit, we liepen even rond in de inkom, maar om nu 13 dollar neer te tellen om de zaal langs de binnenkant te mogen zien? Naar de bars dan maar, waar er gezien het vroege uur nog weinig te beleven valt. We struinen door enkele superkitcherige cowboybootswinkels (een paar kopen, een paar gratis, reken op zo’n 350 dollar per paar) en kijken onze ogen uit. Sommige dingen zijn eigenlijk best wel mooi, in hun context. Zoals een knalpaars westernzadel, blijkbaar van de een of andere countryster. We bezoeken een gratis museum achteraan een van de winkels gewijd aan een beroemde violist die mij geheel onbekend is. Op Lower Broadway is er wel al livemuziek in elke kroeg, maar ondertussen ben ik zo uitgeput en ook wel verbrand door de zon dat ik te verdwaasd ben om binnen te stappen en daar iets fris te drinken, ik sjok verder richting hotel. Achteraf dik spijt van natuurlijk, maar de vermoeidheid na een week rondreizen begon zijn tol te eisen en de energie was er gewoon niet meer.
    Nashville

    Een dik half uur terug in die brandende zon zien we niet zitten en dus wachten we temidden van een bende middelbareschoolkinderen en één zwarte student op de bus. Blijkbaar neemt niemand anders ooit de bus dan kinderen onder de 16 en armere mensen. Na 20’ verder verbanden is er eindelijk een bus. De zwarte student blijkt geen flauw idee te hebben waar Belgium is, maar het daagt hem wel dat het waarschijnlijk niet in de VS is, ergens aan de andere kant van de oceaan. Hij studeert psychologie in Memphis en zegt dat Memphis veel leuker is dan het saaie, blanke, cowboy-minded Nashville. Ik ben benieuwd.

    ’s Avonds maken we nog een wandeling in onze universiteitsbuurt, maar het enige terrasje zit vol en de winkels zijn al gesloten. We zijn te moe om weer naar het centrum te rijden en daar iets van de livemuziek mee te pikken.

    Na de prachtige, bewaarde oude centra van Savannah en Charleston is Nashville een heel andere wereld. Een typisch Amerikaanse stad; rondom de stad zie je overal groen, maar in het centrum overheerst beton. Nieuwbouw, hoogbouw, bouwwerven en shaggy bars. Elke vorm van stadsplanning, van visie lijkt te ontbreken, er zijn bijna geen pleintjes, geen schaduw, geen bankjes. Het is geen stad op mensenmaat, het is er niet gezellig. Ik vermoed dat de country-fan hier wel zijn hart kan ophalen en dat er eens het donker is ook wel amusement zal zijn in veel vormen en soorten, doordrenkt van Budweiser en andere alcohol. Maar puur qua stad is er weinig dat uitnodigt om te blijven hangen. Er was een leuk stadsmuseum, maar dat bleek net vandaag gesloten.

    Dit klinkt misschien wel negatiever dan de bedoeling is. Je kan the South volgens mij niet bezoeken zonder Nashville te zien. De stad heeft een apart gevoel en ademt muziek uit door elke porie. De bars zien er echt wel cool uit en het is allemaal amerikaanser dan amerikaans. Bovendien is dit mijn persoonlijke Kings Of Leon bedevaardsoord ;-) En misschien hadden we toch iets van de muziekdingen moeten bezoeken. Maar het is wel een cultuurshock met de eerste week van onze reis. In Nashville staat het vol met borden die wijzen op geschiedenis, op welk prachtig gebouw of monument op die plek ooit stond, maar in 99% van de gevallen is er ondertussen niets meer van dat verleden te zien, het is niet bewaard gebleven. Het beste voorbeeld was ons hotel, dat beneden vol foto’s hing van de prachtige school die hier ooit stond en waar ze dus later een nieuwbouw ketenhotel hebben neergepoot.