UA-104319606-1

qotsa

  • Pukkelpop 2010: The National, Queens of the Stone Age, Jónsi en The Low Anthem

    Tegen 14u staan we op de heilige wei. Het is best wel warm, ik voel me een tikkeltje loom en we struinen rond. Eerste halte, de Marquee, waar ik me buiten in het gras/stof nestel en een stukje meepik van de mij totaal onbekende Alain Johannes. Muzikant geweest bij Qotsa, de Vultures en Lanagan lees ik achteraf, maar dat zou je tijdens zijn set niet zeggen, de kalende man op leeftijd brengt ingetogen, doorleefde luisterliedjes. Maar ik ben wel onder de indruk. Blijkbaar komt de man zijn soloplaat een dezer dagen uit en die zou best wel eens de moeite kunnen zijn.

    We blijven hangen voor Surfer Blood, getipt door een zeer hype-gevoelige kennis, maar dit is dan toch een hype die aan mij voorbij mag gaan. Gitaarriedeltjes die het ene oor ingaan en het andere meteen weer uit. Bovendien hangt er binnenin de Marquee geen scherm en is een optreden vrij saai als je niks ziet. Na een drietal nummers trap ik het af. Nog een wandeling over de wei, even binnengewipt bij Jezus en de andere geschifte mannen van Bataclan maar het is zowaar iets té warm en de Marquee blijkt een leuke plek om gewoon wat rond te hangen.

    Dus spreid ik mijn matje uit en doe ik een tukje in de Marquee terwijl het mij onbekende maar meermaals getipte The Low Anthem zich opmaakt. Deze keer weet ik wel beter dan recht te staan, er is maar een halve marquee op het optreden afgekomen en om mij heen blijven de meeste mensen rustig zitten. De muziek van The Low Anthem leent zich trouwens uitstekend voor zo’n dromerig festivaldutje. Het is allemaal héél zachtjes, zo zacht dat de andere podia soms overstemmen en gewoon perfect om vertikaal van te genieten. Rustig, oorstrelend, schoon. Indrukwekkend. Absoluut een groep om verder te ontdekken en dringend eens materiaal van in huis te halen. Voor mij dé revelatie van deze Pukkelpop.

    Benieuwd was ik ook naar The Drums, verantwoordelijk voor de meest catchy singletjes van het laatste half jaar. Binnen zie ik weer amper, dus ik verkas naar het plein voor de Marquee aangezien daar het scherm hangt. I like what I see. Een vreemde Bent-Van-Looy-maar-dan-minder-goede zanger die zo te zien een geweldig ego heeft en redelijk queer is en vooral een elegant ronddansende (surrealistisch eigenlijk) maar verder blijkbaar weinig toevoegende muzikant stelen de show. Ik vind het eigenlijk best wel goed, al zijn we maar kort gebleven want ik wou een goed plekje voor dé groep waarvoor ik eigenlijk was gekomen.

    En de groep waarvoor ik hier vandaag was, da’s natuurlijk The National. Op het gebied van The National ben ik een very late adaptor. Ik ontdekte ze pas bij Bloodbuzz Ohio terwijl de mannen blijkbaar al meer dan 10 jaar en 5 platen bezig zijn. Shame on me! Want hun cd High Violet staat nu al enkele weken op repeat samen met The Suburbs van Arcade Fire en ik kan me niet voorstellen dat ik de komende maanden iets meer nodig zal hebben dan die twee meesterwerkjes. De muziek van The National is op dit moment mijn eten en drinken. Voor de ziel welteverstaan. Ik keek dan ook ongelofelijk hard uit naar dit live optreden.

    Ze begonnen meteen goed met het nog vrij toegankelijke Anyone’s Ghost. Bloodbuzz Ohio zat als derde in de set, naar mijn gevoel net iets te vroeg, het publiek was nog niet echt helemaal mee op dat moment. We kregen vooral nummers uit de laatste twee platen The Boxer en natuurlijk High Violet. Zoals Afraid of everyone, Fake Empire en Squalor Victoria.

    Als een puber van 15 werd ik instant verliefd op zanger Matt Berninger, toch wel een bijzonder geval. Lang en slank, nog benadrukt door de smalle zwarte jeans met donker hemd en das, stijlvol, de ideale schoonzoon en toch rock ’n roll, je moet het maar doen. De man staat mijlenver van de archetypische rockzanger, lijkt zich zelfs onwennig te voelen op het podium, draait regelmatig zijn gat naar het publiek om zich te voorzien van witte wijn en kijkt al eens bijzonder weird eens de zonnebril af is. Maar tegelijk straalt hij een eindeloos charisma uit, nog eens versterkt door zijn unieke bariton. Ik raak helemaal betoverd, ook door de fantastische andere muzikanten. Maar liefst met 8 staan ze op het podium, twee blazers die wonderwel samensmelten met de muziek inclusief. Alles klopt gewoon aan dit optreden, van de eerste tot de laatste noot. Zelden zoiets perfect gezien.

    Ik dacht dus dat het hoogtepunt van Pukkelpop 2010 er om 20u30 opzat, maar dat was nu eens buiten Josh Homme en zijn Queens of the Stone age gerekend. Eerst even aangeschoven voor een verse mojito en dan weer naar de main stage een plekje zoeken. Niet te ver naar voor want ik heb in de Lotto Arena al gezien hoe sommige manspersonen het kot kunnen afbreken en ik zou niet graag hebben dat ze MIJ afbreken, maar toch ook niet te ver naar achteren want Qotsa is de max en ik wil er zo weinig mogelijk van missen. Uiteindelijk eindigden we vrij vooraan maar tussen een bende tieners die het uitzonderlijk rustig hielden.

    De Queens kenden werkelijk geen genade. Met opener Feel good hit of the summer hadden ze de wei al plat. Zo makkelijk gaat dat voor Josh en de zijnen. Retestrak, over de wei donderend als een pletwals maar toch elke noot op zijn plaats. Allemaal op een rij vooraan op dat podium, een indrukwekkend zicht.
    Voor de tweede keer op twee uur tijd werd ik verliefd, deze keer op het onverdunde testosteron en de pure mannelijkheid van Homme. Niemand kan weerstaan vermoed ik… Hij was in bijzonder goede doen en grapte met het publiek, ‘We didn't come to hurt eachother, we came to fuck eachother' en ‘Just keep dancing, that's all I'm asking'. Met veel plezier, Josh!
    Little Sister, Monsters in the parasol (zit nu nog in mijn hoofd), Go with the flow en net als je denkt dat het niet meer beter kan No One Knows. De wei ontploft, er is geen paar voeten dat nog stilstaat. Fuck als die dancehall acts, niks zo goed om helemaal loos op te gaan als de Queens. De adrenaline giert door mijn lijf en ik amuseer me te pletter. Met A song for the dead stoppen de Queens er echter al mee, maar liefst tien minuten te vroeg. En dat terwijl ze zo nog makkelijk een uur door hadden kunnen gaan. Zucht.

    Helemaal opgefokt vlieg ik door de wei terug naar de Marquee. Over enkele ogenblikken begint daar Jónsi en de uitverkochte AB (waar ik gelukkig wel bij was geraakt) in gedachten verwachtte ik mij aan een tent waar nergens nog in te raken was. Ik kon mij niet meer hebben vergist. De Marquee was zo leeg dat ik zonder probleem tot de tiende rij kon wandelen. Waar zit iedereen?!?
    Het viel niet mee om na Qotsa de adrenaline uit mijn systeem te krijgen en lang genoeg stil te blijven staan om de toch wel subtiele Ijslandse muziek te laten doordringen. Maar na een goeie tien minuten had Jónsi het dan toch gedaan en was ik helemaal mee in de set.

    Ik heb de indruk dat de set wat was aangepast aan festivalnormen. Bekendste nummer Go do zat vrij vooraan en ook verder hield Jónsi er met bijvoorbeeld Boy Lilikoi de vaart in, wat wel nodig is om een na drie dagen uitgeput publiek’s aandacht vast te houden.
    Af en toe overstemde het gebonk van andere podia even, maar al bij al viel het mee. Het was als in AB genieten van de verbluffende visuals en de ijle, unieke stem van Jónsi, die als bezeten over het podium dreef als een soort sjamaan.
    Met Grow till tall zat het optreden er veel te snel op. Al was ik daar eigenlijk niet rouwig om, want ik was best wel moe na een dag Pukkelpop (waar is mijn uithoudingsvermogen) en mijn hoofd tolde gewoon om van de indrukken, er raakte toch niets meer bij.

  • Rockchick

    Sinds Qotsa zondag ben ik helemaal in the mood moet ik zeggen. Zit nog meer dan anders al het geval is de hele tijd met muziek in mijn hoofd en heb enorm veel zin om weg te gaan, concerten te doen,...

    En er zijn ook véél leuke vooruitzichten op dat gebied. Terwijl de tickets voor dEUS gisteren in de brievenbus vielen, zijn de volgende tickets al besteld. En niet van de minste; The Gutter Twins in de AB. Oftewel de combinatie van Greg Dulli en Mark Lanegan, twee vrij goddelijke heerschappen.
    Ik ben al meer dan tien jaar absoluut verslaafd aan Dulli's muziek, heb alles van The Afghan Whigs in huis en van opvolger The Twilight Singers. Ik probeer ook elke keer te gaan kijken wanneer de man in het land is; de AB, Pukkelpop,... En elke keer is het weer schitterend.
    En Lanegan is uiteraard ook geen onbekende. Denk maar aan de Screaming Trees, zijn solowerk of zijn gastoptredens bij alweer The Twilight Singers of Qotsa...

    En van't weekend staat er Daau op het programma, formerly know as Die Anarchistische Abendunterhaltung, die een soundtrack gaan spelen bij Our Daily Bread ...

  • Queens of the Stone Age @ Lotto Arena

    Ik lees net de recensie van het concert in de Standaard, die niet geheel positief is overigens, dus het is meer dan tijd om hier zelf ook nog iets over te schrijven, zoals beloofd. Reden waarom het zo lang duurt, staat wel goed uitgelegd in de Standaard: “we hadden de muzikanten wat graag naar de achterkant van de zaal en naar de balkons gesleurd, zodat ze zelf eens konden ervaren hoe abominabel ze klonken. Van de sierlijke gitaarmotiefjes waarvoor de Queens worden geroems, was geen spoor. De drums knalden niet maar produceerden plopjes en een diep gezoem. De bas verdween in de geluidssoep.”

    We waren een beetje aan de late kant, het was ruim 20u30 eer we via auto en tram aan de Lotto Arena waren geraakt en we ons naar een verkeerd adres gestuurd ticket aan de kassa konden ophalen en tegen die tijd waren zowel het middenplein als de eerste verdieping hermetisch afgesloten. Ik, die doorgaans begin te freaken als ik geen plaats kan bemachtigen ergens in de eerste twintig rijen, wist niet wat me overkwam. Een Qotsa concert en dan verwacht worden op een plastic stoeltje te zitten, ik wist niet dat dit voor sommige mensen een mogelijkheid was, ik had er gewoon geen rekening me gehouden...
    En dus zaten we daar, op de tweede rij van het tweede balkon, geen slechte plaatsen voor theater of misschien zelfs een stand-upper, maar voor een rockconcert kan ik me nauwelijks een slechtere plaats inbeelden. Je zat niet 'in' het concert; de drums en bassen gaven geen kriebels in mijn buik, ik kon de kleine dingen op het podium niet volgen, ik hoorde maar de helft van wat Josh Homme zei, en dat was op zich al bijna niets. Ik kon amper bewegen, niet dansen, niet springen, je voelde het optreden niet, maakte er precies geen deel van uit en was meer een toeschouwer, alsof je naar iets zit te kijken op tv. Daardoor was ik het eerste kwartier vooral lastig en gefrustreerd en heb ik nadien vooral veel gemist, en precies geen inspiratie om een deftige review te schrijven...

    Niet dat er iets scheelde met het concert, op zich was het zalig, en ik heb me zelfs enorm geamuseerd, daar vanboven wiegend op mijn stoeltje, maar ik blijf met het gevoel zitten dat het anders zo'n 300% beter geweest zou zijn... Soms kon je bijvoorbeeld nauwelijks een nummer herkennen door de slechte kwaliteit van het geluid.

    Maar kom, genoeg gezaagd; de Queens waren gewoon super, en zo is er weer een van de groepen die ik altijd al wou zien van de lijst geschrapt. De show was strak en snel; toen het optreden er na anderhalf uur opzat, had ik de indruk dat ze nog maar een half uurtje bezig waren en al hun goede nummers nog moesten spelen. De zaal ontplofte al bij het vierde nummer, het absoluut zalige Feel Good Hit of the Summer (met een stukje Hard Day's night van The beatles erin). Daarna volgden het al even fijne Go with the flow, Turnin on the Screw, Hangin' Tree en Little Sister. Vol jaloezie zag ik beneden de menigte kolken, maar ook wij minder bedeelden bovenaan zaten alles behalve stil; ik vreesde soms dat het ganse balkon de dieperik in zou gaan met al die meetikkende voeten en wiegende hoofden...
    Met wat minder bekende nummers dreef mijn aandacht even weg, om helemaal terug te zijn bij het aan alle beautiful ladies opgedragen Make it with chu. Om het eens met Ilse haar woorden te zeggen, Josh Homme kan mij absoluut krijgen, da's een feit...

    Hét moment kwam er bij de bissen, toen er een immens uitgesponnen intro kwam van No one knows, nog een van mijn all time favourites, en aan de uitzinnige reacties te merken niet van mij alleen. Op dat moment kwam de energie eindelijk tot in de nok van de zaal, en ontplofte de balkons gewoon mee. Prachtig. Ik loop nog altijd op wolkjes als ik aan die laatste nummers terugdenk. Al zat Josh Homme daar ook wel voor iets tussenzitten, die man = god!
    De groep hield zich helaas braaf en strak aan het schema van de zaal, en er was slechts tijd voor één laatste nummer. Dat dit A Song for the Dead was, maakt veel goed. Toch had het optreden voor mij nog veel langer mogen duren, miste ik een aantal steengoede nummers en waren de Queens nogal karig met woorden die avond. En de volgende keer, dan sta ik vooraan. Try and stop me...

  • Nicotine, valium, vicodin, marijuana, ecstasy and alcohol. Cocaine

    QOTSA, Queens of the Stone Age, Josh Homme en kompanen, gisterenavond in de Lotto Arena.

    Ik loop nog steeds op wolkjes. In love with Josh Homme.

    Verslag volgt later. Wanneer ik weer nedergedaald ben ofzo...