UA-104319606-1

peuterschool

  • Peuters op school en het verhaal van zindelijkheid. Of het gebrek eraan.

    Ik moet de bewuste aflevering van Pano nog bekijken, ik was net op mijn werk naar huis vertrokken toen het werd uitgezonden. En van Crevits haar uitspraken op de radio heb ik ook maar een flard opgevangen. Maar ik heb al lang een duidelijke mening over peuters en school en ook over zindelijkheid kan ik wel iets vertellen eigenlijk. Net zoals zoveel ouders ben ik verontwaardigd over bepaalde uitspraken maar ook gewoon over hoe wij in dit land met kinderen omgaan.

    Zoals ik het zie horen peuters gewoon niet thuis in ons huidig schoolsysteem. Ik ken weinig andere landen waar ukjes van 2,5 jaar op een school worden gedropt. Kinderen van die leeftijd zijn vaak nog niet zindelijk (volgens experts terzake komt dat vanzelf ergens tussen 2 en 5 jaar). Ze hebben nood aan slaap overdag. Ze zijn nog niet zo zelfstandig en hangen af van zorgfiguren. Ze zijn vaak nog niet heel erg talig. Beter zou het naar mijn mening dus zijn om kinderen tussen de pakweg 2 en 4 jaar apart op te vangen. In een aparte leefgroep in de crèche. In een aparte, huiselijke ruimte binnen de school met de mogelijkheid om te slapen, om met een pamper te komen, om ‘ongelukjes’ te hebben qua zindelijkheid. In kleine groepen en vooral met voldoende verzorgers. Waar de kinderen hun eigen ritme kunnen volgen. Waar ze liefst ook kunnen blijven na schooltijd zodat ze niet ook nog eens naar de chaotische naschoolse opvang moeten waar ze verblijven tussen kinderen die soms 3 keer zou oud zijn als zijzelf.

    Mijn kinderen zijn op school gestart toen ze bijna 3 jaar oud werden. Ze zijn allebei op het einde van het kalenderjaar geboren wat maakt dat de ene in juni naar school mocht en de andere in mei. Een peuter voor 1 of 2 maanden naar de school sturen, naar de opvang en dan opnieuw in de vakantie naar de crèche moeten gaan leek me een hels idee. Dus bleven ze in de crèche. Weliswaar tegen hun zin want de crèche was absoluut niet afgestemd op kinderen van hun leeftijd. Ze zijn allebei op 1 jarige leeftijd van de babies naar de peuters verhuisd en waren daar na 2 jaar echt op uitgekeken. De ruimte was te klein, het aanbod te saai, ze waren uitgekeken op het speelgoed en interageerden meer met de verzorgsters dan met vriendjes. Maar ze sliepen er ’s middags nog 2 tot 3 uur en konden de hele dag in dezelfde omgeving blijven. En ze waren niet zindelijk. En de dochter ook niet heel erg talig.

    Neem nu mijn dochter. Op 2,5 jaar was die wellicht best graag naar school gegaan. Maar ze had dutjes nodig en droeg een pamper. Ze sprak nog vooral haar eigen babytaal. Ze was echt nog een klein, afhankelijk figuurtje. Toen ik haar op bijna 3 jaar naar school bracht, was ze er écht klaar voor. In de laatste 3 weken voor 1 september heeft ze enorme stappen gezet in haar ontwikkeling, want zo gaat dat bij kinderen meestal, in grote sprongen. En de overgang liep dan ook probleemloos, zelfs zonder traantjes.

    Wel was mevrouw niet zindelijk. En nee mevrouw Crevits, dat ligt echt niet aan een gebrek aan proberen. Bij beide kinderen zijn we op de leeftijd van 2 jaar gestart met het aanbieden van het potje. Bij allebei bleek dat te vroeg. Een kind is trouwens geen hond, je kan dat niet trainen. Bij de oudste hebben we nog even op advies van Kind en Gezin gewerkt met stickers, maar eigenlijk heeft dat geen zin. Als ze er klaar voor zijn, gaan ze op het potje. Geen dag vroeger. En natuurlijk moet je daar als ouder werk van maken en tijd in investeren om hen wat te helpen daarbij, in hun blote poep te laten lopen en uit te testen of het al werkt. En te dweilen vooral wanneer het niet werkt. Maar als ze er niet aan toe zijn, dan lukt het niet.

    De oudste werd zindelijk 1 week voor zijn officiële instapdatum in juni. Toen hij in september gestart is, hebben we zo goed als nooit natte broeken mee terug gekregen uit de school. Maar stress dat wij hebben gehad uit angst dat ons kind niet zindelijk zou zijn als hij naar school zou moeten. Echt, ik zweer het, je ligt daar als ouder van wakker. En legt druk op dat kind waar dat eigenlijk totaal niet zou mogen. En dan doet mevrouw de minister daar nog eens een ton of wat druk bij.

    De jongste ging al op haar anderhalf ofzo op het potje zitten dus wij dachten dat het easy peasy zou zijn, maar niets bleek minder waar. Ze schepte er een hels genoegen in om naast dat potje te plassen. Ze vond rondlopen met een natte slip of een “ei in haar broek”, toch de motivatie om van de meeste kinderen om droog te worden, totaal niet erg. We noemden haar al lachend een “vuile prei” en ze beschouwde dat als een geuzennaam.

    Uiteindelijk duurde het tot 2 maanden voor haar 3e verjaardag eer de meeste plasjes in het potje eindigden en is ze gestart op school terwijl ze systematisch elke grote boodschap in haar slip deed. We hebben de afgelopen week geen enkel ongelukje meer gehad en je kan je niet voorstellen hoe blij we daarmee zijn. Want als ouder zit je er écht wel mee dat de juf elke dag zo’n onsmakelijk cadeau kan opruimen. Chapeau trouwens voor die juf, die nooit geklaagd heeft, die er elke dag weer ongelofelijk gemotiveerd aan begint, die mijn kinderen aanbidden en die erin slaagt van haar klas een leuke plek te maken voor peuters en kleuters. Het is ongelofelijk wat een verschil er elk jaar is tussen het kind dat ik naar school breng op 1 september en het kind dat ik terug krijg eind juni. Niets dan goede woorden dus voor onze school, waar kinderen wel mogen slapen ’s middags en de ouders niet achter een lijn op de speelplaats worden gedreven maar altijd welkom zijn in de klas. Maar dat is weer een ander verhaal.