olympia

  • The National @Olympia, Paris, 23/11/2010

    The national1.jpgNa een verpletterend optreden op Pukkelpop ging ik meteen op zoek naar kaarten in AB voor The National in november, maar het concert bleek al maanden hopeloos uitverkocht. Gelukkig zijn de Fransen iets minder concerthysterisch en bleken er op dat moment nog kaarten voor Olympia in Parijs. Ok, het is een beetje zotjes, zo ver reizen voor een concert, maar langs de andere kant is Olympia de beste concertzaal die ik ken en The National op dit moment met verre voorsprong mijn favoriete groep. Daarnaast is Parijs ook niet de slechtste stad en zijn afstanden na roadtrippen in Canada en het zoete Amerikaanse Zuiden ook wel een stuk relatiever geworden; 3 uurtjes auto, dat moet je er voor over hebben. En zo kwam het dus dat we vorige week dinsdag tegen de middag vertrokken en enkele uurtjes later vlot parkeerden in de ondergrondse parking van Olympia.

    We hadden nog enkele uurtjes over voor het concert, eerst rustig een Mocha Caramel in Starbucks en een beetje shoppen en dan snel iets eten. Wat een probleem bleek; elk zichzelf respecterend Parijs restaurant opent ten vroegste om 19u en 19u30 begon Phosporescent al, het voorprogramma. Hoe doen die Fransen dat? We vonden nog een vrij zielige Italiaan die wel op tijd open was, maar lekker was het niet. Enfin, ik stond op tijd in de concertzaal en daar was ik uiteindelijk voor gekomen, toch!


    Phosporescent klonk rustig en Amerikaans. Ze zijn oorspronkelijk uit Athensm Georgia (REM, iemand) en dat klonk ook door in de muziek, zalige, rustige southern klanken. Cd'tje misschien eens beluisteren.

    Iedereen in de uitverkochte zaal zat duidelijk op The National te wachten. Toen de groep wat op zich liet wachten, werd de massa onrustig, maar eindelijk waren ze daar. Matt Berninger zoals altijd zeer strak in het pak, de tweeling op gitaar (waarvan er eentje ziek geweest moet zijn maar dat was niet te merken) ook, de hippiedrummer met baard en zweetbandjes zag er even geschift uit als op Pukkelpop. De bebaarde violist van toen was er nu niet bij, blijkbaar vervangen door een extra toetsenman en wel net zoals van de zomer waren er ook twee blazers.

    Begonnen werd meteen met een kippenvelmoment, Runaway, zachtjes gespeeld en kwetsbaar gezongen. De hele show werden de songs visueel ondersteund door een videoprojectie op de achtergrond. De groep begon straf en kon het niveau constant hoog houden met Anyone's Ghost, Mistaken for strangers en dan direct bekendste single Bloodbuzz Ohio. Daarna een nummer dat ik niet echt kende, Baby we''ll be fine, gevolgd door twee van mijn favorieten uit Boxer, Slow Show en Squalor Victoria, waarin The National kan tonen dat ze niet enkel de beste zijn in de zachte luisterliedjes vol tristesse en weerhaakjes, geschikt voor druilerige herstavonden vol weltschmerz, maar ook kunnen rocken als een bende psychotische wolven op coke. Het mag gezegd.

    De hoofdmoot van de nummers kwam uit High Violet en Boxer, zoals Afraid of Everyone, Appartment Story, Conversation 16 en Sorrow. Maar ook ouder werk, zoals duivelse rocker Abel (waarop de zaal duidelijk zat te wachten. Opmerkelijk trouwens hoe iedereen rondom mij de songs woord voor woord kon meezingen, zoals de recente hits als de oude nummers) en Daughter of the soho riots. Afgesloten werd met England (tot groot genoegen van de bende Engelse meisjes rondom mij) en publiekslieveling Fake Empire. Mooier dan dit wordt het niet.

    The national2.jpg


    Of toch? Want alhoewel de groep al anderhalf uur had gespeeld, kwamen we nog terug voor maar liefst 4 bisnummers, die door het publiek meteen met huid en haar naar binnen werden geschrokt en in het hart gesloten. Lucky You, Mr November en Terrible Love kregen we, waarna de groep NOG een keer terugkwam, maar deze keer allemaal helemaal vooraan op het podium, met nog 1 gitaar, de blazers en zonder versterking, voor een kippenvel-in-het-kwadraatmoment met een akoestisch versie van Vanderlyle Crybaby Geeks die volgens mij zelfs nu nog na een week in alle hoofden van de aanwezigen gebetonneerd zit.


    Een topoptreden dus, zonder twijfel een van DE optredens van 2010. Enkele grote verschillen met hun passage op Pukkelpop waren merkbaar, zoals ook verwacht gedijt The National veel beter in een zaal en in het donker dan in de zon van de festivalwei op de middag. Alle groepsleden waren veel meer van zeggen en maakten er een spelletje van om elkaar constant te jennen. Volgens mijn gezelschap haalde dat de vaart soms wat uit het optreden, maar zelf ervoer ik dat eigenlijk niet echt zo, het maakte de vreemde, charismatische Berninger menselijker. Af en toe brullen zonder geluid te maken, als een getormenteerde wolf rondjes over het podium maken en vooral grote hoeveelheden wijn drinken, da's de zanger van The National. Maar vanavond zag hij er merkbaar ontspannen uit en de hele groep had er enorm zin in. Bijna twee uur The National en nog blijf ik achter met een drang naar meer, Het was ook voor het eerst sinds mijn 18de ofzo dat ik me liet verleiden om een bandshirt te kopen en ik was duidelijk niet de enige. Geen enkele groep kan ik mijn ogen momenteek tippen aan The National, met hun enorm organische sound, veelzijdig en toch altijd zeer typisch tegelijkertijd, warm, ik kan er zowel gelukkig, vrolijk als triest van worden, afhankelijk van de stemming van het moment als ik luister.

    Zalig ook het Parijse publiek, dat veel minder trekt en duwt en Olympia waar je met zijn afhellende vloer overal goed kan zien. Ok, de drie uur durende terugtocht waarbij de oprit naar de snelweg ook nog eens gesloten bleek en het constant regende was de hel, zeker omdat mijn wederhelft constant in slaap dreigde te vallen achter het stuur, maar we waren het eens, het was elke seconde waard.

  • Kings Of Leon @ L'Olympia - Paris

    Een weekendje Parijs, een onvergetelijk concert in een legendarische concertzaal, laten we eerlijk zijn, zo’n fantastisch cadeau had ik nog nooit gekregen. Ondertussen zit het weekend erop en loop ik nog steeds op wolkjes…

    Ons hotel lag om de hoek van L’Olympia, handiger kan bijna niet. Toen we om 16u30 naar ons hotel wandelden stond er tot mijn grote verbazing al een lange rij aan de concertzaal, en dat twee uur voor de deuren opengingen. Licht gealarmeerd beperkten we ons tot een snelle hap en liepen omstreeks 19u (enorm vroeg dus voor ons doen) al L’Olympia binnen.
    De zaal, met de neonletters boven de ingang, maakte alle hooggespannen verwachtingen waar. Binnenin hangt de gezellige sfeer van de AB, maar doordat er zowel een zit- als een staangedeelte is, kan er een pak meer volk in. De zitplaatsen komen echter bijna volledig boven de staanplaatsen, waardoor je niet het bunkergevoel krijgt zoals in pakweg Vorst of de Lotto Arena, maar de zaal gezellig en goed van geluid blijft terwijl iedereen een uitstekend zicht heeft, aangezien zelfs het staan-gedeelte licht naar boven helt.
    Mijn angst om geen goed plekje meer te hebben bleek gelukkig onterecht, een uur voor het voorprogramma zou beginnen konden we nog makkelijk tussen de zittende menigte door naar de vijfde rij wandelen. Dan was het nog een uurtje wachten geblazen op The Ettes, een eenvoudig rockgroepje bestaande uit een bassist, een drumster en een gitariste/zangeres met niet bijzonder interessant stemgeluid. Simpele rechttoe-rechtaan rock en op die manier wel een leuke opwarmer, maar aangezien het grote muzikanten noch geniale songschrijvers zijn verwacht ik er verder weinig van te horen.
    KOL

    Hoe groot de Kings Of Leon ondertussen geworden zijn (het concert was vrij snel helemaal uitverkocht), toch lieten ze het publiek niet wachten. Iets voor 21u al bestegen de mannen onder een overdonderend applaus en gejoel het podium, om met Crawl meteen lekker vettig te starten.

    Ik heb Kings of Leon pas ontdekt ten tijde van de single On Call, in 2007. Ik moest meteen de cd (Because of the Times) hebben, en dat werd voor mij een van dé platen van 2007 en 2008. Ik heb ze niet grijs gedraaid, maar wit. De nummers van hun twee voorgaande platen, waren mij echter grotendeels onbekend, moet ik tot mijn schaamte toegeven.
     In 2008 zag ik ze voor het eerst live op Rock Werchter en eind dat jaar kwam ook Only by the night uit, hun vierde plaat waarmee ze voluit voor het grote publiek gaan. Die plaat kan mij persoonlijk minder bekoren dan zijn voorgangers. Alhoewel er heel wat steengoede nummers opstaan, is ze over het geheel nogal gladjes, wat trager ook, waarbij ik van Kings of Leon toch meer het hoekige en het vetrockende kan appreciëren. Daarnaast staan er ook ietwat te veel zeemzoete ballads op. Maar niettemin blijft het een wereldplaat van een wereldgroep, dat hoor je mij nergens ontkennen…

    Met het tweede nummer Taper Jean Girl kwam meteen oud werk aanbod. Kings of Leon gaan gelukkig dus niet voluit voor de platte commercie, maar blijven naast de nieuwe nummers ook trouw aan oude rockers en speelden volop nummers van hun oudste twee platen, zoals ook Molly’s Chambers, een doorbraakhitje uit 2003 dat helemaal vooraan in de set zat. Tussen die twee nummers in kwam met My Party eindelijk een nummer uit Because of the Times aanbod.

    Vier nummers ver, en nog maar eentje uit de laatste plaat, daar moest iets aan gedaan worden, en dus kregen we als volgend nummer Closer, een weliswaar trager nummer, zoals kenmerkend voor die laatste plaat, maar niettemin een dat ik absoluut kan smaken. Wanneer zanger Caleb Followill zijn akoestische gitaar omhing, was het tijd voor Fans, opnieuw een nummer uit mijn favoriete cd gevolgd door Revelry, een rustig maar bloedmooi nummer van hun laatste worp.  Daarna maar liefst drie oudjes na elkaar, Milk, Four Kicks en Wasted Time. Alhoewel ik dat oudere werk dus slecht ken, vond ik vooral die nummers toch behoorlijk leuk, omdat ze veel harder rocken dan de laatste nummers. Daarnaast vind ik het ook gewoon zowel moedig als sympathiek om niet te gaan voor een overdosis aan nieuwe nummers en de nadruk dan vooral te leggen op de meest zeemzoetige om de talrijk opgekomen tienermeisjes te plezieren. Neen, Kings Of Leon zijn nog altijd een rockband en lijken zelf ook het meest plezier te beleven als ze stevig loos kunnen gaan op het podium. Wat een hele geruststelling is voor een muziekliefhebber zoals ondergetekende…

    Mooi midden in de set haalden ze dan het grote geschut boven, met de op alle radiozenders scorende superhit Sex on Fire, verguisd door sommige die hard fans maar niettemin een steengoed nummer. Meteen daarna kwam een oud nummer (The Bucket) gevolgd door Notion, een van hun nieuwe nummers dat ik iets minder kan smaken wegens vrij platjes en een beetje saai. Maar dat maakten de mannen meer dan goed door meteen daarna On Call te spelen, het nummer dat hen voor mij bij de beste rockbands ooit heeft gezet. Stevig op dreef nu, want huidig radiohitje Use Somebody (dat ik eerst ook weer vrij platcommercieel vind maar zich ondertussen toch in mijn gehoorgangen heeft gebetonneerd) volgde, helaas daarna weer gevolgd door een van de minst goede nummers van hun nieuweling, Cold (een echte meezinger voor gevoelige tienerhartjes).
    Na nog een oud nummer zat het eerste deel van het optreden er al op.

    Mijn gevoel? De mannen waren in supervorm, de mix tussen oud en nieuw was geslaagd, alleen miste ik zowat al mijn favoriete nummers uit hun derde plaat, die leken ze wel vergeten. Gelukkig bestaat er nog zoiets als bisnummers en werden daarin al mijn gebeden verhoord. Ingezet met Knocked Up, een nummer van wereldklasse, gevolgd door het leuke Manhatten (van de nieuwe plaat) om dan helemaal loos te gaan met het wild om zich heen klauwende Charmer, oftewel de meest harde kant van de KIngs (met een flinke scheut Pixies) en het zalige Black Thumbnail. Vooral bij die laatste vier nummers heb ik me de ziel uit het lijf gedanst en gesprongen en was het optreden voor mij pure adrenaline en euforie. Prachtig ook om met zo’n hoogtepunt te eindigen. Ik was helemaal opgeladen en euforisch toen we, na het aanschaffen van enkele supercoole buttons, de Parijse nacht in verdwenen, een nacht die helemaal leek na te zinderen en die we afsloten in een leuke Ierse pub over ons hotel.

    De balans? Onlangs de twee afgelaste concerten eerder die week stonden de mannen er. De gitarist kreeg het na enkele nummers wat lastig en moest gaan zitten, maar doordat we zijn geluid pas tegen het einde van de show te horen kregen (boxen vergeten open zetten iemand?) kan ik daar verder weinig over zeggen. Het beste zicht had ik op bassist Jared, die met zijn korte kapsel erg aan Collin Farrell doet denken en niet alleen mooi is om naar te kijken maar een bijzonder melodieus basspel neerzet. Eyecatcher is en blijft echter Caleb Followill, die een van de mooiste rockstemmen heeft van de laatste twintig jaar, rauw, vol soul, vol sex ook, een stem die ik alvast nooit beu kan raken.
    De groep beperkte zich tot het absolute minimum aan bindlijnen of show, maar stond gewoon te rocken als een sneltrein en speelde een stomende en vlekkeloze set, maar liefst 21 nummers op goed anderhalf uur tijd. Een perfect optreden dan, ware het niet dat de grote groepen Britse pubers het eerste half uur grondig hebben verpest door een eindeloos stomdronken geduw, getrek en gejengel om toch maar op die eerste rij te raken, ondertussen kwistig bier in het rond gooiend, elleboogstoten uitdelend en op ieders tenen springend. Maar eens de bende hysterische tienermeisjes en losgeslagen kerels tot die eerste rij was doorgedrongen en wij weer konden ademen, was het eigenlijk fijn om tussen een lol makend, bewegend publiek te staan in plaats van tussen het doorgaans zeer statische en beleefde Belgische publiek. In L’Olympia die avond trouwens weinig Frans gehoord, maar vooral Engels, wat Duits en, van alle klanken die je kan bedenken, westvlaams…

    Anyway, dit optreden gaf me de zin om toch maar kaarten te kopen voor mastodont Rock Werchter van de zomer en Kings Of Leon nog eens te gaan bekijken en om al hun platen of shuffle te zetten op mijn iPhone. Enneuh Caleb, als je Liv Tyler beu zou zijn, geef je maar een seintje he, ik wil je altijd Gent eens laten zien…

    Oliver Peel
    Foto: Oliver Peel