UA-104319606-1

memphis

  • Roadtrip Deep South: Memphis

    In onze bed and breakfast komen we nooit personeel of uitbaters tegen, enkel de housekeeping. We maken een praatje met een van die meisjes en komen zo te weten dat de Inn at Hun Phelan 177 jaar oud is, dat er 4 presidenten hebben gelogeerd, dat het een tijdje een museum is geweest en dat het huis is opgetrokken door slaven. Een slaaf zou een schat hebben begraven en ze kuist niet graag de kamer waar die slaaf gestorven is… Een hotelgast heeft ooit een echt spook gezien, het spook van Beale Street, een klein meisje dat daar ooit is gestorven. Een spookhuis dus. ’t Is in elk geval iets speciaals, zelf voelden we er ons wel ok, maar achteraf las ik recensies van mensen die zich echt onveilig voelden omdat er meestal geen personeel aanwezig is en het hek en de voordeur ongesloten waren…

    We trekken naar The Peabody, een hotel waar elke dag om 11u de eenden, die op het dakterras wonen, via de lift naar beneden komen en over een rode loper de fontein in de lobby in hollen. Ze blijven daar dan ronddobberen tot wanneer ze om 17u samen met hun verzorger weer naar hun hokken op het dak gaan. Een grote bezienswaardigheid, als we om 10u50 komen is er al bijna nergens nog een plekje om te kijken. Het is een mooi hotel en de eendjes zijn leuk, maar op 4 seconden is de show al over en zitten de beestjes in het water vieze dingen te doen (een mannetje en een troep vrouwtjes).
    memphis5

    Het is weer ontzettend heet vandaag en in Memphis is er enkel beton, nergens een boom met een bankje onder om even te bekomen. We besluiten naar een veggie restaurant te gaan en de tram te nemen. Die tramlijn gaat echter niet ver genoeg en we moeten nog een hele eind te voet. De buurt is compleet verlaten en zeer groezelig, eens we het station gepasseerd zijn is er enkel nog braakliggende grond en hier en daar een bedrijf.  Hier en daar loopt een zwerver die om geld bedelt. We hebben gelezen dat Memphis best wel slechte buurten heeft en kunnen zelf het gevaar niet inschatten; ziet deze buurt er enkel guur uit of is het echt geen goed idee nog veel verder te gaan. Wanneer we onder het spoor moeten en zelfs het voetpad eindigt, geven we het op en keren we terug naar de bewoonde wereld, moe, verbrand en hongerig. We lopen een restaurantje binnen, maar die hebben niets vegetarisch. De dienster verwijst ons naar de buren, en daar in de tapasbar is er wel een veggie aanbod. Het is een gezellige plek, vol met kunst van plaatselijke artiesten, alles is te koop. Moesten we meer plek hebben in onze koffers…
    memphis6

    Memphis is groter en stedelijker dan Nashville en er is ontzettend veel te zien. Graceland, de Sun Studio, verschillende interessante musea, de stad zelf natuurlijk. De zon verdampt langzaam mijn brein en ik moet de knoop doorhakken, mijn wederhelft is ondertussen zo vermoeid van de reis dat die niet meer kan kiezen. Dus wordt het het Civil Rights Museum, gedeeltelijk omdat we daar toevallig vlakbij zijn. Het blijkt een uitstekende keuze, het is een van de betere musea die ik al heb bezocht. Het museum is gehuisvest in het motel waar Martin Luther King is vermoord. De buitenkant is volledig bewaard zoals toen, compleet met oude auto’s aan de voordeur, maar achter de muren bevindt zich een superboeiend, modern museum. Met een audiotoer leren we over de geschiedenis van de slavernij en het lot van de zwarten in de VS. Vooraf krijg je een film te zien over de moord op King, en die gaf me echt kippenvel. Ontzettend indrukwekkend. Aan de overkant van de straat gaat het museum verder in het gebouw vanwaar werd geschoten, en gaat men verder in op het moordonderzoek. Dit deel is iets oubolliger en minder boeiend, maar we zijn nog steeds onder de indruk.
    memphis7

    We slenteren nog wat rond, langs Front Street naar de Mississippi, op zoek naar een plekje om wat uit te rusten. Er is echter maar een stukje groen aan de rivier en daar slapen de daklozen, dus echt relax zitten is het daar niet. Ik werd langzaam gek van de hitte dus doken we een Starbucks binnen voor een dosis airco en frappucino.

    ’s Avonds at ik eerst een pizza voor $5 bij de lokale ‘authentieke’ Italiaan die mij toch zeer Amerikaans smaakte. We duiken Beale Street in. Stel u de Gentse Feesten voor, maar dan 365 dagen per jaar. De straat is door de politie afgezet en verkeersvrij ’s nachts en er lopen horden volk van de ene kroeg naar de andere, gigantische plastic bekers bier in de hand. Hier en daar is er live muziek. Toevallig is er hier vanavond ook een motortreffen, want de ganse straat en alle zijstraten staan compleet vol met zware motorfietsen, honderden gewoon, een indrukwekkend zicht. In een Ierse pub is er een relatief rustig plekje op het terras. De pub staat erom bekend dat er levende geiten rondlopen, maar blijkbaar zijn die beestjes al gaan slapen nu. Wanneer we alcohol bestellen, moeten we eerst een identiteitskaart tonen, da’s ook al 15 jaar niet meer gebeurd :-)

    Omdat onze Inn ook op Beale Street ligt en het nog niet zo laat is, besluiten we tegen alle adviezen in geen taxi te nemen maar te voet te gaan. Het is echt niet ver, maar het laatste stuk gaat langs de oprit van de snelweg en een sociaal appartementsgebouw. De straat is echter rustig en we bereiken zonder een levende ziel te zien onze kamer. Ik heb voor het eerst het gevoel dat we te weinig tijd hebben, dat ik dingen aan het missen ben, dat ik deze stad maar niet kan doorgronden...

  • Roadtrip Deep South: Nashville – Belle Meade – Shiloh - Memphis

    Op weg van de ene stad naar de volgende, proberen we altijd nog iets te bezoeken onderweg. Als paardenfreak trok ik die dinsdagochtend dus naar de Belle Meade, nog op het grondgebied van Nasheville. Nu is het een museum, maar ooit was dit een belangrijke fokkerij van volbloedpaarden en de bloedlijnen van enkele van de meest bekende paarden zijn verbonden met Belle Meade.

    We brengen een geleid bezoek aan het huis. Toen de familie aankwam op de plantation, brachten ze de eerste jaren door in een klein houten hutje met één kamer. Maar de katoenhandel en hun andere zaken brachten zo snel en goed op, dat ze al na enkele jaren een prachtig landhuis laten optrekken op hun immens domein en enkel de slaven nog in houten hutjes wonen.

    Het huis is prachtig. Het staat voor de helft vol met authentieke meubels van de familie. In tegenstelling tot andere plantations die je kan bezoeken gaat het hier niet om geïmporteerde Europese spullen, maar om gewone Amerikaanse meubels. Zo schilderden ze nerven in het goedkope hout dat dit niet had. De meubels en het huis zijn prachtig gerestaureerd en de gids is echt goed. De familie raakte in 1905 helaas in verval, toen in de staat Tennessee de racetracks een voor een de deuren moesten sluiten door een verbod op gokken en alcohol. Er ontstonden grote schulden en alles moest worden verkocht.

    Bekende paarden hier waren roquois (van de hoeven werd een inktpot gemaakt) en Bonnie Scotland (uit zijn bloedlijnen kwamen ondermeer Seabiscuit en Secretariat, zij het niet meer geboren op Belle Meade). De stallen zijn prachtig, groot, met gaslampen en stromend water (in die tijd!). Helaas staan er nu geen paarden meer…

    Op het domein is naast de hut waar de familie ooit de plantation begon ook een slavenhutje bewaard, met binnen een tentoonstelling met foto’s en tekst die inzicht geeft in het leven van slaven op deze plantation en ruimer ook in Tennessee, door de jaren heen. Uitermate boeiende materie.
    memphis3

    We besluiten niet rechtstreeks naar Memphis te rijden, maar een kleine omweg te maken langs Shiloh, een van de vele Civil War Battlefields van het Zuiden. Die kleine omweg is echter een grove onderschatting van onze kant, het duurt uiteindelijk 2u30 via kleine wegeltjes eer we het museum bereiken.
    Het is wel de moeite, zo zien we eindelijk het “echte zuiden”; onooglijke dorpjes, armoedige trailerparks, immense autokerkhoven, supermarkten waar je een volledig houten huis kan kopen, veel verschillende soorten kerken, veel borden over Jesus, hilarische bumperstickers. Ik kan me niet voorstellen wat het moet betekenen om hier geboren te worden, in zo’n dorpje waar letterlijk niets is behalve de brandende zon en eindeloze velden, omringd door jesusfanatici. Het geeft een vreemd gevoel.

    Gevolg is wel dat we pas om 15u in Shiloh aankomen. We bekijken de antieke grappige oorlogsfilm van het museum (daterend uit 1956 met hilarische nepsnorren en –baarden en super amateuristisch geacteerd). Voor we de auto in willen kruipen om rond te rijden op het Battlefield checken we eerst de gps. Memphis blijkt tot onze grote verbijstering nog eens 2u30 rijden en je kan maar tot 18u inchecken in onze bed and breakfast. Paniek dus.

    We laten Shiloh voor wat het is (ook al hadden we net braaf de inkom betaald aan de vreemde figuur aan de kassa) en begeven ons weer op de kronkelige miniwegen langs bossen, heuvels,dorpjes van 10 huizen langs deze ‘snelweg’. Vervallen hokjes en trailers staan zij aan zij met prachtige villa’s, een deerranch, vervallen en verlaten winkeltjes en eetkramen. Je mag maximaal 55mijl/uur rijden langs deze snelweg die soms dwars door de dorpen snijdt. De weg is eindeloos, het gaat traag, maar je krijgt wel een uniek zicht op deze middle of nowhere hoek van Amerika. Helaas zijn we nergens gestopt voor foto’s…

    Wanneer we Memphis naderen, wordt het dan weer megadruk en breidt de snelweg uit tot 10 lanes. Het verkeer is chaotisch en druk en we zijn blij wanneer we zonder veel problemen of file onze Inn at Hunt Phelan vinden om 18u30.
    memphis1

    In deze historische Inn krijgen we een over-the-top kitcherig/antieke kamer met een 4 poster bed, een antiek bad zonder douchekop, een tv weggestopt in een vervallen kast en authentieke houten vloeren. De muur en het plafond zijn zo druk beschilderd dat ze bijna nachtmerries uitlokken ’s nachts. Het is een vreemde kruising tussen chique, authentiek, antiek en rommelige kitch.
    memphis4

    Omdat volgens een personeelslid (er woont niemand in de Inn, ’s nachts zijn we hier alleen) de straat zeer onveilig is na zonsondergang, nemen we de auto naar het centrum. Dat blijkt veel dichter bij te liggen dan we dachten, amper enkele minuten rijden. Parkeren kost 10 dollar voor de ganse nacht, ook al blijven we maar anderhalf uur.

    Na lang zoeken en daarbij verscheidene keren aangesproken te worden door dakloze zwarten (Memphis blijkt een zeer zwarte stad te zijn) strijken we uiteindelijk maar neer in Huey’s, een hamburgertent waar een typisch amerikaans blondje ons een smakelijke veggieburger serveert in een mandje met frieten en een pickle.

    Nog wat rondgestruind door Bealestreet, de uitgaansbuurt die ’s nachts verkeersvrij is, met live-muziek in verschillende kroegen en uitzinnige toeristen, vrijgezellen, jongeren, opgeklede drankorgerls en nieuwsgierigen die zoals wij een kijkje komen nemen. Maar omdat we compleet uitgeput zijn blijft het bij even rondhangen en dan weer naar onze bed and breakfast trekken.

    Mijn eerste indruk is dat Memphis veel drukker, gekker, stedelijker, zwarter en ook een beetje gevaarlijker is dan Nashville. Op de auto naast de onze prijkt een dode opgezette beestenkop. Het is een gekke stad, een feeststad waar na 20u blijkbaar niemand meer rondloopt die niet komt zuipen, een stad die ruikt naar bier en burgers.
    memphis2