koningin elisabethzaal

  • So your home town's bringing you down – Ray La Montagne @ Koningin Elisabethzaal Antwerpen (18/02/2011)

     

     

    Meestal vind ik een zittend concert een gemiste kans wegens saaier dan een staand concert, maar afgelopen vrijdagavond kon ik volledig leven met de Koningin Elisabethzaal na het nog niet helemaal verteerde fiasco van Vorst enkele dagen voordien. Makkelijk parkeren tegen kortingtarief, lekker eten in een Italiaans restaurantje en dan op het gemakje onze plekjes zoeken in de zaal.

    Twee zusjes uit sweet home Alama, Secret Sisters, tekenden voor het voorprogramma. Twee meisjes in grijzige retrojurkjes, 1 gitaar, 2 engelenstemmen en een klassiek countryrepertoire (met Patsy Cline cover!). Een fijne openener; niets gewaagd, maar mooie luistermuziek die me deed wegdromen naar The Deep South. Onvoorstelbaar lieve meisjes ook trouwens, ze deden niet anders dan het publiek en Ray bedanken en ons uitnodigen voor een babbel na de show.


    Om negen uur kwam dan eindelijk het moment waar een bijna uitverkochte zaal op te wachten zat. Zelf leerde ik Ray pas een maand of twee geleden kennen. De aankondigingsposter voor zijn concert hing achter het raam van mijn tijdelijke stek en intrigeerde me mateloos, zoveel sfeer sprak uit de foto. Mijn wederhelft liet me dan eens luisteren en dat was liefde op het eerste gehoor, de volgende dag bestelde ik al tickets voor het concert en zo kwamen we dus afgelopen vrijdag in de Elisabethzaal terecht, alhoewel ik weinig ken van folk/country/americana…

    Ik beklaag me die impulsaankoop van de tickets geen moment, integendeel, Ray LaMontagne zorgde voor een van de optredens van 2011 wat mij betreft. Van de eerste tot de laatste noot puur genieten van ’s mans unieke, warme, melancholische stem en zijn songsmidkwaliteiten.

    Ik werd verwend met veel nummers uit de laatste cd God willing and the creek don’t rise, zoals het heel mooie For the summer als opener gevolgd door New York City's Killing Me, het voor een grammy genomineerde  Beg Steal Or Borrow en het gekende Let It Be Me.

    Als niet-kenner viel het contrast met het doordeweekse rock-optreden danig op. Ray stond niet in het midden maar uiterst links op het podium en alle groepsleden stonden rustig op een rij. Geen torens van versterkers en apparatuur, maar kleine versterkers en een kleine drum. Helemaal rechts een echte cowboy met een pedal-steel en daarnaast een lap-steel, de drums en de enige vrouw in de groep (The Pariah Dogs) op bas. De groep was enorm statisch en enkel de spots wisselden eens.

    Heel schattig vond ik hoe Ray tussen de nummers steeds zachtjes het ritme aftelde (lang leve de fantastische akoestiek van een echte concertzaal). Ergens online had ik een oude review gelezen waarin hem werd verweten geen frontman te zijn, maar dat klopt echt totaal niet. LaMontagne interageert met zijn publiek en lijkt gewoon een verlegen, integer en heel bezield man te zijn. Naast zijn prachtige, unieke zang is zijn stem trouwens ook mooi als hij gewoon spreekt,maar dit geheel terzijde.

    Heel leuk was dat de Secret Sisters twee keer als backing vocals mochten terugkomen, bijvoorbeeld tijdens de Merle Haggard-cover Mama tried.

    Absolute hoogtepunten van een over de ganse lijn sterk concert waren ondermeer Repo Man, waarin Ray een iets ruigere kant laat zien die hem fantastisch afgaat en de drummer de show stal. Maar ook  God Willin' and the Creek Don’t Rise,  Like Rock and Roll & Radio, I Forgot More Than You'll Ever Know en een alternatieve versie van You Are The Best Thing waren oorstrelend en om duimers en vingers van af te likken. Ray houdt er blijkbaar wel van om tijdens zijn shows terug te grijpen naar de originele versie van zijn nummers boven de geproductete plaatversie. Na een staande ovatie kreeg het hongerige en enthousiaste publiek met Hold You In My Arms en Trouble nog twee bisnummers, waar dat er van mij nog wel een stuk of tien meer mochten zijn. LaMontagne kan probleemloos een volle zaal anderhalf uur aan zijn lippen gekluisterd houden en naar huis sturen met de vraag hoe snel we hem nog eens aan het werk kunnen zien.