UA-104319606-1

duurzaamheid

  • Bezorgd om duurzaamheid?

    Enkele tips uit de Standaard.

     

    Voeding zonder bijsmaak - Ruben Mooijman

    Vijf tips voor mensen die wél met respect voor mens, dier en milieu willen consumeren.

    1. Word vegetariër. check!

    Toegegeven, een beetje radicaal misschien (ja?). Maar het helpt wel. Vlees is een heel inefficiënt voedingsmiddel: de omzetting van plantaardig eiwit in dierlijk eiwit kost enorm veel energie, landbouwgrond en water. De productie van een kilogram kalfsvlees kost honderd maal zoveel energie als de productie van een kilogram aardappelen. Op een stuk grond dat nodig is om het veevoer voor 330 kilogram vlees te produceren, kunnen 40.000 kilogram aardappels worden geteeld. Bovendien is het meeste vlees afkomstig van industriële kwekerijen waar de dieren in weinig comfortabele omstandigheden hun leven slijten.

    Vis is al iets duurzamer dan vlees, maar veel vissoorten zijn door overbevissing bedreigd. Gekweekte vis lijkt de oplossing, maar hier geldt hetzelfde bezwaar als bij vlees: voor één kilogram gekweekte vis moet vijf tot zes kilogram voedsel gebruikt worden. Meestal is dat vismeel dat van gevangen vissen wordt gemaakt.

    2. Kies voor voedsel van hier. check!

    Hoe dichter bij huis het voedsel is geproduceerd, hoe minder schadelijk de effecten op het leefmilieu. Het meest duurzame transport is namelijk geen transport. De keuze voor voeding van hier betekent ook dat je best kiest voor seizoensproducten. Als je midden in de winter aardbeien koopt, weet je zeker dat ze van de andere kant van de wereld komen. Of uit energieverslindende serres. Natuurlijk is het soms noodzakelijk om kleine toegevingen te doen. Sinaasappelen worden nu eenmaal niet in België geteeld. Maar zelfs bij uitheemse producten kan je proberen de schade te beperken. Een kiwi uit Frankrijk is een stuk duurzamer dan eentje uit Nieuw-Zeeland. Bedenk wel dat producten uit België soms ook een laag duurzaamheidsgehalte kunnen hebben. Voor de productie van lokaal varkensvlees wordt veevoer soms over duizenden kilometers aangevoerd. En noordzeegarnalen worden per vrachtwagen heen en weer vervoerd naar Marokko, om daar gepeld te worden.

    3.Let op labels.

    Zoals bekend, bestaan er organisaties die zich inzetten voor echt duurzame voedingsmiddelen. Het biogarantie-label kan je alleen maar krijgen als je aan strenge voorwaarden voldoet. Wel moet je je realiseren wat zo'n label betekent. Biologische producten zijn op duurzame wijze geteeld. Zonder pesticiden, insecticiden en kunstmest dus. Maar over het transport zegt zo'n label niks. Het is dus best mogelijk dat de biologische boontjes per vliegtuig uit Kenia zijn aangevoerd. Evenmin zegt het iets over de arbeidsomstandigheden van het personeel dat bij de productie werd betrokken.

    Een ander bekend label is Max Havelaar. Dat staat voor eerlijke handel: de producenten in de derde wereld krijgen een gegarandeerde prijs voor hun producten. Al moet gezegd worden dat niet alle Max Havelaar-producten dezelfde lading dekken. Alleen bij koffie is sprake van een gegarandeerde minimumprijs. Max Havelaar kent zijn label ook toe aan producten van grote plantages, zoals bananen en mango's, waar plukkers gewoon in loondienst werken.

    Tegenwoordig bestaan er ook andere labels die op verschillende aspecten van duurzaamheid de nadruk leggen, zoals de Rainforest Alliance (onder andere bananen), Utz Kapeh (koffie) en Free & Fair Trade (koffie). Ook voor andere producten bestaan er specifieke labels, zoals FSC (hout), MSC (vis) en het Europese eco-label (diverse producten en diensten).

    4. Kies je winkel bewust. check!

    Sommige winkels hebben een veel hoger duurzaamheidsgehalte dan andere. Discounters als Aldi en Lidl bijvoorbeeld laten zich weinig gelegen liggen aan duurzaamheid. Zij proberen hun producten extreem goedkoop aan te kopen. Een lage prijs betekent meestal grootschaligheid en weinig aandacht voor mens en milieu. Boeren klagen er bijvoorbeeld over dat ze door de druk die Aldi op de melkprijs zet, te weinig krijgen voor hun melk. Winkelketens als Colruyt, Delhaize en Carrefour doen wel hun best om duurzaam te werk te gaan. Delhaize verkoopt bijvoorbeeld geen eieren meer uit legbatterijen, en Colruyt investeert veel in zonnepanelen en windmolens. Nog een stapje verder gaan ketens als BioPlanet of zelfstandige natuurvoedingswinkels. Zij letten erop dat al hun ingrediënten biologisch zijn. Het meest duurzaam zijn natuurlijk kleinschalige initiatieven als boerenmarkten of groenteabonnementen(een groentenabonnement is trouwens echt een enorme aanrader). Dat komt doordat er weinig tussenstappen zijn voordat het product van de boer tot bij de consument komt.

    5. Koop onverpakte producten. (hm, aan dit laatste punt voldoe ik helaas niet echt)

    Verpakking maken kost energie en leidt tot vervuiling. Hoe minder verpakking, hoe duurzamer. Hetzelfde geldt voor het voorbewerken van voeding. Gesneden groenten zijn minder duurzaam dan ongesneden groenten. Een bos losse wortelen die met een elastiekje bijeen gehouden wordt, is duurzamer dan een plastic zak met daarin wortels waar het loof al van verwijderd is. En die zijn weer duurzamer dan een plastic schaaltje met kant-en-klaar geraspte of in plakjes gesneden wortels.

    Als je het helemaal goed wilt aanpakken, probeer je ook bij de bereiding zo duurzaam mogelijk te werk te gaan. Op gas koken is bijvoorbeeld veel energiezuiniger dan elektrisch koken. Dat kom doordat gas volledig in warmte wordt omgezet, terwijl er bij elektriciteitsopwekking veel energie verloren gaat. Bovendien is gas veel beter te doseren.