californië

  • Laatste stukje reis

    Na de natuur van Bryce Canyon National Park begon de lange terugreis richting San Francisco, waar ik nu eens absoluut geen zin in had. Ten eerste omdat het ver was (meer dan 1500 km) en vooral ook omdat de reis er bijna op zat. En ik totaal geen zin had in het koude, zure, benepen, met veel te veel op veel te weinig plaats Vlaanderen. Maar aan alle schone verhaaltjes komt een eind en dus vertrokken we voor een eerste étappe van 670 km naar Barstow, een onooglijk gat langs de Route 66 in California. Door Arizona, Nevada, door Las Vegas (snif),...

    In Barstow logeerden we in een motelletje dat vrij verlaten was op de troep luide West-Vlamingen die vlak na ons incheckten en godbetert samen met ons aan het voor de rest verlaten ontbijt zaten. Kan je niet eens meer roddelen in het Nederlands zeg ;-) Voor de rest was er in Barstow en omstreken niets te beleven op ons avondeten in de Italiaan aan de andere kant van de snelweg wat het beste Italiaanse eten was tot dan toe. Zoals altijd kreeg Zoon een eigen beker water, een kinderstoel en als we dat wilden een klein bordje om wat van ons eten op te scheppen. En at hij dapper mee van onze borden. Pasta, njammie!!!

    Onze volgende etappe bracht ons weer 400 km verder helemaal naar de Stille Oceaan. We checkten in in Arroyo Grande en gingen dan door naar Pismo Beach, om de oceaan eens te zien. Dat bleek echter nog een groter gat dan Blankenberge, niks te beleven, ook niet bijster gezellig en vooral koud met de zeebries! De warme cinamon roll kon wel al veel goedmaken. Maar op nog geen uur hadden we het hier wel gezien. Achteraf zeiden ze in het hotel dat Avila Beach veel mooier was, maar toen was het al te laat natuurlijk. We waren ook niet echt bijster goed voorbereid ;-)

    cinamon roll.jpg

    De volgende ochtend een traject van 'maar' 250 km via de Highway 1 oftewel de kleine, kronkelende weg langs de kust van LA naar San Francisco. Eerst nog even wijn gaan proeven (de wederhelft dan toch) en dan nog 3u gestopt om het megalomane Hearst Castle (iemand Deadwood gezien?) te bezoeken. Bovenop een bergtop aan de kust licht een optrekte volgestauwd met middeleeuwse Europese stukken waar de mediamagnaat in de jaren '20 en '30 de beau monde ontving.

    hcastle.jpg

    Doordat dit snel bezoekje een pak langer duurde dan verwacht was het algauw 18u eer we in Monterey waren geraakt, een kuststadje dat me nu eens geweldig hard de moeite leek maar waar we dus tot mijn grote spijt helemaal niks meer van hebben gezien, behalve het restaurant om de hoek (Monterey Cook House, heel lekker).

    De volgende middag moesten we om 16u alweer het vliegtuig op de lange terugtocht dus na het ontbijt kropen we voor de laatste keer in onze kleine SUV en reden langs om Sillicon Valley naar de luchthaven. Daar aten we nog een laatste keer warm op Amerikaanse bodem, sloegen nog wat eten in voor Zoon onderweg. Met peuter kregen we weer overal voorrang bij de controles en dan het lange wachten om op te stijgen. Wederom zat het vliegtuig propvol zodat er geen stoel extra vrij was en Zoon met zijn 10 kilo 10 uur lang op onze schoot mocht kamperen. Gelukkig was het nu een late vlucht en ging zijn lichtje na enkele uren uit.

  • Death valley

    Hoe snel het landschap hier kan veranderen. Tussen San Francisco en Oakhurst een groot weidelandschap afgewisseld met boomgaarden en velden. Dan de bergen en tussen Oakhurst en Death Valley een steeds kaler wordend landschap tot we plots in de woestijn zaten. Tanken voor je het park binnengaat zeggen ze, maar hoe doe je dat als je op nog 2 uur rijden van je bestemming bent en er plots nergens nog een teken van leven is? Gelukkig was er net een klein tankstation als onze benzinetank al enkele mijl officieel leeg was. Dringend tijd om iets te eten ook, maar bij het zien van de baby en het horen van het woord vegetariër stuurde de uitbaatster ons door naar het stadje Californië, een half uur rijden verder, totaal onaangeduid, plots opdoemend in de woestijn, je moest het kennen om het te vinden. Na de lunch door, steeds minder auto's op de baan tot we zo goed als alleen op de baan waren. Death valley national park in z'n op naar ons hotel in Panamint Springs. Plots een bocht in de weg en daar lag onze 'resort', tankstation en motel rechts van de weg, aangevuld met een restaurant, camping links. Inchecken in het tankstation. Ik had het enige huisje gereserveerd, met een frigootje, living, airco, als enige in het motel een tv die weliswaar niet werkte en een terrasje. Wel geen microgolf, dus voor zoons flesje moesten we 's morgens en 's avonds naar het tankstation verderop. Geen luxe maar meer dan genoeg comfort en echt zo wel een 'desert feel'... De andere gasten? Een paar oudere mensen en voor de rest vooral hikers en motards. Op het terras bij ondergaande zon burgers gegeten en dan plots kwam de maan op vanachter de bergen. Ontzettend snel en heel mooi. 'S Morgens na een all you can eat breakfasts van 10 dollar (pancakes, eggs, yoghurt,...) een uur verdergereden dieper het park in naar het toeristisch hart, Furnace Creek. Badwater gezien, het warmste punt van de VS, of zelfs de wereld, maar op zich is er weinig te zien. Zabriskie Point gedaan, met adembenemend uitzicht. Dor maanlandschap overal, temperaturen nu eind maart tegen de 30 graden. Droog, maar ontzettend mooi. Dante's view helaas moeten schrappen omdat Zoon plots 40 graden koorts had en er helemaal geen leven meer inzat. Op weg naar het hotel wel nog de ruïnes van een borax mijn bezocht. Vroeger logeerden de Chinese arbeiders (circa 1880) gewoon in de vlakte terwijl de andere werknemers in Furnace Creek sliepen. De karren met verwerkte erts werden honderden kilometers ver getrokken door teams van telkens 10 ezels. En ergens voedsel of water. Moeten helse tijden geweest zijn. Opnieuw genoten van de zonsopgang op het terras en iets gegeten, heerlijk geslapen in de stilte maar de volgende dag nog steeds een koortsige zoon helaas. Hij hield zich wel ontzettend kranig en at flink mee van het ontbijt. Tijdens het tanken nog een roadrunner gezien en dan de baan op naar Las Vegas. Vlak over de grens met Nevada nog gestopt aan het enige spookstadje da bereikbaar lag aan een asfaltweg, er zijn er veel in de streek maar allemaal aan geen of hoogstens een dirt road gelegen en we hebben een klein eindje van zo'n weg gedaan, levensgevaarlijk, als je lek rijdt is er immers geen gsmontvangst... Het spookstadje dus, Rhyolite, een mijnstadje van 1905-1920. Getankt in Beatty, wat er ook geweldig wild wild west uitzag en dan twee uur vlammen door niemandsland tot we in the fabulous Las Vegas aankwamen in de pure luxe van ons signature hotel...

  • Yosemite

    Vanuit Oakhurst was het een goed uurtje rijden tot Yosemite Village, waarvan het merendeel over smalle bergwegen door het park zelf. Onderweg passeerden we al een uitkijkpunt op de indrukwekkende El Capitan. Eerst onze picknick opgegeten en dan Zoon in de draagzak, voor het eerst bij papa op de rug en dan een makkelijke wandeling naar een waterval. De waterval (1 van de vele in het park) viel geweldig in de smaak bij Zoon. Maar de wandeling was zo makkelijk (asfaltpad voor rolstoelen en buggies) dat het niet echt het gevoel gaf van in een meganatuurpark te zijn. Dus een van de shuttlebussen op naar een andere kant van het park voor een iets uitdagender tocht. We zaten echter nog geen drie minuten op de bus op er werd een lekkage ontdekt in pampercity. Ugh. Geen ververstafel dus de zeer vieze peuter met viezigheid overal ververst in de mannenwc en uiteraard geen reservekleren bij dus meneertje zijn broek ter plekke uitwassen en drogen onder de handendroger. Moraal van het verhaal, nooit nog die reservekleertjes vergeten... De volgende wandeling bleek zeer stijl bergop maar gelukkig niet heel ver, tot de voet van alweer een waterval. Gelukkig was het supermooi weer zodat zoons broek algauw helemaal droog was. Yosemite in een beetje zoals de Ardennen, maar dan eindeloos veel groter. Een vallei vol bos en een rivier tussen eindeloos hoge, stijle rotsen. Veel watervallen. Eindeloos veel wandelmogelijkheden. Busjes die je langs alle interessante punten brengen. Na de lekkende pamperramp wachtte er ons echter een tweede ramp. De scherpe bochten bleken Zoon te veel en plots kwam zijn middageten er weer uit. Geen stop dus meer helaas aan de majestueuze sequoia's vlakbij onze ingang van het park (de zuid-ingang) maar recht naar huis met de zieke en zielige zoon. Gelukkig kwam hij er na een badje en een set propere kleren weer helemaal door. De koorts bleef echter duren, het arme ventje. Conclusie? Yosemite is zeker de moeite, ook voor niet- natuurmensen zoals wij. Het zou wellicht mooier zijn als je een deftige trektocht kan maken, maar dat was nu geen optie. Het is niet het hoogtepunt van de reis, maar de natuur is echt wel indrukwekkend