UA-104319606-1

belle meade

  • Roadtrip Deep South: Nashville – Belle Meade – Shiloh - Memphis

    Op weg van de ene stad naar de volgende, proberen we altijd nog iets te bezoeken onderweg. Als paardenfreak trok ik die dinsdagochtend dus naar de Belle Meade, nog op het grondgebied van Nasheville. Nu is het een museum, maar ooit was dit een belangrijke fokkerij van volbloedpaarden en de bloedlijnen van enkele van de meest bekende paarden zijn verbonden met Belle Meade.

    We brengen een geleid bezoek aan het huis. Toen de familie aankwam op de plantation, brachten ze de eerste jaren door in een klein houten hutje met één kamer. Maar de katoenhandel en hun andere zaken brachten zo snel en goed op, dat ze al na enkele jaren een prachtig landhuis laten optrekken op hun immens domein en enkel de slaven nog in houten hutjes wonen.

    Het huis is prachtig. Het staat voor de helft vol met authentieke meubels van de familie. In tegenstelling tot andere plantations die je kan bezoeken gaat het hier niet om geïmporteerde Europese spullen, maar om gewone Amerikaanse meubels. Zo schilderden ze nerven in het goedkope hout dat dit niet had. De meubels en het huis zijn prachtig gerestaureerd en de gids is echt goed. De familie raakte in 1905 helaas in verval, toen in de staat Tennessee de racetracks een voor een de deuren moesten sluiten door een verbod op gokken en alcohol. Er ontstonden grote schulden en alles moest worden verkocht.

    Bekende paarden hier waren roquois (van de hoeven werd een inktpot gemaakt) en Bonnie Scotland (uit zijn bloedlijnen kwamen ondermeer Seabiscuit en Secretariat, zij het niet meer geboren op Belle Meade). De stallen zijn prachtig, groot, met gaslampen en stromend water (in die tijd!). Helaas staan er nu geen paarden meer…

    Op het domein is naast de hut waar de familie ooit de plantation begon ook een slavenhutje bewaard, met binnen een tentoonstelling met foto’s en tekst die inzicht geeft in het leven van slaven op deze plantation en ruimer ook in Tennessee, door de jaren heen. Uitermate boeiende materie.
    memphis3

    We besluiten niet rechtstreeks naar Memphis te rijden, maar een kleine omweg te maken langs Shiloh, een van de vele Civil War Battlefields van het Zuiden. Die kleine omweg is echter een grove onderschatting van onze kant, het duurt uiteindelijk 2u30 via kleine wegeltjes eer we het museum bereiken.
    Het is wel de moeite, zo zien we eindelijk het “echte zuiden”; onooglijke dorpjes, armoedige trailerparks, immense autokerkhoven, supermarkten waar je een volledig houten huis kan kopen, veel verschillende soorten kerken, veel borden over Jesus, hilarische bumperstickers. Ik kan me niet voorstellen wat het moet betekenen om hier geboren te worden, in zo’n dorpje waar letterlijk niets is behalve de brandende zon en eindeloze velden, omringd door jesusfanatici. Het geeft een vreemd gevoel.

    Gevolg is wel dat we pas om 15u in Shiloh aankomen. We bekijken de antieke grappige oorlogsfilm van het museum (daterend uit 1956 met hilarische nepsnorren en –baarden en super amateuristisch geacteerd). Voor we de auto in willen kruipen om rond te rijden op het Battlefield checken we eerst de gps. Memphis blijkt tot onze grote verbijstering nog eens 2u30 rijden en je kan maar tot 18u inchecken in onze bed and breakfast. Paniek dus.

    We laten Shiloh voor wat het is (ook al hadden we net braaf de inkom betaald aan de vreemde figuur aan de kassa) en begeven ons weer op de kronkelige miniwegen langs bossen, heuvels,dorpjes van 10 huizen langs deze ‘snelweg’. Vervallen hokjes en trailers staan zij aan zij met prachtige villa’s, een deerranch, vervallen en verlaten winkeltjes en eetkramen. Je mag maximaal 55mijl/uur rijden langs deze snelweg die soms dwars door de dorpen snijdt. De weg is eindeloos, het gaat traag, maar je krijgt wel een uniek zicht op deze middle of nowhere hoek van Amerika. Helaas zijn we nergens gestopt voor foto’s…

    Wanneer we Memphis naderen, wordt het dan weer megadruk en breidt de snelweg uit tot 10 lanes. Het verkeer is chaotisch en druk en we zijn blij wanneer we zonder veel problemen of file onze Inn at Hunt Phelan vinden om 18u30.
    memphis1

    In deze historische Inn krijgen we een over-the-top kitcherig/antieke kamer met een 4 poster bed, een antiek bad zonder douchekop, een tv weggestopt in een vervallen kast en authentieke houten vloeren. De muur en het plafond zijn zo druk beschilderd dat ze bijna nachtmerries uitlokken ’s nachts. Het is een vreemde kruising tussen chique, authentiek, antiek en rommelige kitch.
    memphis4

    Omdat volgens een personeelslid (er woont niemand in de Inn, ’s nachts zijn we hier alleen) de straat zeer onveilig is na zonsondergang, nemen we de auto naar het centrum. Dat blijkt veel dichter bij te liggen dan we dachten, amper enkele minuten rijden. Parkeren kost 10 dollar voor de ganse nacht, ook al blijven we maar anderhalf uur.

    Na lang zoeken en daarbij verscheidene keren aangesproken te worden door dakloze zwarten (Memphis blijkt een zeer zwarte stad te zijn) strijken we uiteindelijk maar neer in Huey’s, een hamburgertent waar een typisch amerikaans blondje ons een smakelijke veggieburger serveert in een mandje met frieten en een pickle.

    Nog wat rondgestruind door Bealestreet, de uitgaansbuurt die ’s nachts verkeersvrij is, met live-muziek in verschillende kroegen en uitzinnige toeristen, vrijgezellen, jongeren, opgeklede drankorgerls en nieuwsgierigen die zoals wij een kijkje komen nemen. Maar omdat we compleet uitgeput zijn blijft het bij even rondhangen en dan weer naar onze bed and breakfast trekken.

    Mijn eerste indruk is dat Memphis veel drukker, gekker, stedelijker, zwarter en ook een beetje gevaarlijker is dan Nashville. Op de auto naast de onze prijkt een dode opgezette beestenkop. Het is een gekke stad, een feeststad waar na 20u blijkbaar niemand meer rondloopt die niet komt zuipen, een stad die ruikt naar bier en burgers.
    memphis2