UA-104319606-1

school

  • School als een warm nest

    "Er is altijd wel iets te doen op de school van je kinderen" merkte mijn collega op toen ik vanmiddag enthousiast vertelde over het ontbijt in de klas van de jongste. Ik heb de laatste maanden effectief wel al enkele leuke dingen gedaan bedacht ik toen; met de jongste naar toneel, met de oudste naar de bib, ontbijten, mee de sint gevierd op school. Als werkende mama kan ik er vaak helaas niet bij zijn. Maar soms lukt het toch en dan vind ik dat echt wel geweldig, ook eens deel te kunnen nemen aan het schoolleven van mijn kinderen, daar niet alleen over horen vertellen van ofwel de begeleiders ofwel de kinderen zelf maar het ook gewoon te zien en te beleven.

    Vanmorgen dus het ontbijt. Aan de allerkleinste kleutertafeltjes. Met lekkers meegebracht door iedereen, gezond en een tikje minder gezond. En pannenkoeken en heel speciale lekkere thee gemaakt door de mama van een klasgenootje uit Nepal. Toevallig was ik wat in de internationale hoek terecht gekomen, met kindjes en ouders uit Nepal, Tsjechië, Slowakije, Turkije,... Fijn dat alle ouders die enigszins konden, er toch ook graag bij waren.

    Een warm nest vind ik zowat het belangrijkste wat ik mijn kinderen kan geven. Geweldig toch dat ook de schoolomgeving dit probeert te bieden.

  • Peuters op school en het verhaal van zindelijkheid. Of het gebrek eraan.

    Ik moet de bewuste aflevering van Pano nog bekijken, ik was net op mijn werk naar huis vertrokken toen het werd uitgezonden. En van Crevits haar uitspraken op de radio heb ik ook maar een flard opgevangen. Maar ik heb al lang een duidelijke mening over peuters en school en ook over zindelijkheid kan ik wel iets vertellen eigenlijk. Net zoals zoveel ouders ben ik verontwaardigd over bepaalde uitspraken maar ook gewoon over hoe wij in dit land met kinderen omgaan.

    Zoals ik het zie horen peuters gewoon niet thuis in ons huidig schoolsysteem. Ik ken weinig andere landen waar ukjes van 2,5 jaar op een school worden gedropt. Kinderen van die leeftijd zijn vaak nog niet zindelijk (volgens experts terzake komt dat vanzelf ergens tussen 2 en 5 jaar). Ze hebben nood aan slaap overdag. Ze zijn nog niet zo zelfstandig en hangen af van zorgfiguren. Ze zijn vaak nog niet heel erg talig. Beter zou het naar mijn mening dus zijn om kinderen tussen de pakweg 2 en 4 jaar apart op te vangen. In een aparte leefgroep in de crèche. In een aparte, huiselijke ruimte binnen de school met de mogelijkheid om te slapen, om met een pamper te komen, om ‘ongelukjes’ te hebben qua zindelijkheid. In kleine groepen en vooral met voldoende verzorgers. Waar de kinderen hun eigen ritme kunnen volgen. Waar ze liefst ook kunnen blijven na schooltijd zodat ze niet ook nog eens naar de chaotische naschoolse opvang moeten waar ze verblijven tussen kinderen die soms 3 keer zou oud zijn als zijzelf.

    Mijn kinderen zijn op school gestart toen ze bijna 3 jaar oud werden. Ze zijn allebei op het einde van het kalenderjaar geboren wat maakt dat de ene in juni naar school mocht en de andere in mei. Een peuter voor 1 of 2 maanden naar de school sturen, naar de opvang en dan opnieuw in de vakantie naar de crèche moeten gaan leek me een hels idee. Dus bleven ze in de crèche. Weliswaar tegen hun zin want de crèche was absoluut niet afgestemd op kinderen van hun leeftijd. Ze zijn allebei op 1 jarige leeftijd van de babies naar de peuters verhuisd en waren daar na 2 jaar echt op uitgekeken. De ruimte was te klein, het aanbod te saai, ze waren uitgekeken op het speelgoed en interageerden meer met de verzorgsters dan met vriendjes. Maar ze sliepen er ’s middags nog 2 tot 3 uur en konden de hele dag in dezelfde omgeving blijven. En ze waren niet zindelijk. En de dochter ook niet heel erg talig.

    Neem nu mijn dochter. Op 2,5 jaar was die wellicht best graag naar school gegaan. Maar ze had dutjes nodig en droeg een pamper. Ze sprak nog vooral haar eigen babytaal. Ze was echt nog een klein, afhankelijk figuurtje. Toen ik haar op bijna 3 jaar naar school bracht, was ze er écht klaar voor. In de laatste 3 weken voor 1 september heeft ze enorme stappen gezet in haar ontwikkeling, want zo gaat dat bij kinderen meestal, in grote sprongen. En de overgang liep dan ook probleemloos, zelfs zonder traantjes.

    Wel was mevrouw niet zindelijk. En nee mevrouw Crevits, dat ligt echt niet aan een gebrek aan proberen. Bij beide kinderen zijn we op de leeftijd van 2 jaar gestart met het aanbieden van het potje. Bij allebei bleek dat te vroeg. Een kind is trouwens geen hond, je kan dat niet trainen. Bij de oudste hebben we nog even op advies van Kind en Gezin gewerkt met stickers, maar eigenlijk heeft dat geen zin. Als ze er klaar voor zijn, gaan ze op het potje. Geen dag vroeger. En natuurlijk moet je daar als ouder werk van maken en tijd in investeren om hen wat te helpen daarbij, in hun blote poep te laten lopen en uit te testen of het al werkt. En te dweilen vooral wanneer het niet werkt. Maar als ze er niet aan toe zijn, dan lukt het niet.

    De oudste werd zindelijk 1 week voor zijn officiële instapdatum in juni. Toen hij in september gestart is, hebben we zo goed als nooit natte broeken mee terug gekregen uit de school. Maar stress dat wij hebben gehad uit angst dat ons kind niet zindelijk zou zijn als hij naar school zou moeten. Echt, ik zweer het, je ligt daar als ouder van wakker. En legt druk op dat kind waar dat eigenlijk totaal niet zou mogen. En dan doet mevrouw de minister daar nog eens een ton of wat druk bij.

    De jongste ging al op haar anderhalf ofzo op het potje zitten dus wij dachten dat het easy peasy zou zijn, maar niets bleek minder waar. Ze schepte er een hels genoegen in om naast dat potje te plassen. Ze vond rondlopen met een natte slip of een “ei in haar broek”, toch de motivatie om van de meeste kinderen om droog te worden, totaal niet erg. We noemden haar al lachend een “vuile prei” en ze beschouwde dat als een geuzennaam.

    Uiteindelijk duurde het tot 2 maanden voor haar 3e verjaardag eer de meeste plasjes in het potje eindigden en is ze gestart op school terwijl ze systematisch elke grote boodschap in haar slip deed. We hebben de afgelopen week geen enkel ongelukje meer gehad en je kan je niet voorstellen hoe blij we daarmee zijn. Want als ouder zit je er écht wel mee dat de juf elke dag zo’n onsmakelijk cadeau kan opruimen. Chapeau trouwens voor die juf, die nooit geklaagd heeft, die er elke dag weer ongelofelijk gemotiveerd aan begint, die mijn kinderen aanbidden en die erin slaagt van haar klas een leuke plek te maken voor peuters en kleuters. Het is ongelofelijk wat een verschil er elk jaar is tussen het kind dat ik naar school breng op 1 september en het kind dat ik terug krijg eind juni. Niets dan goede woorden dus voor onze school, waar kinderen wel mogen slapen ’s middags en de ouders niet achter een lijn op de speelplaats worden gedreven maar altijd welkom zijn in de klas. Maar dat is weer een ander verhaal.

  • Waarom ik zo content ben met onze schoolkeuze

    Zoon is amper aan zijn tiende dag school bezig, dus het is misschien een beetje vreemd dat ik het over mijn ervaringen in het onderwijs wil hebben. Maar ik ben ZO tevreden met zijn school, dat ik het gewoon van de daken zou kunnen schreeuwen. Excuseer mij mijn enthousiasme en ik pretendeer zeker geen expert terzake te zijn. Tot voor kort wist ik niets over onderwijs en nog altijd weinig. Ik ben gewoon oprecht blij met onze school.

    Ik heb natuurlijk enkel mijn kleutertijd om te vergelijken en die ligt al een hele tijd achter ons, natuurlijk. Ik hoop dus dat het tegenwoordig in elke kleuterschool zo fijn is als bij Zoon op school. Ook in de traditionele onderwijsvormen. Maar een van de dingen die me nu enorm opvalt in vergelijking met vroeger, is dat bij ons op school veel van het kind mag komen. En dat men de kinderen wil laten leren uit ervaring eerder dan uit boeken (het is een leefschool). En dat begint al van in de klas met de kleinste kleuters (graadklas dus instappers en eerste kleuterklas zitten samen). Elke ochtend doen de kindjes een kringgesprek en hetgeen daar allemaal uitkomt, bepaalt voor een groot deel waar ze het de rest van de tijd over gaan hebben. De eerste schoolweek hadden er kindjes spinnen mee naar school gebracht en dus werden die geobserveerd en werd er rond spinnen geknutseld. De komende tijd gaan ze landen leren kennen aan de hand van typische gerechten en dus starten ze vrijdag met frietjes te bakken. Zoon is de laatste dagen zot van kastanjes rapen dus heeft hij kastanjes en bolsters meegenomen en hebben ze die geteld en gaan ze volgende maand naar het bos op uitstap. De begeleidster stuurt bij en zorgt uiteraard dat de kindjes leren wat ze volgens de leerplannen moeten leren, maar de input komt van de kindjes zelf.

    De kinderen gaan ook veel naar buiten. De tweede schoolweek al trokken ze naar de speeltuin met de bus, volgende maand naar theater en naar het bos. In het echte leven staan en dingen doen!

    Als ouder wordt je ook betrokken. Alle ouders komen elke ochtend mee binnen in de school, kindjes mogen tot in de klas worden afgezet. De allerkleinsten worden ook in de klas opgehaald. Elke dag dus heb je even kort contact met de begeleidster. Daarnaast houdt ze verschillende boeken bij waarin je kan volgen wat ze de hele dag hebben gedaan, wie wat verteld heeft in de kring, wat ze geknutseld hebben. Elke week krijgen we ook mail met info over de komende projecten en wat we als ouder daarvoor moeten of kunnen doen (elke week maken de kleuters zelf soep en komen er ouders helpen, vrijdag moeten we een aardappel meegeven voor de frietjes). Het is een leefschool, een school waar geleefd wordt, een kleine school met veel persoonlijk contact, waar kinderen en ouders zich thuis voelen, waar er geen regels zijn om de regels maar gewoon om alles gezellig te houden. School en thuis loopt door al die redenen ook gewoon in elkaar over. De dingen die wij thuis belangrijk vinden (gezond eten, zichzelf ontplooien, ontdekken, bewegen, respect, communicatie) zijn dat op school ook. 

    Het gevolg is dat Zoon supergraag naar school gaat en dat zijn begeleidster zijn held is. Ook de turnleerkracht is zijn grote vriendin. We krijgen een heel ander kind thuis dan na een dagje crèche. Een kind met veel meer verhalen, maar ook meer woordenschat om uiting te geven aan die verhalen, met enthousiasme en fierheid op wat hij allemaal leert.

    Ik denk dat de verschillen met de katholieke scholen waar hoe meer huiswerk hoe beter de school betekent zich nog veel scherper gaat laten voelen in de lagere school en dat het nu in de kleuterklas misschien nog maar kleine verschillen zijn. Maar toch. Wauw. Ik wou dat ik op zo'n school had mogen gaan!