vakantie - Page 5

  • Vakantieplan 2010

    Al dagen (weken?) popel ik om hier iets te schrijven, maar het komt er gewoon niet van. Naast druk druk druk op het werk, werk ik namelijk nog aan een ander plan. Een vakantieplan! Plannen zijn echter nog veel leuker als je ze kan delen, dus hier gaan we dan.

    Al een dik half jaar (of langer) speel ik met het idee om dit jaar opnieuw naar Amerika op reis te gaan, en de laatste weken is alles wat in een stroomversnelling te gaan. Dankzij een folder van Connections met daarin Selfdrives, kreeg ik concrete inspiratie. Na lang twijfelen tussen verschillende streken, koos ik voor de “Deep South”. New Orleans, Nashville, Atlanta, die regio.

    De vlucht is ondertussen geboekt (Atlanta). Volgende stap was het concrete traject. Na wat opzoekwerk, bleek het traject van Connections ons niet 100% te liggen. Zo blijven ze te kort op bepaalde plekken (amper 2 nachten New Orleans!), wat uiteraard makkelijk te verlengen is, ze deden ook enkele plaatsen aan waar naar ons aanvoelen totaal niets te beleven valt. Zoals Pensacola en Tallahassee in Florida. Twee dagen aan het strand, misschien een leuk rustpunt tussen het vele rijden voor sommigen, maar echt niet ons ding. Op het internet vond ik op een Amerikaanse site inspiratie voor een andere trip, en dus smolten we beiden samen en stelden zelf een ideale trip samen. Florida slaan we over, en in de plaats daarvan doen we het Great Smokey Mountains National Park (North Carolina). Punt was ook dat we ons naast de route ook in de hotelkeuze van Connections niet helemaal konden vinden en gewoon liever zelf op zoek gaan naar bijvoorbeeld een kleine, gezellige bed and breakfast dan een anoniem hotel van een grote keten. ’t Is meestal nog goedkoper ook (niet altijd). En met de huidige dollarstand is zelf boeken ook nog eens goedkoper dan via zo’n reisbureau gaan. Nadeel is natuurlijk dat je er eindeloos veel tijd in steekt om zelf route te plannen, roadbook samen te stellen en in elke stad een leuk logeeradresje te zoeken, maar voor we het zelf beseften waren we hier al aan begonnen, dus ja…

    Geen vooraf geplande toer dus, maar alles zelf opzoeken, en dat is dus waar de afgelopen weekavonden en weekends bijna integraal aan besteed werden. De bed and breakfast in New Orleans en Savannah ligt al vast. Charleston blijkt zeer moeilijk; enorm dure stad, enorm chique ook, elke b&b lijkt ingericht met minstens een hemelbed (I kid you not), antiek meubilair en dikke tapijten. Niet enkel duur, ook niet echt ons ding. De betaalbare en meer down to earth opties liggen echter al gauw op 10km rijden, ook niet ideaal. Maar kom, we hebben ook hiervoor een shortlist opgesteld, nu nog de knoop doorhakken en boeken.

    Andere bestemmingen die we nog aandoen en moeten regelen zijn Nashville, Memphis, Atlanta en Asheville (aan dat National Park). De laatste rit van New Orleans naar Atlanta is dikke 700km, en we twijfelen nog om die op te splitsen en onderweg een nacht te logeren. Probleem is dat er onderweg weinig echt te zien is, behalve Montgomery, Alabama.

    Ook nog te doen: huurauto boeken.

    Voila, dat is in het kort ‘het plan’. Ik ben ongelofelijk enthousiast over deze trip, dus het is ook wel best leuk om er zo constant mee bezig te zijn. De twee Lonely Planets die we hebben besteld, liggen al klaar in het postkantoor. Maar als er mensen zijn met tips, laat maar komen he!!!

  • Bent Van Looy Slimste Mens!

    Supporteren jullie ook voor Bent in de Slimste Mens? Zalig toch, die zijn pretoogjes? Linde De Win mag er stilaan uit, vind het echt erg dat ze Sigrid Vinks gisteren eruit speelde, want ik was aangenaam verrast door Vinks kennis en spelplezier. Lien Van de Kelder daarentegen, is het enkel mij opgevallen, of was haar outfit (seutiger dan Vervotje, je moet het maar doen) een openlijke smeekbede om dit jaar niet de Pop Pollmedaille van 'graag uit de kleren zien gaan' te winnen?

    Voor wie denkt dat er niet hard gewerkt kan worden in de week tussen Kerst en nieuw, u bent dus zwaar verkeerd geïnformeerd. Ben vandaag om 8u30 aan de slag gegaan en het wordt nog een drukke werkdag. Gisteren nog zware vergadering gehad met mijn Nederlandse collega, liep er al gans de week nerveus voor...

    Maar vanavond is het feest! We krijgen vrienden op bezoek om gezellig te eten en Carcassonne te spelen, ik kijk er naar uit. Morgen dan eindelijk eens wat bijslapen, zit deze week met een chronisch slaapgebrek (met dank aan de kotstudent naast onze slaapkamer die me nog eens gans de nacht heeft wakker gehouden met zijn radio en het geluidje van Msn Messenger, man man man) en zaterdag zijn er naar het schijnt solden en wil ik wat verder plannen aan onze grote reis voor 2010, maar daarover later meer!

    Een prettig uiteinde van 2009, een spetterend begin van 2010, het lijkt een veelbelovend jaar te worden!

  • la douce France

    Leven als een god in Frankrijk, het mag dan een cliché zijn, het is er een dat klópt. Een weekje in het Zuiden van Frankrijk doorgebracht en het was relaxen en genieten van begin tot eind.

    • Een vakantie zonder stress? Neem dan de TGV. Ik heb getwijfeld, maar ik heb het me niet beklaagd. Op amper 6u stonden we van Gent in Nîmes, en dat zonder stress; beetje lezen, film kijken op de laptop, wat naar het landschap kijken met een ontspannend muziekje in de oren en voor we het goed en wel doorhadden stonden we al op onze bestemming, om 13u, dus nog een hele namiddag en avond om van te genieten.
    • De eerste dag bezochten we de Pont du Gard, een verbazingwekkend intact aquaduct uit de eerste eeuw na Christus dat het water vervoerde van in de buurt van Uzès, waar wij verbleven, naar Nîmes. Heerlijk om rond te wandelen.

    pont du gard

    • Ook het stadje Uzès zelf is een bezoekje waard. eeuwenoude rustige straatjes om door te kuieren, enkele schitterende historische gebouwen, een aan de toren van Pisa doen denkend kerktorentje, restanten van het aquaduct in de natuur rond de stadsmuur,...
    • Maar ook een plek om 's avonds op een terrasje lekker te eten, onder de schaduw van een parasol of van de rijen platanen.
    • En locatie van een Haras National oftewel een stoeterij (hengstenhouderij) die je kan bezoeken en waar we een show zagen van Lucien Gruss, oftewel negen hengsten die vrij rondstormen in een kleine piste en toch een soort dressuurnummer opvoeren (klik hier voor een kort filmpje dat je een idee geeft van het spektakel).
    • Maar in die regio kan je eigenlijk geen pas van plaats verzetten zonder op historisch erfgoed te stuiten; de kleinste dorpjes staan vol Romeinse of meer recente overblijfselen OF zijn bijzonder rijk aan natuur; de Garrigue, de Camargue,...
    • Ook dagtochten zijn de moeite natuurlijk; het fort en dorpje Les Baux bezoeken; als een adelaarsnest op een rotswand geprangd, de ongelofelijk goed bewaarde arena van Nîmes ontdekken en ronddwalen in het magnifieke Palais des Papes van het gezellige Avignon. Aanraders, stuk voor stuk. Niet te missen eigenlijk.

    arena

    • Met als gevolg dat we de laatste dag opstonden en nog minstens 5 must-sees op ons verlanglijstje hadden staan en tot mijn grote frustratie geen tijd meer om ze te zien. En dus zeker nog gaan moeten terugkeren naar dat paradijs.
    • Maar naast ontdekken was er natuurlijk ook uitslapen, in het zonnetje zitten, zwemmen, leuke dvd's bekijken (True Blood!!!) en lezen (Twilight!!), de plaatselijke markt bezoeken, barbecuen, een salamander op het luchtbed in het zwembad aantreffen

    salamander

    • maar ook sporten, zoals wandeling te paard of gewoon te voet met de hond.
    • Het enige wat tegenviel, waren af en toe de fransen zelf. Zo stonden we voor de terugkeer al om 9u in het station van Nîmes, waar we pas om 12u30 de TGV hadden, maar waar er nergens de mogelijkheid bestond om je bagage af te geven. Een hele voormiddag in Nîmes rondzeulen bepakt en bezakt, het was niet exact wat ik voor die laatste halve dag in gedachten had. Temeer omdat ik in Nîmes nog snel middag wou eten, maar het warm eten in Frankrijk maar pas vanaf de middag wordt geserveerd, en dat ze op dat gebied echt verschrikkelijk rigide zijn en we op het buitenlandse Subway moesten vertrouwen om voor de middag al een deftige maaltijd achter de kiezen te krijgen eer we de terugreis aanvatten...
  • Chutes de Montmorency - Ile d'Orléans

    Als ons iets is opgevallen aan het Canadese weer, dan zijn het de temperatuurschommelingen. Waar het in mei gemiddeld 18° zou zijn in Quebec varieerden de temperatuur tijdens ons verblijf van 11° tot 28°, en dat soms op één dag. 's Nachts ging het soms nog naar het vriespunt. Zo hadden we het tijdens ons stadsbezoek aan Quebec erg koud met maximaal 11° en een strakke wind, terwijl het de dag nadien volop zomer was met stralende zon en puffen bij 27°. Oftewel switchen van wintertrui met twee t-shirts eronder naar een topje en zonnebrandolie. Zo’n mooie dag vroeg om wat natuur, temeer omdat Quebec stad zich op amper één dag laat verkennen, toch wat de oude stad zelf betreft. En dus trokken we in onze huurauto naar de watervallen van Montmorency.

    Ik had liever de Niagara Falls gedaan, maar met een afstand van 900km enkel en al de overnachtingen al vastgelegd bleek dat helaas niet meer haalbaar. Montmorency Falls dan maar; met zijn 83m 30m hoger dan de Niagara, maar veel minder breed en spectaculair. Maar wel slechts op 12km van Québec, en dus superbereikbaar!
    De reisgids had ons gewaarschuwd, de watervallen zijn een beetje een tourist-trap; alhoewel de toegang gratis is, kost de parking een flinke 9.50$ en het kabelbaantje naar boven nog eens  11.50$ per persoon. Gelukkig had de reisgids ook schitterende tips om dit te ontwijken, nl gratis parkeren aan het kerkje op 1km stappen van de waterval en in plaats van de kabelbaan gewoon de trap naast de waterval nemen. Ok, het is een eindje stappen in de blakende zon en de trap is geweldig hoog en vermoeiend, maar het loont wel dik de moeite.
    In het park van de watervallen vind je trouwens restanten van een van de vele veldslagen tussen Fransen en Britten.

    De watervallen zelf zijn best mooi, als Belgen zijn we tenslotte niets gewend. Je kan tientallen foto’s maken vanuit alle mogelijke perspectieven en bovenaan de waterval kan je zelfs op 1m van het water de waterval oversteken via een brug, best spectaculair. Een ideale afwisseling voor de stad en zeker gezien het zalige zomerweer een goed gespendeerde voormiddag.

    Van aan de waterval ben je op 1 minuut van de brug naar het Ile d’Orleans, een beetje de moestuin/speeltuin van de Québecers. Het kleine eilandje (30km lang) heeft maar 4 wegen en 4 dorpjes en herbergt enkele van de eerste nederzettingen van de Franse kolonisten. Wij bezochten de Manoir Mauvide-Genest, een klein, ouderwets maar superschattig museum waar je voor amper 8$ een privérondleiding van een uurtje krijgt van een in traditionele kledij gehulde dame. Het huis geeft een interessant beeld op het leven in de streek in de 18e en 19e eeuw.


    Het eiland is een echte toeristische trekpleister. Voor 1$ koop je een boekje met alle dingen die er te vinden zijn en dan rijd je gewoon het eiland helemaal rond. Een chocolaterie, boerderijen waar je streekproducten kan kopen rechtstreeks van de boer (cider, aardbeien, cassis,…), restaurants, manèges, voer voor de dagjesmens. Helaas begint het toeristisch seizoen hier pas in juni, en was bijna alles nog dicht. Wat ons niet belette om te genieten van de leuke typische houten huisjes en het zicht op het water dat je van bijna overal hebt. Maar toch net iets te toeristisch naar onze smaak.

    Liefst hadden we het eiland achter ons gelaten en verdergereden om de natuur van Charlevoix te verkennen, maar het was ondertussen al 16u en we moesten nog inpakken, dus keerden we maar terug naar de stad voor een lekkere menu bij een plaatselijk Tunesisch restaurant. Nog zo veel te zien, nog zo veel te doen, het knaagde een beetje wanneer we ’s avonds na het inpakken nog op de kaart van de streek keken. Maar ja, een immense streek als Québec zie je nu eenmaal niet op twee weken tijd.

  • Québec City

    christmasshop

    Logeren in een gezellige bed&breakfast kan ik alleen maar aanraden. Tijdens het ontbijt aan de grote tafel in Chez Francois, onze b&b in Montréal, kregen we van de zakenreizigers uit Québec die er ook verbleven al meteen een stapel tips voor ons verblijf daar. Dat het een volledig andere stad was, eerder een dorpje in vergelijking met Montreal, en nog veel franstaliger. Een echte ambtenarenbastion waar iedereen om 16u30 naar huis toe snelt. Maar wel pittoresk, daar waren ze het over eens. En met een grotere en oudere stadskern dan die van Montreal.

    Na een bijzonder vlotte rit van 6 uur, waarvan een tweetal uur door niemandsland (afritten waar niets lijkt te zijn- het compleet ontbreken van wegrestaurants waarbij we pas om 15u compleet uitgehongerd een Subway broodjeszaak vonden in een dorpje op 5km van de snelweg met amper inwoners maar wel een knoert van een kathedraal aan de voet van de rivier- aan de rechterkant enkel water, water, water, zo ver je kan zien…) kwamen we zowaar te vroeg aan in onze bed&breakfast Aux Trois Balcons, onze gastvrouw Isabel zou er pas tegen 17u zijn. Gelukkig was ze een uur te vroeg, en hoefden we geen uur uitgeput in de auto te wachten.
    aux-trois-balcons

    We kregen onze gerieflijke kamer toegewezen, en meteen een plannetje van de stad en de omgeving met een uitgestippelde wandelroute en enkele restauranttips op maat. Onze b&b lag in een van de meer recente wijken, op een half uurtje stappen van het hart van de oude stad. We besloten na het lange stilzitten in de auto een avondwandelingetje te maken, en wandelden langs een grote avenue tot aan de stadspoort van het oude centrum ( Quebec is de enige ommuurde stad ten noorden van Mexico in Noord-Amerika!). Het was een leuk eindje stappen, langs enkele prachtige oude huizen, door de ambetarenwijk met zijn nieuwbouwtorens om dan aan het Parlement uit te komen. Aan de stadsmuur maakten we rechtsomkeert en liepen terug richting onze b&b via de ‘hippere’ straat Rue St Jean, waar we vreemde winkeltjes ontdekten met middeleeuwse kleren (gothic  en metal zijn blijkbaar enorm in bij een deel van de jeugd daar) maar ook een leuk uitziend veggie restaurant en een mini chocolademuseum. We waren echter moe, en doken na een lekkere maaltijd bij de Indiër om de hoek van onze kamer ons bed al in.

    De dag nadien begonnen we na een ontbijt dat nog uitgebreider bleek dan dat in Montreal (een mega omelet met vers fruit en yoghurt bij gevolgd door een dessert van in de oven gecarameliseerd appeltje met nootjes en een scone bij, bijna ontploft van dat allemaal binnen te spelen, maar het was gewoon te heerlijk om het niet te doen) aan een stadsverkenning. Na hetzelfde stuk door de nieuwere wijken, liepen we onder de poorten van de oude stad door om terecht te komen in een voor Amerika onvoorstelbaar stukje erfgoed. Een klein, ommuurd stadje zoals je het in Frankrijk of Italië verwacht, met restaurantjes en winkeltjes, met oude huisjes en kloosters, met een citadel en het imposante eind 19e eeuwse hotel Chateau Fontenac. Een stijle trap brengt je van de bovenstad naar het deel aan de haven, dat zo mogelijk nog pittorresker is, met volgens de inwoners het smalste straatje van het continent (Rue du Petit Champlain) dat volgestauwd is met leuke kleine huisjes, toeristen en winkeltjes. Algemeen kan je echter stellen dat in mei het aantal toeristen in Canada zeer klein is; in deze straatjes voelde het een klein beetje toeristisch aan, maar in ganse delen van Montreal en in de Laurentides voelden we ons vaak de enige buitenlandse bezoekers… Mei is dus de ideale maand om het land te bezoeken als je de dingen rustig wil bekijken.

    Quebec is enorm pittoresk, oude stenen huizen, pleintjes, straatjes. Het voelt aan alsof je in Europa bent. Toch prefereer ik Montreal, vooral dan van sfeer. Montreal is relaxter, openener, moderner, wereldser. Het beste kan je het volgens mij nog vergelijken met het een beetje ingeslapen openluchtmuseum Brugge versus het levendige, grotere en studentikozere Gent. Velen verkiezen Brugge/Quebec omdat het ouder, meer Bokrijkachtig aanvoelt, maar Gent/Montreal zijn zowel oud als nieuw en worden ook echt bewoond en geleefd eerder dan enkel bezocht.
    quebec

    Qua musea was er niets dat ons kon aanspreken, het was allemaal zeer francofoon gericht, dus hielden we het bij een ganse dag rondwandelen in de verschillende wijken, wat winkels binnenlopen en gaan eten in de Commensal, een veggie keten waar ze eten in buffetvorm aanbieden en de Tarte d’erables(= maple of ahorn, het nationale ingerediënt dat de Canadezen overal indoen)  niet te versmaden was .
    ’s Avonds gingen we op aanraden van onze gastvrouw eten bij Chez Victor, een hip burgerrestaurant waar zowaar 4 bijzonder originele veggieburgers naast al het vlees op de kaart stonden. Ik koos voor een spinazie-notenburger met voor in het buitenland te zijn best lekkere frieten, al schillen Canadezen blijkbaar hun aardappels niet eer ze in het frituurvet te gooien, wat een niet zo smakelijk bruin kleurtje aan de frieten geeft. Het nationale bijgerecht poutine (frieten gedrenkt in kaas en jus) werd er gretig bij de hamburgers besteld, maar dat lieten we toch maar aan ons voorbijgaan. Een beetje spijtig achteraf gezien aangezien dit zowat het enige streekgerecht is dat frequent gegeten wordt in Québec  en we nu buiten de talloze maple-syrup bereidingen (taart, ijs, op pannenkoeken en wafels, in yoghurt,…) we nu niets eigen aan de streek hebben gegeten.  De hamburgers waren in elk geval subliem, een aanrader voor iedereen!

     

  • Tweedaagse trektocht in de Canadese Laurentides

    beverhut

    Na 6 dagen Montreal was het tijd geworden voor wat anders. Canada is een gigantisch land en Quebec een grote provincie, dus wat beter dan na de stad eens de natuur verkennen. Om 9u werden we verwacht in Mont Laurier, een dorpje in de Laurentides, de natuurstreek bij uitstek waar de Montrealers gaan skieen, vissen, jagen, ... Wij hadden een tweedaagse trektocht te paard gereserveerd.

    De dag voordien waren we onze huurauto gaan afhalen, wat enige aanpassing had gevergd (je kan in Canada enkel 'automatieken' huren, tenzij je fors bijbetaalt voor een manuele versnellingsbak) en op amper een half uur ook een verkeersboete had opgeleverd. We zagen nergens een verbodsbord, een local verzekerde ons dat we daar mochten parkeren, maar op het half uur dat het ons koste om de gastheer van onze b&b te vinden, had de politie ons al gevonden. In Montreal blijken ze iets strikter om te gaan met bewonersparkeren dan in Gent het geval is!

     

    Om 6u30, een half uur later dan gepland, begonnen we aan het tweede deel van ons Canadees avontuur, oftewel de rit van zo'n drie uur de natuur in. 

    Montreal staat werkelijk vol verkeerslichten, die ook nog eens constant op rood staan en totaal niet op elkaar zijn afgestemd, waardoor de stad uitraken op zich al vrij veel tijd nam. Eens op de snelweg wees de rest echter zichzelf uit, letterlijk altijd rechtdoor. Eerst op de grote snelweg door de suburbs, dan op de grote snelweg door de natuur die dan veranderde in een kleinere autoweg tussen de 'bergen'. We passeerden Mont Tremblant, het ski-oord waar enkele maanden tevoren nog de vrouw van een bekende acteur is omgekomen. De autoweg was ondertussen een baantje geworden dat gewoon rechtdoor de dorpen gaat en waar je dus telkens maximaal 50 mag rijden. En hoe klein en afgelegen de weg oog, we passeerden flitsers!

     

    Met wat vertraging bereikten we Mont Laurier, nu nog Le Rêve Blanc vinden, de manege. Makkelijker gezegd dan gedaan, we vonden wel de straat voor de onze, maar niet de juiste straat. Na een half uur een uitgestorven wegel langs een grote rivier op en af gereden te hebben, zonder ooit iemand te passeren om de weg aan te vragen, besloten we toch naar eens te bellen, we waren ondertussen al een dik uur te laat. Google Maps bleek ons aan de verkeerde kant van de rivier te hebben gestuurd en het verschil tussen Route du Ferme Rouge en Chemin du Ferme Rouge niet te kunnen maken> Blijkbaar waren we niet de eersten die hier verloren reden...

     

    Ondertussen had onze Franse gids de paarden al helemaal opgezadeld. Voor de tweedaagse zouden het enkel wij zijn en dan de jonge gids, pure luxe dus. Ik kreeg een bijzonder mooie merrie toegewezen, die wel net hengstig was geweest en dus nu en dan wel wat kuren zou demonstreren, Cheyenne. Mijn wederhelft kreeg de iets gelijkmatiger van temperament zijnde ruin Spirit. Na de laatste voorbereidingen vertrokken we meteen voor twee dagen de natuur in, onze koffers en toiletgerief achterlatend in de koffer van de auto.

    cheyenne

    Die eerste dag was het ijskoud. In Montreal zat er bovendien een stormwind, die gelukkig hier in de heuvels een stuk minder was. Toch was het amper 11 graden op het warmst van de dag en ondanks wintertrui en windjekker hebben we de hele dag gemeen kou gehad. Zelfs de warme chocolademelk tijdens de lunch (zittend op omgevallen boomstammen tussen de struiken in het bos) kon daar weinig aan veranderen.

     

    De paarden bleken super mee te vallen, geen afgereden manegepaarden maar paarden met karakter. Te veel karakter soms, zo sprong Cheyenne tijdens de eerste galop met mij het bos in en tijdens het oversteken van een klein greppeltje sprong ze een meter hoog de lucht in, wat in combinatie met het westernzadel enkele centimetersgrote blauwe plekken opleverde.

    Toch was het zalig. Met amper 3 man de natuur intrekken, pure luxe. Onze gids had in Frankrijk ecotoerisme gestudeerd en gaf constant uitleg, over de dieren van de streek, de jacht, het land, de tochten te paard en de hondensledetochten die hij in de winter begeleidde. Het was niet altijd even makkelijk te volgen in het Frans. Zo verkeerde ik een paar uur in de overtuiging dat 'castors' een soort herten waren, tot het me begon te dagen dat die omgeknaagde bomen links en rechts toch weinig met harten te maken konden hebben. Bevers dus.... Qua levende dieren zagen we marmotten, een hoop eenden en vogels en ook eens een tweetal herten. Van de bevers echter enkel de hutten die ze bouwen en van de beren die er wonen enkel twee vellen die ergens aan de buitenkant van een huis gespijkerd hingen. De wolven, vossen, dassen van de streek lieten zich niet zien. Onze gids had het jaar voordien echter nog een berenjong gezien...

     

    Na een zestal uur paardrijden kwamen we aan op onze slaapplaats, een door de eigenaar zelfgebouwde boshut zonder stromend water, electriciteit of enige vorm van sanitair. Voor er van enige rust sprake kon zijn, was het echter eerst de paarden afzadelen, borstelen, eten en drinken geven en goed vastmaken voor de nacht. Nadien konden we eindelijk zelf wat opwarmen dicht bij de oude houtstoof die de hut gelukkig had. Er waren ook een tafel en stoelen en twee gasvuurtjes om op te koken. Met het eten uit onze zadeltassen maakte de gids spaghetti klaar, waarbij mijn saus bestond uit opgewarmd groentensap... Toch smaakte die elementaire pasta hemels; wam eten en een stoel na een ganse dag bevriezen op een paardenrug.
    cabin

    Om te slapen hadden we naast onze slaapzak zelfs een echte matras, die op het kleine verdiepinkje van de hut lag. Ondanks dat comfort deed ik geen oog dicht...

     

    Om 7u30 was iedereen al spontaan wakker geworden. Ook Belle, de huishond van de uitbaters van het paardrijden. De hond was een vondeling die nooit enige scholing had gekregen, maar die overal met de paarden meeliep, zonder leiband, en die voorbeeldig luisterde. De ganse tweedaagse tocht liep ze gezellig langs de paarden mee...

    Tegen 9u hadden we ontbeten, de paarden verzorgd en weer helemaal opgetuigd en begonnen we aan de tweede tocht. Beter weer vandaag, nog een koude wind, maar een aangenaam zonnetje dat onze handen en ons gezicht liet verbranden zonder dat we iets in de gaten hadden. We beklommen een helling van een in ombruik geraakt ski-oord en hadden daar een prachtig zicht op twee meren, langs elke kant van de heuvel een. Ongelofelijk hoeveel ruimte Canada biedt. Daarna maakten we enkele tochten langs de meren, waarbij de dorpelingen telkens rondom het meer wonen, echt zalig. Met de stramme spieren viel het gelukkig veel beter mee dan gevreesd, enkel wat schuurplekken omdat we niet onze rijbroek aanhadden maar een gewone jeans. 

     

    Toen we iets na 16u weer bij de auberge aankwamen die de eigenaars van de paarden uitbaten, hadden we vooral spijt dat de tocht er al opzat, We hadden zo veel liever nog een extra dag paardgereden, maar ja, dan bleef er helemaal geen tijd meer over voor Quebec stad, en die wilden we toch ook absoluut nog zien. Onze supercomfortabele wolvenkamer en het viergangendiner dat we kregen voorgeschoteld konden ons echter wel bekoren, maar vooral het hete bad in onze eigen badkamer. Na twee dagen zonder tandenborstel, deo of haarkam, zonder toilet of wasbakje beseften we pas toen we in dat bad zaten hoe smerig en stram we waren...

     

    De volgende ochtend, eer de 550 km naar Quebec aan te vatten, ging ik nog even met de puppies spelen. De uitbaters organiseren in de winter dus trektochten met de hondenslee, en achter de auberge zitten meer dan 120 honden. De enkele weken oude puppies liepen echter nog gewoon los op het domein, en kamen vrolijk en enthousiast in mijn vingers en fototoestel bijten toen ik hem kwam begroeten. Ik had echt zo graag nog een of enkele dagen langer gebleven, zo tussen de paarden en de honden gelukkiger kan een mens niet zijn. Als er die lokroep van de stad niet was geweest tenminste... We namen afscheid van de hartelijke uitbaters die ons aanspoorden eens terug te komen in de winter om een sleetocht te komen maken, en om 9u30 waren we al opzeg naar Quebec...

  • Rain rain rain

    De dag begon nog redelijk, niet te koud, niet te winderig, enkel grijs. We trokken terug naar de oude haven om daar de 170 trappen (ofzo) van de Tour de l'Horloge te beklimmen en wat rond te struinen op de kades langs de tenten van de Cirque de Soleil. Toen het al te grijs werd gingen we op zoek naar een onvindbaar veggie restauranje, om in de gutsende regen opnieuw de ondergrondse stad in te vluchten. Daar rondgestruind en een lekker stukje quiche gegeten, koffietje gedronken, maar weinig echt leuke klerenwinkels; die zaten toch eerder boven de grond, maar de regen is hier echt niet te harden vandaag...

    We hebben onze laatste dag Montreal niettemin moeiteloos gevuld gekregen met rondhangen in de winkels. Bij mooier weer hadden we eens een fiets gehuurd of nog een ander stadsdeel verkend, maar ja...

    Vanavond koffers inpakken en morgenvroeg om 5u30 vertrekken we voor de 235 km lange rit naar Mont Laurier, een onooglijk dorpje in de Laurentides, een natuurgebied. Er loopt richting binnenland blijkbaar 1 immens lange rechte snelweg, en die moeten we hebben. Op de kaart te zien is het in het binnenland echt totaal niet bevolkt, ik ben dus benieuwd wat dat gaat geven na een week in de stad.

    De weersvoorspelling is helaas wel een pak slechter geworden. Voor het paardrijden zondag en maandag geven ze gelukkig wel weer droog weer, want als het zou gieten zoals vandaag. Maar het zal koud worden, morgen amper 12 graden en ' nachts (we logeren ergens in een boshutje) tot onder het vriespunt. Toch kijk ik er enorm naar uit, we gaan twee dagen trekken te paard, ritten van zo'n 7 uur, dus ik veronderstel dat we wel vrij veel van de ongerepte Canadese natuur zullen zien!

    Dinsdagochtend vroeg wordt het dan een rit van bijna 500 km naar Quebec stad, afstanden zijn hier echt wel enorm...