vakantie - Page 3

  • Roadtrip Deep South: Nashville – Belle Meade – Shiloh - Memphis

    Op weg van de ene stad naar de volgende, proberen we altijd nog iets te bezoeken onderweg. Als paardenfreak trok ik die dinsdagochtend dus naar de Belle Meade, nog op het grondgebied van Nasheville. Nu is het een museum, maar ooit was dit een belangrijke fokkerij van volbloedpaarden en de bloedlijnen van enkele van de meest bekende paarden zijn verbonden met Belle Meade.

    We brengen een geleid bezoek aan het huis. Toen de familie aankwam op de plantation, brachten ze de eerste jaren door in een klein houten hutje met één kamer. Maar de katoenhandel en hun andere zaken brachten zo snel en goed op, dat ze al na enkele jaren een prachtig landhuis laten optrekken op hun immens domein en enkel de slaven nog in houten hutjes wonen.

    Het huis is prachtig. Het staat voor de helft vol met authentieke meubels van de familie. In tegenstelling tot andere plantations die je kan bezoeken gaat het hier niet om geïmporteerde Europese spullen, maar om gewone Amerikaanse meubels. Zo schilderden ze nerven in het goedkope hout dat dit niet had. De meubels en het huis zijn prachtig gerestaureerd en de gids is echt goed. De familie raakte in 1905 helaas in verval, toen in de staat Tennessee de racetracks een voor een de deuren moesten sluiten door een verbod op gokken en alcohol. Er ontstonden grote schulden en alles moest worden verkocht.

    Bekende paarden hier waren roquois (van de hoeven werd een inktpot gemaakt) en Bonnie Scotland (uit zijn bloedlijnen kwamen ondermeer Seabiscuit en Secretariat, zij het niet meer geboren op Belle Meade). De stallen zijn prachtig, groot, met gaslampen en stromend water (in die tijd!). Helaas staan er nu geen paarden meer…

    Op het domein is naast de hut waar de familie ooit de plantation begon ook een slavenhutje bewaard, met binnen een tentoonstelling met foto’s en tekst die inzicht geeft in het leven van slaven op deze plantation en ruimer ook in Tennessee, door de jaren heen. Uitermate boeiende materie.
    memphis3

    We besluiten niet rechtstreeks naar Memphis te rijden, maar een kleine omweg te maken langs Shiloh, een van de vele Civil War Battlefields van het Zuiden. Die kleine omweg is echter een grove onderschatting van onze kant, het duurt uiteindelijk 2u30 via kleine wegeltjes eer we het museum bereiken.
    Het is wel de moeite, zo zien we eindelijk het “echte zuiden”; onooglijke dorpjes, armoedige trailerparks, immense autokerkhoven, supermarkten waar je een volledig houten huis kan kopen, veel verschillende soorten kerken, veel borden over Jesus, hilarische bumperstickers. Ik kan me niet voorstellen wat het moet betekenen om hier geboren te worden, in zo’n dorpje waar letterlijk niets is behalve de brandende zon en eindeloze velden, omringd door jesusfanatici. Het geeft een vreemd gevoel.

    Gevolg is wel dat we pas om 15u in Shiloh aankomen. We bekijken de antieke grappige oorlogsfilm van het museum (daterend uit 1956 met hilarische nepsnorren en –baarden en super amateuristisch geacteerd). Voor we de auto in willen kruipen om rond te rijden op het Battlefield checken we eerst de gps. Memphis blijkt tot onze grote verbijstering nog eens 2u30 rijden en je kan maar tot 18u inchecken in onze bed and breakfast. Paniek dus.

    We laten Shiloh voor wat het is (ook al hadden we net braaf de inkom betaald aan de vreemde figuur aan de kassa) en begeven ons weer op de kronkelige miniwegen langs bossen, heuvels,dorpjes van 10 huizen langs deze ‘snelweg’. Vervallen hokjes en trailers staan zij aan zij met prachtige villa’s, een deerranch, vervallen en verlaten winkeltjes en eetkramen. Je mag maximaal 55mijl/uur rijden langs deze snelweg die soms dwars door de dorpen snijdt. De weg is eindeloos, het gaat traag, maar je krijgt wel een uniek zicht op deze middle of nowhere hoek van Amerika. Helaas zijn we nergens gestopt voor foto’s…

    Wanneer we Memphis naderen, wordt het dan weer megadruk en breidt de snelweg uit tot 10 lanes. Het verkeer is chaotisch en druk en we zijn blij wanneer we zonder veel problemen of file onze Inn at Hunt Phelan vinden om 18u30.
    memphis1

    In deze historische Inn krijgen we een over-the-top kitcherig/antieke kamer met een 4 poster bed, een antiek bad zonder douchekop, een tv weggestopt in een vervallen kast en authentieke houten vloeren. De muur en het plafond zijn zo druk beschilderd dat ze bijna nachtmerries uitlokken ’s nachts. Het is een vreemde kruising tussen chique, authentiek, antiek en rommelige kitch.
    memphis4

    Omdat volgens een personeelslid (er woont niemand in de Inn, ’s nachts zijn we hier alleen) de straat zeer onveilig is na zonsondergang, nemen we de auto naar het centrum. Dat blijkt veel dichter bij te liggen dan we dachten, amper enkele minuten rijden. Parkeren kost 10 dollar voor de ganse nacht, ook al blijven we maar anderhalf uur.

    Na lang zoeken en daarbij verscheidene keren aangesproken te worden door dakloze zwarten (Memphis blijkt een zeer zwarte stad te zijn) strijken we uiteindelijk maar neer in Huey’s, een hamburgertent waar een typisch amerikaans blondje ons een smakelijke veggieburger serveert in een mandje met frieten en een pickle.

    Nog wat rondgestruind door Bealestreet, de uitgaansbuurt die ’s nachts verkeersvrij is, met live-muziek in verschillende kroegen en uitzinnige toeristen, vrijgezellen, jongeren, opgeklede drankorgerls en nieuwsgierigen die zoals wij een kijkje komen nemen. Maar omdat we compleet uitgeput zijn blijft het bij even rondhangen en dan weer naar onze bed and breakfast trekken.

    Mijn eerste indruk is dat Memphis veel drukker, gekker, stedelijker, zwarter en ook een beetje gevaarlijker is dan Nashville. Op de auto naast de onze prijkt een dode opgezette beestenkop. Het is een gekke stad, een feeststad waar na 20u blijkbaar niemand meer rondloopt die niet komt zuipen, een stad die ruikt naar bier en burgers.
    memphis2

     

  • Roadtrip Deep South: Nashville

    Na een ontbijt op plastic bordjes en bekertjes en ons ingesmeerd te hebben met een flinke hoeveelheid zonnecrème vertrekken we te voet naar downtown Nasheville, zo’n half uurtje stappen. Onderweg blijkt eens te meer hoe Amerikaanse steden gebouwd zijn op de maat van auto’s. Je ziet echt nergens voetgangers, de straten zijn immens, er is overal druk verkeer, de snelweg mondt uit in het hart van de stad, overal is er parking,… Maar om te stappen is het heel wat minder aangenaam; geen bomen, geen schaduw, soms weinig te zien. 
    Als we dichter bij het centrum komen, wordt het toch nog interessant, zo lopen we langs het Union Station Hotel, een pracht van een oud stationsgebouw dat nu gebruikt wordt als hotel aangezien de trein helemaal niet meer het prestige heeft van vroeger.
    Nashville station


    We weten niet goed wat er te zien is, maar in het Visitors Centrum krijgen we een hele uitleg van een vriendelijke opa, een die bij ons al 10 jaar op pensioen zou zijn. De Country Hall of Fame blijkt 18 dollar te kosten, en dat vind ik toch iets teveel, ik hou niet eens van country. We dwalen wat door de binnenstad, maar er blijkt eigenlijk weinig te zien te zijn. Van zodra je de grote straten verlaat, kom je in verloederde stukken. Daarom niet onveilig, maar gewoon lelijk, niet ontwikkeld; parkeerterreinen, bouwwerven. Zelfs aan de waterkant is er minder dan niets te beleven. Bovendien is het bloedheet. Gelukkig ziet de buschauffeur van de gratis pendelbusjes ons verweesd staan kijken en ze roept ons de bus op. Zoals bijna altijd hier in de States volgt er meteen een hele babbel, waar we vandaan zijn, waar we na Nashville nog naartoe gaan,… De vriendelijke dame zet ons af aan de Bicentennial Mall, een relatief nieuw park vol monumenten, gewijd aan de rivieren in Tennessee, maar ook aan de tweede wereldoorlog,… Op zich geen hotspot, maar er is tenminste schaduw, en in de gezellige Farmers Market erlangs vinden we goedkoop en vrij lekker Jamaicaans eten.

    Aan de overkant vinden we een heuvel met daarop het Capitol van Tennessee. Na via een metaal detector en een strenge soldaat gepasseerd te hebben, mogen we het gebouw gratis bezoeken. Het gebouw blijkt nog zeer erg in gebruik te zijn, we worden aangesproken door de een of andere politicus en een half uur later start er een zitting in de kamer. Het gebouw zoemt van de activiteit. Het valt ons op hoe bereikbaar het allemaal is, je kan gewoon rustig overal binnenwandelen en ter plekke bij de secretaresse een afspraak maken voor een onderhoud met de gouverneur. Het is een klein, maar mooi gebouw, vol schilderijen (veelal portretten), antiek en een prachtige bibliotheek met oude draaitrap.

    We wandelen weer naar het centrum en bekomen even in de airco van de Starbucks met een frappucino. Wat nu gedaan met de rest van de dag? Het Ryman Auditorium zag er mooi uit, we liepen even rond in de inkom, maar om nu 13 dollar neer te tellen om de zaal langs de binnenkant te mogen zien? Naar de bars dan maar, waar er gezien het vroege uur nog weinig te beleven valt. We struinen door enkele superkitcherige cowboybootswinkels (een paar kopen, een paar gratis, reken op zo’n 350 dollar per paar) en kijken onze ogen uit. Sommige dingen zijn eigenlijk best wel mooi, in hun context. Zoals een knalpaars westernzadel, blijkbaar van de een of andere countryster. We bezoeken een gratis museum achteraan een van de winkels gewijd aan een beroemde violist die mij geheel onbekend is. Op Lower Broadway is er wel al livemuziek in elke kroeg, maar ondertussen ben ik zo uitgeput en ook wel verbrand door de zon dat ik te verdwaasd ben om binnen te stappen en daar iets fris te drinken, ik sjok verder richting hotel. Achteraf dik spijt van natuurlijk, maar de vermoeidheid na een week rondreizen begon zijn tol te eisen en de energie was er gewoon niet meer.
    Nashville

    Een dik half uur terug in die brandende zon zien we niet zitten en dus wachten we temidden van een bende middelbareschoolkinderen en één zwarte student op de bus. Blijkbaar neemt niemand anders ooit de bus dan kinderen onder de 16 en armere mensen. Na 20’ verder verbanden is er eindelijk een bus. De zwarte student blijkt geen flauw idee te hebben waar Belgium is, maar het daagt hem wel dat het waarschijnlijk niet in de VS is, ergens aan de andere kant van de oceaan. Hij studeert psychologie in Memphis en zegt dat Memphis veel leuker is dan het saaie, blanke, cowboy-minded Nashville. Ik ben benieuwd.

    ’s Avonds maken we nog een wandeling in onze universiteitsbuurt, maar het enige terrasje zit vol en de winkels zijn al gesloten. We zijn te moe om weer naar het centrum te rijden en daar iets van de livemuziek mee te pikken.

    Na de prachtige, bewaarde oude centra van Savannah en Charleston is Nashville een heel andere wereld. Een typisch Amerikaanse stad; rondom de stad zie je overal groen, maar in het centrum overheerst beton. Nieuwbouw, hoogbouw, bouwwerven en shaggy bars. Elke vorm van stadsplanning, van visie lijkt te ontbreken, er zijn bijna geen pleintjes, geen schaduw, geen bankjes. Het is geen stad op mensenmaat, het is er niet gezellig. Ik vermoed dat de country-fan hier wel zijn hart kan ophalen en dat er eens het donker is ook wel amusement zal zijn in veel vormen en soorten, doordrenkt van Budweiser en andere alcohol. Maar puur qua stad is er weinig dat uitnodigt om te blijven hangen. Er was een leuk stadsmuseum, maar dat bleek net vandaag gesloten.

    Dit klinkt misschien wel negatiever dan de bedoeling is. Je kan the South volgens mij niet bezoeken zonder Nashville te zien. De stad heeft een apart gevoel en ademt muziek uit door elke porie. De bars zien er echt wel cool uit en het is allemaal amerikaanser dan amerikaans. Bovendien is dit mijn persoonlijke Kings Of Leon bedevaardsoord ;-) En misschien hadden we toch iets van de muziekdingen moeten bezoeken. Maar het is wel een cultuurshock met de eerste week van onze reis. In Nashville staat het vol met borden die wijzen op geschiedenis, op welk prachtig gebouw of monument op die plek ooit stond, maar in 99% van de gevallen is er ondertussen niets meer van dat verleden te zien, het is niet bewaard gebleven. Het beste voorbeeld was ons hotel, dat beneden vol foto’s hing van de prachtige school die hier ooit stond en waar ze dus later een nieuwbouw ketenhotel hebben neergepoot.

  • Roadtrip Deep South: Smokey Mountains National Park

    Volgens het weerbericht zou het 20° worden vandaag, maar ondanks mijn jas en enige warme zomertrui die ik bijheb, voelt het toch erg koud aan die ochtend. Maar achteraf bleek vandaag de enige keer geweest te zijn dat ik die jas nodig had...

    We staan vroeg op want we moeten nog 1u15 rijden en om 9u45 worden we al verwacht aan de Smokemont Riding Stables in het Smokey Mountains National Park. Het landschap waar we doorheen rijden doet vreemd aan, dorpjes vol houten huisjes en eetkramen. Stel je een Oostenrijks vakantie-oord voor, maar dan (nog) veel kitcheriger; bergen vol schreeuwerige borden, motels, restaurants (eerder kantines), stalletjes waar ze de gekste dingen verkopen, huurhuisjes en RV-kampeerplaatsen. Heel bevreemdend allemaal. Maar dat verandert drastisch wanneer we de Blue Ridge Parkway oprijden; een kronkelbaantje door de bergen, superstijl op en neer, door tunnels, door de natuur, nergens nog veel tekenen van menselijke aanwezigheid, alles is muisstil.
    20041105_0065web

    Wanneer we bij de stallen aankomen, staan alle paarden al klaar. We ondertekenen de nodige papieren (als we onze nek breken, is het onze eigen schuld, of zoiets) en krijgen een paard toegewezen. Voor het eerst in mijn leven informeren ze niet naar ervaring, blijkbaar krijgt iedereen hier een paard mee en gaan ze er gewoon van uit dat je van niks weet.

    Om 10u vertrekken we voor onze vier uur durende tocht. Het leuke is dat het enkel wij twee zijn en een gids, lekker rustig dus. Ik krijg een traag, zwart paard, Ahab. In het begin werken we op elkaars zenuwen, maar na een uurtje begint hij erin te komen en worden we meteen veel betere vrienden. Ik ben wel wat jaloers op mijn wederhelft zijn kruising Quarter-Appaloosa, voor de eerste keer is zijn paard beter dan het mijne...

    Onze gids is zo Zuiders als maar kan, zo'n jaar of 40, in een afgewassen camouflage-achtig hemd, op iets kauwend en dus constant op de grond aan het spuwen. Hij spreekt ons steevast aan met 'Sir' en 'Ma'm' en geeft af en toe een paar woorden uitleg over het park.
    20041105_0044web

    Na twee uur houden we even halt aan een riviertje en strekken we de benen. De mannen gaan de planten water geven, maar met twee vissers in de buurt zie ik dat toch niet echt zitten. Daarna gaat de tocht verder, een rivier door, waarbij mijn wederhelft zijn paard besluit een bad te nemen maar dat gelukig dan toch niet doet. Het is een mooie tocht, stijle geitenpadjes door de heuvels afgewisseld met stukken langs de rivier. Tegen de middag komt de zon erdoor en wordt het ook eindelijk iets warmer.
    20041105_0057web

    Om 14u zijn we terug aan de stal, redelijk uitgehongerd, maar hier in die bergdorpen lijkt me weinig vegetarisch te zijn. We rijden weer terug naar Asheville en kopen onderweg een zak bagels en wat kaas. Aan de kassa van de supermarkt staan we echter twintig minuten vast achter een onwaarschijnlijk koppel die geld te weinig hebben en blijkbaar ook niet echt hun geld kunnen tellen; uiteindelijk geven ze de dollarbriefjes aan het meisje achter de kassa maar die is ook niet echt vlot en dat blijft maar duren... Er gebeurt niets, er wordt niet betaald en iedereen staat daar maar te kijken, niemand doet iets. Dan maar aan een andere kassa gaan aanschuiven.
    Onze bagels met kaas blijken duurder dan twee belegde broodjes van de Subway, onze gewoonlijke kost. Absurd toch, dat zelf iets gezonds proberen klaarmaken duurder is dan de kant-en-klare kost langs de kant van de weg? Hoe ongezonder, hoe goedkoper, voor een volledige meal bij burger king (frieten, cola en burger) betaal je blijkbaar maar 2 dollar volgens de reclame op tv. Gezond eten is hier voor de mensen die er de tijd en het geld voor over hebben...

    De rest van de middag verkennen we Asheville, een leuk, klein bergstadje vol alternatieve mensen. De winkels die ik zoek, vind ik echter niet of ze blijken gesloten. Ook het veggie resto dat we op het ook hadden blijkt zaterdagavond als sluitingsmoment te hebben gekozen. Een koppel veertigers ziet ons verloren rondlopen en raadt ons de Early Girl Eatery aan, een eethuisje met een ruim veggie aanbod. Da's dan ook weer typische Amerikaans, ze zijn superlief en altijd bereid om te helpen. We krijgen simpele, maar lekkere kost; een stuk quiche met een grote side salad en heerlijke zoete gemberdressing. Mijn wederhelft krijgt een stuk vleesbrood met 2 side dishes naar keuze (macaroni met ham en kaas en boerenkool.

  • Roadtrip Deep South: Charleston – Beidler Forest – Asheville

    Na een lekker warm ontbijt op het terras van onze Inn slepen we onze koffers van de zolderkamer naar beneden en vertrekken we. We weten nog niet goed waar naartoe; na de stad eens iets van natuur, maar wat? De Magnolia Gardens blijken zeer duur, dus wordt het dan maar de iets verder gelegen Beidler Forest.

    In dit natuurgebied kan je wandeling maken van 1,7 mijl via een verhoogd houten pad doorheen het moeras, de Four Holes Swamp. We krijgen een boekje mee waarin per locatie staat uitgelegd welke planten en dieren we daar zouden kunnen spotten. Heel verantwoord en ecologisch allemaal en samen met ons blijken er vooral natuurfotografen met duur uitziende megalenzen en tonnen geduld aanwezig. Ik zie, zelfs met mijn bril, weinig tot niets.
    beidler2

    Het moeras is evenwel indrukwekkend. Het is langs de ene kant zuiver en stil, maar langs de andere kant bruisend vol leven. We horen het constant gewiek en geruis van vogels tussen de bomen, we zien vlinders, insectjes, vissen,… Mooi zijn ook de ‘knieën’ van de cipressen die overal boven het water uitsteken, er staan bomen van meer dan 2000 jaar oud. Het leukst zijn de waterschildpadden, de giftige slangen (cottonmouths), de woodpecker en de kleine gele vogeltjes (warblers?). Ik leer bij dat moeras enorm nuttig is, niet alleen in zijn zuiverende functie, maar ook als habitat van dieren en planten die het blijkbaar nergens anders zo goed doen als hier. Helaas sterft het moeras uit, en dus ook de vele dieren en planten die enkel hier kunnen leven.
    beidler1

    Na onze tocht kruipen we weer de auto in voor een rit van 420km, de bergen in. Asheville is een zeer alternatief stadje in de Smokey Mountains, toevlucht van de ruimdenkenden hier in het Zuiden, van de vegetariërs, de oude hippies, de natuurliefhebbers en – beschermers. De tocht naar de bergen is mooi. We verlaten South Carolina en rijden North Carolina binnen en de palmbomen maken plaats voor bossen en heuvels.

    Ons nog vrij nieuw hotel ligt op een kwartiertje rijden van het centrum. We hebben een minikamer genomen, maar die blijkt in realiteit nog steeds groter dan een grote kamer in Parijs.

    Hier in de bergen is het een pak kouder, vooral ’s morgens en ’s avonds. Overdag wordt het nog wel 22°, maar ’s morgens is het echt bibberen. We nemen de auto naar het centrum en gaan aanschuiven bij het veggie restaurant, The Laughing Seed. Er zijn nog een aantal wachtenden voor ons, het restaurant zit helemaal vol, maar ze noteren onze naam en beloven ons over 20’ te komen halen. We slenteren nog wat door de straten van dit kleine, maar superleuke stadje, het doet op bepaalde plekken totaal niet Amerikaans aan. Na 20’ krijgen we een tafeltje en eten we zeer lekker, ik kies voor een Indisch geïnspireerde schotel, met nadien nog een overheerlijk stuk milkchocolate cheesecake. Zoals gewoonlijk gaat het weer vliegensvlug, we zitten nog maar halverwege onze taart wanneer de rekening al op tafel verschijnt. In het begin voelt dat vreemd aan, onbeleefd, maar na verloop van tijd wordt het normaal, gemakkelijk (nooit lang wachten op de rekening)...

  • Roadtrip Deep South: Charleston

    We wandelen te voet van onze b&b naar het hartje van Charleston. Een leuke, stevige wandeling langs de winkelstraat en dan het historisch hart van de stad in, met eerst kleine straatjes en dito oude huizen en dan hoe dichter we bij het water komen, hoe imposanter de villa’s.

    Charleston is onze derde bestemming en meteen ook de tweede staat die we aandoen; South-Carolina, the palmetto state. Op de nummerplaten van de auto’s staat dan ook steeds zo’n palmboom. De stad ligt op een schiereiland aan de kust. Het is weer bloedheet vandaag en we zoeken regelmatig een bankje in de schaduw op om even uit te puffen. Langs de kust ligen dus de paleisjes van de rijken; prachtige villa’s, uitzicht op het water, enorme ‘porches’, een promenade,…
    charleston2

    De oude markten zijn mooi gerestaureerd en herbergen nu tonnen prullaria voor de toeristen. We eten Thais in een superlekker overvol restaurantje en wandelen nadien naar het Aiken-Rhett House. Dit is een zogehete urban plantation. In tegenstelling tot de andere huizen die je kan bezoeken, is het niet gerenoveerd en vol antiek gestouwd, het is enkel geconserveerd. Door omstandigheden is men erin geslaagd het huis te bewaren in de bijna exacte toestand van 1850. Behangpapier, familiefoto’s, meubels,.. zijn deels vervallen, maar wel orgineel. Waar de oude pleister van de muren is gekomen in het slavenverblijf, heeft men dit zo gelaten, om te tonen hoe het er onder het pleisterwerk uitzag vroeger (hm, fijne latjes, precies zoals in ons eigen oud huis, haha…).
    charleston

    We bezoeken de kelder van het huis, waar de slaven vroeger het eten afwerkten. Gekookt werd er wegens brandgevaar nooit in het huis zelf, maar in een bijgebouw in de tuin. Boven die keuken woonden de slaven. De kamers van de slaven zijn rudimentair, maar wel ok; ruimte voor een bed, een tafel, er is een open haard en een klein raam. Natuurlijk leefden ze wel met een heel gezin in zo één kamer en zullen de verdere omstandigheden verre van ideaal geweest zijn. Maar misschien hadden ze het hier wel beter dan zij die op het land moesten werken? Ik weet het niet… De meer belangrijke slaven kregen de grootste, lichtste kamer.
    Het huis zelf is geweldig, je krijgt echt een idee hoe hier geleefd werd in 1700, 1800. Ondanks het gebrek aan airco is het hier zalig koel. We zien een origineel bed en bad, de slavenbel, een schommel op de porch.

    Op weg naar onze b&b passeren we nog eens langs het Washington Park, waar de studenten in het gras liggen te zonnen en een Japanner ons zijn favoriete plekken uit de streek uit de doeken doet. We halen nog een frappucino bij Starbucks, mijn nieuwe verslaving, met dit zalige zomerweer gaat er geen dag voorbij of ik haal er mij ééntje.

    ’s Avonds krijgen we honger, maar de zin om weer een burger of pasta te eten, is ver te zoeken. Ik wil iets licht, iets gezond, een gewone boterham zou smaken… We wandelen 20’ naar een broodjeszaak halverwege het centrum, maar die zag er bij nader inzicht smerig uit. De enige supermarkt in de buurt is nog eens 25’ verder, en daar ben ik echt te moe voor. We besluiten dan maar een avondje te vasten; het ontbijt en middageten waren zeer lekker geweest en we hebben waarschijnlijk wel genoeg calorieën binnen om het tot morgenochtend te trekken… Op het terras schrijf ik mijn postkaartjes terwijl we nog wat snoepen van de gratis koekjes, druiven, fudge en wijn…

  • Roadtrip Deep South: Bonaventure - Wormsloe – Charleston

    Laatste dag Savannah alweer. De ontbijttafel zit deze keer overvol met koppels uit verschillende delen van de VS. We blijven weer lang napraten...

    Na dat laatste superlekker ontbijt laden we onze koffers weer in het huurautootje. Voor de tocht naar Charleston aan te vatten (iets van een kleine 200 km oftewel een van de de kortste trips van de reis) reden we eerst nog naar de rand van de stad, naar het prachtige Bonaventure Cemetary. Hoe kunnen ‘prachtig’ en ‘kerkhof’ nu in dezelfde zin gebruikt worden, hoor ik u denken. Wel, het kan. Denk bij Bonaventure niet aan een grauw stuk grond vol grijze stenen, maar denk aan een immens park vol oude bomen en bloemen, grenzend aan de rivier. De eikenbomen bieden schaduw tegen de ’s morgens al venijnig stekende zon en hangen vol met Spaans Mos, een grijs plantje dat de boom niet verstikt, maar enkel gebruikt om aan water en lucht te raken.
    bonaventure


    Het kerkhof, ooit een plantation, is zo immens van omvang dat de meesten er met de auto doorrijden. Wij proberen het te voet en lopen al gauw verloren. Maar erg is dat niet. We struinen langs de grafmonumenten, zien het graf van de zanger Johnny Mercer, maken foto’s,… Her en der zijn er tuinmannen bezig. Op deze plek stond ooit een plantation waarvan het huis volledig is afgebrand terwijl de gastheer een feest hield in de tuin, het feest ging gewoon door, het huis was toch niet te redden…

    Na een uur rondgestruind te hebben op dit prachtige park/kerkhof, rijden we een klein stukje verder, naar Wormsloe. Het was bed and breakfast-uitbaatster Elaine die ons deze locatie had aangeraden. Langs een majestueuze rij eeuwenoude eiken hobbelen we tegen 10km/uur over een onverharde weg. Er lijkt geen einde te komen aan de oprijlaan. Ooit vestigde zich hier een van de eerste kolonisten, uit het gezelschap van generaal Oglethorpe, Noble Jones (1702-1775). Jones was timmerman die echter in Wormsloe aan de slag ging als dokter, bevelhebber, contactpersoon met de indianen, noem maar op. De ruïnes van het fort dat hij bouwde om de streek te verdedigen tegen de Spanjaarden, staan er nog. Het fort was gemaakt uit tabby; oesterschelpen, kalk, water, zand en as. Ook de oude huizen en soms zelfs de straten in Savannah zijn van tabby. De nakomelingen van Jones wonen vandaag nog steeds op een plantation op het domein, maar het merendeel van het domein wordt nu door de staat uitgebaat. Een klein, kronkelend padje brengt je door de natuur van de ruïnes langs een moeras weer terug naar de parking. Er zou ook een museum zijn, maar dat hebben we dus niet gevonden.
    wormsloe

    Dat is niet zo erg, want we moeten nog in Charleston raken vandaag. De rit verloopt probleemloos en tegen 16u checken we in bij de Cannonboro Inn. Omdat Charleston onbetaalbaar en chique is, boekten we hier na lang zoeken een klein zolderkamertje. Het is een beetje duf en mini, maar we hebben een eigen badkamertje, tv met kabel en gratis parking. De Inn is bovendien een mooi, historisch gebouw. Het is minder persoonlijk dan onze vorige b&b, maar het is ook niet slecht. We zijn trouwens net op tijd voor de gratis ‘cheese and wine’ om 16u :-).
    cannon-front

    De Inn ligt echter een eindje buiten het toeristische centrum en we zijn moe, dus eten we op aanraden van de uitbaatster van de Inn bij Fuel, enkele straten verder, in een omgebouwd tankstation. Het is schitterend weer (29°) en we vinden nog een vrij tafeltje aan het leuke terras. Ik eet een blackbean veggieburger met sweet potatoe fries, niet echt calorie-arm, maar wel héél lekker.

     

  • Roadtrip Deep South: Savannah

    Eén van de vele voordelen van een bed and breakfast is het zalige ontbijt. Yoghurt met musli en vers fruit als voorgerecht gevolgd door onze eerste kennismaking met een echt zuiders gerecht, grits. Dit is fijngemalen maïspap, vaak opgediend met room, kaas,… We hebben heel lang aan de ontbijttafel gezeten, babbelend met de andere gasten (uit Indiana) en Elaine. Na hier één nacht te logeren voelde ik me al volledig thuis in dit prachtige huis, geloof het of niet.

    In de voormiddag verkennen we de rest van Savannah. Het is weer bloedheet buiten, 29° en ’s middags zoeken we verkoeling op in een broodjeszaak. In de namiddag bezoeken we het Mercer House. Ondertussen ben ik te weten gekomen dat er enkele jaren voordien een boek is geschreven over Savannah dat verfilmd werd en Savannah bekend heeft gemaakt in de rest van de VS. Midnight in de garden of good and evil zorgde zeker in het begin voor een overrompeling van toeristen. Het non-fictieboek was mij totaal niet bekend, maar het wordt omschreven als een moordverhaal gestoffeerd met de eigenaardige kantjes van de stad, en mijn aandacht is geprikkeld, ik moet het boek lezen, en liefst nu, nu ik hier ben. In de winkel van het Mercer House, niet toevallig ook het decor van het boek (Jim Williams, de miljonair die in het huis heeft gewoond, heeft er een moord gepleegd) koop ik een exemplaar en in afwachting van de rondleiding lezen we al meteen het eerste hoofdstuk in de schaduw van Monterey Square, een van de vele pittoreske pleinen van de stad.

    De rondleiding door het huis is fascinerend, het huis zelf is prachtig, maar Williams heeft het dan nog eens ingericht met antiek van over heel de wereld. Ik kijk mijn ogen uit.
    mercer house

    ‘ Avonds nemen we de auto naar het Toucan Café, een veggie-friendly eetplek op een kwartier rijden van het centrum. Ik bestel een gezonde groentenschotel met couscous en we krijgen gratis de lekkerste Ceasar salad ooit vooraf. De bediening is supersonisch, een seconde nadat ik mijn vork en mes neerleg, is mijn bord afgeruimd. Nog eens drie seconden later verschijnt de rekening, zonder dat we iets hebben gevraagd. Op een half uur tijd hebben we twee gangen gegeten, gedronken en afgerekend.

    ’s Avonds doen we een Ghost Stroll. We zijn niet de enige. Heel Savannah loopt vol met groepen of lijkwagens waar het dak is afgehaald en die volzitten met toeristen. Savannah is niet voor niets America’s most haunted city. Alhoewel. Achteraf blijken ook Charleston, New Orleans en nog 75 andere steden die titel te claimen… De tocht was niet echt wat ik ervan had verwacht. Onze gids was bepaald geen goede verteller en focuste zich volledig op ons foto’s te laten nemen van de spookhuizen. Op die foto’s moesten dan ‘orbs’ te zien zijn, wat zou wijzen op paranormale activiteit. Iedereen van de groep had foto’s vol met van die orbs, behalve wij natuurlijk. Ik had ook niet anders verwacht. Nu ja, we hebben wel een paar leuke verhalen gehoord en de stad eens ’s nachts gezien, dus het was ook geen weggegooid geld.