• Roadtrip Deep South: Lorman- Natchez – New Orleans

    Om half negen brengt de zwarte meid Miss Peggy ons koffie en thee op de porch. Die is zo groot als een kamer en staat vol zeteltjes en een schommelbank. We maken kennis met het andere koppel dat hier logeert, een gepensioneerd leraar en sociaal assistente uit Tennessee die hier al voor de tweede keer zijn. Het is gewoon puur genieten om hier een half uur te zitten praten, relaxen, genieten van de koffie, de rust, het uitzicht. Het andere koppel vind ons Belgen zeer exotisch en fantastisch en wil perse onze foto nemen. In Amerika ben je direct vrienden voor het leven, zo lijkt het… 

    Om negen uur gaan we naar beneden voor het warm ontbijt in de chique eetkamer vol antiek. De antieke tafel is zo laag dat het een klein beetje ongemakkelijk zit, maar dat vergeten we meteen wanneer Mis Peggy een van de lekkerste ontbijten ooit op tafel zet; gebakken perzikken met suiker, aardappelgratin met kaas, ei, vlees. We krijgen een fruitsla als dessert en de broodjes zijn vers uit de oven, knapperig en warm.
    Miss Peggy komt zo uit een film; zij poetst en kookt en doet zo’n beetje alles om het bejaarde koppel in staat te stellen deze bed and breakfast uit te baten. Het is een lieve vrouw met een bulderlacht die ons aanspreekt met miss en mister. Ons bestek en onze waterbeker zijn echt zilver, er staat porselein op tafel, pure luxe…
     

    Na het ontbijt nemen we afscheid van gastvrouw Jean, met een knuffel. Ik neem nog wat foto’s van hond des huizes Simba, een prachtige Rhodesian Ridgeback van 10 jaar oud. Jean is een ontzettend lieve, diepgelovige vrouw en het is echt met pijn in het hart dat ik vertrek, ik zou hier doodgraag nog enkele extra nachten zijn gebleven… 

    We rijden terug de drie kwartier naar Natchez, een stadje dat bekend staat om zijn verzameling van statige villa’s van voor de burgeroorlog. Het is nog een eind na New Orleans, dus we besluiten ons bezoek te beperken tot één huis en een rit door het stadje. We kiezen op aanraden van Jean voor Longwood, het grootste achthoekige huis van de VS.
    Na onze privérondleiding in Rosswood vol passie en vuur valt de standaardrondleiding in grote groep van een ongeïnteresseerde oude taart en een groep scholieren natuurlijk een beetje tegen.
    Longwoord is een indrukwekkend huis. Enkel de gelijkvloerse verdieping, bedoeld als kelder, is echter afgewerkt en bewoond geweest. Tijdens de burgeroorlog is al het materiaal om de eerste verdieping af te werken, gestolen waardoor de vrouw des huizes die ondertussen ook weduwe was geworden, met haar hele hoop kinderen dan maar op de gelijkvloers heeft gewoond en het imposante plan voor het huis altijd een plan is gebleven. Het contrast tussen de luxe beneden en het skelet boven (enkel de houten balken en de muren zijn er, niets van vloeren of pleister) kan niet groter zijn.
    Grote kers op de taart: amper enkele dagen geleden in dezelfde week was dit huis gesloten voor het publiek omdat er opnames plaatsvonden van True Blood, mijn favoriete tv-reeks aller tijden…

    longwood
     

    We rijden verder naar New Orleans, een tocht van iets meer dan drie uur. Vlak voor New Orleans loopt de weg op peilers door de moerassen, en dit eindeloos lang, een mijlenlang viaduct door een vreemd landschap van water, bossen, vogels en plots een dorpje. Het lijkt een zeer afgelegen dorpje, huisjes op palen, bootjes, nergens wegen. Het is voor ons zeer bevreemdend allemaal. Dan doemt plots de hoogbouw op van de grootstad; het verkeert wordt druk en we belanden in de voorsteden in een kleine file.

    We vinden onze bed and breakfast Five Continents makkelijk en gastheer Jess toont ons onze kamers; een ‘suite’ met slaapkamer, klein zitplaatsje en een badkamertje. We krijgen een hartelijk welkom en meteen een heleboel uitleg en tips over de stad, dingen om te zien en te doen, restaurantjes in de buurt en in het centrum. Vooral leuk is dat ons klein frigootje vol gestouwd zit met gratis water, fruitsap en frisdrank, in dit hete klimaat echt wel handig.
    Het huis waarin de bed and breakfast gevestigd is, is trouwens een pareltje. Jess heeft het al twee keer moeten resuaureren, een keer toen hij het kocht en een keer na Katrina. Het heeft ooit nog gediend als kleine huurstudio's, zo blijkt. Nu is het in zijn oude glorie hersteld, en wonder boven wonder zijn er in de eet- en zitkamer beneden nog heel wat authentieke elementen bewaard gebleven. In het huis wonen ook twee katten, die meteen in onze kamer binnendringen en zich ergens in een hoekje nestelen.

     5continents

    We zijn moe en het is ondertussen al avond, Jess raadt ons af om dan in deze buurt (aan de Treme wijk, bekend van de nieuwe HBO-serie) na zonsondergang nog veel te voet rond te lopen, dus we volgen een van zijn vele tips en rijden met ons huurautootje twee km verder onze Esplanade af naar een supergezellig Spaans restaurantje, Lola’s. Het is er zeer druk, maar we hebben gelukkig een van de laatst beschikbare kleine tafaltjes, naast een koppel superalternatieve muzikanten. Het kleine eethuisje heeft een open keuken. We kiezen voor één paella om samen op te eten en alhoewel we beiden absoluut geen fans zijn van paella, werd het een supergezellige, lekkere maaltijd. Zo lekker zelfs dat we nog een dessertje erbij nemen. Dit is echt een plaatselijke plek, vol met de lokale bevolking en nog eens goedkoop ook, een goeie tip van onze gastheer Jess dus! Da's absoluut een van de voordelen van een bed and breakfast, de persoonlijke benadering, het menselijk contact, de tips van iemand die de stad van binnen en van buiten kent.

  • Roadtrip Deep South: Memphis – Windsor Ruines – Lorman

    Wegens gebrek aan personeel of uitbater geven we onze sleutels af aan een poetsdame en laden we de koffers in de auto. Logeren in de Inn at Hunt Phelan was alleszins een bevreemdende ervaring. Leuk, zo’n oud historisch pand, maar je moet er wel tegen kunnen om je plan te trekken. Nu ja, da’s voor ons geen probleem.

    Bij het buiten rijden van Memphis vangen we nog een glimps op van de Sun Studio. Zoals ik al zei heb ik het gevoel dat we veel te weinig van de stad hebben kunnen zien op die ene dag, amper iets van zijn muziek, maar ja, zo is het nu eenmaal als je weinig tijd hebt en op roadtrip bent zeker?

     

    We verlaten Tennessee en rijden de 400 km naar Vicksburg, Mississippi, waar we tegen 14u aankomen. We zijn ondertussen heel vermoeid van anderhalve week ‘on the road’ en besluiten gewoon eens door het stadje te rijden in plaats van het te voet te verkennen. Het ziet er doder dan dood uit, nergens mensen of restaurantjes en we zijn redelijk uitgehongerd ondertussen. Dan maar weer de snelweg op, langs de snelweg is er altijd eten te vinden. We proberen een ‘deli’ uit, en het valt mee, hier is de kost relatief gezond en kan ik gewoon een lekker broodje groenten krijgen met wat aardappelsla erbij (in Amerika krijg je altijd een bijgerechtje). Mijn wederhelft houdt het nog soberder en kiest voor een bord dikke eetsoep. We zijn dan niet meer teruggekeerd naar Vicksburg. Je kan er wel een National Military Park bezoeken van de burgeroorlog en eigenlijk hadden we ons graag nog wat dieper verdiept in die geschiedenis, maar het is al 14u30, we zijn doodmoe en in de buurt van onze volgende bestemming Natchez is er ook weer genoeg te beleven.

     

    We stellen de gps in op een dorpje om langs daar een klein wegeltje te vinden dat ons naar de Windsor Ruins zou moeten leiden. Deze Ruins hebben geen adres en liggen niet in een dorp, wat het vinden wel wat bemoeilijkt, maar de weg ernaartoe is op zich al ontzettend de moeite. Eindeloze bossen, hier en daar een eenzame brievenbus of een streng ‘no trespassing’ bord, maar nergens een huis. Het is een klein, kronkelend baantje door dichte bossen waar het daglicht maar beperkt doorheen raakt, en het geeft een onwereldlijk gevoel om hier langzaam doorheen te rijden. Plots staat er dan een krakkemikkig bordje ‘Windsor Ruins’ dat wijst naar links. We draaien een zandwegel op en hobbelen en botsen nog dieper de bossen in tot daar plots een zonovergoten open plek is met de majestueuze pilaren van wat ooit het grootste Greek Revival huis was in de staat Mississippi. Het prachtige huis overleefde de burgeroorlog, maar brandde kort daarna af door een sigaret.
    windsor BW

    Het is een prachtige plaats, imposant, gothic van sfeer, verlaten, vol van geschiedenis, melancholisch en een beetje bizar. Ik kan gewoon blijven ronddwalen en kijken, de sfeer helemaal in mij laten doordringen, genieten van deze speciale plaats. Van het gigantische huis zijn enkel de griekse zuilen bewaard gebleven, maar die zijn zo immens dat je een idee krijgt van de lang vervlogen grandeur van deze plek.

    We rijden verder naar Lorman, een onooglijk dorpje in Mississippi waar de Rosswood plantation ligt, mijn droombestemming. Ik wou minstens een nacht slapen in een echte plantation; geen overgerenoveerd onpersoonlijk luxehotel, maar een echt oud huis uitgebaat door gewone mensen. En ik hoop dit te vinden in de Rosswood. Via een kleine snelweg door een heuvelachtig landschap rijden we langs de kleine universiteit van de streek richting Natchez, tot we de afslag zien naar Rosswood. Het gebouw doemt algauw op, statig, indrukwekkend, op een groot terrein, en het voelt best speciaal om over de oprijlaan te mogen rijden.
    rosswood

    We bellen aan een een hoogbejaarde man met wandelstok en dikke bril doet open. Hij is wat in de war en denkt eerst dat we de plantation gewoon komen bezoeken, maar wanneer duidelijk is dat we de gasten zijn voor vannacht heet hij ons bijzonder hartelijk welkom. We nemen intrek in onze kamer, een prachtige grote kamer aan de voorkant van het huis. Op het eerste verdiep zijn 4 zo’n gastenkamers, de eigenaars kunnen de trap niet meer op en logeren beneden. De zolder is afgesloten en het terrein van wespen en bijen die blijkbaar niet te verdelgen zijn.
    rosswood2

    In ons verblijf is een toer van het huis inbegrepen. De bejaarde colonel brengt ons eerst naar de bibliotheek waar we een opname zien van een tvprogramma waar de Rosswood Plantation ooit in te zien was. Het is een leuk stukje over de geschiedenis van het gebouw met interviews met de colonel en zijn vrouw, toen nog een stuk jonger (ze wonen hier al sinds hun pensioen in 1975). Een kwartier later komt onze gastheer terug en toont ons een heleboel authentieke documenten die hij heeft verzameld over zijn huis, het dagboek van de man die het heeft laten bouwen, dokter Wade, en dit voor zijn tweede vrouw, de weduwe Mae Bella. De architect was trouwens dezelfde als die van Windsor, alleen kostte dit huis indertijd $ 10.000 en Windsor meer dan $ 100.000. Slik!
    We krijgen copies van het dagboek te zien van dokter Wade, brieven van slaven die werden vrijgesteld en naar Liberia weergekeerd zijn, de documenten van het katoenbedrijf dat hier was gevestigd, zelfs een stuk van de kanonbal die tijdens de burgeroorlog de keuken heeft verwoest. Mae Belle gebruikte het huis toen als veldhospitaal voor beide legers en waarschijnlijk daardoor is de plantation verder gespaard gebleven.

    Onze colonel heeft dit allemaal zelf opgezocht, dagboeken gekregen van de nabestaanden, het huis dan in een bedroevend slechte staat verkeerde volledig hersteld,… Zijn oude ogen blinken als hij vertelt, als hij papier na papier toont en de geschiedenis van zijn levenswerk uit de doeken doet. Daarna volgt een toer door de kamers van het huis, die door zijn vrouw zijn bemeubeld met antiek uit de vier windstreken. In de kelder zien we twee slavenverblijven met door hen zelf gemaakte bedden en oude metalen voorwerpen die op het domein zijn gevonden.

    De colonel wil voor ons een reservatie maken in een restaurant in Natchez, maar dat blijkt uitzonderlijk afgehuurd door een groep. Hij laat ons echter niet aan ons lot over en vraagt aan de uitbater tips voor andere plekken. Hij duidt twee restaurantjes aan op een kaartje van Natchez en we vertrekken, 45 km langs de kleine snelweg, door niemandsland, tot we na even zoeken aan de oever van de Mississippi de Magnolia Grill vinden.


    Het is al laat en we zijn uitgehongerd. Er is geen veggie aanbod, maar een van de obers stelt voor om een aantal side-dishes samen te voegen tot een gerecht. Na een slaatje krijg ik dan een bord met gegrilde aubergines, een heerlijk gebakken sweet potatoe en gestoomde broccoli. Het smaakt ongelofelijk lekker, en door grote ruiten hebben we zicht op een prachtige, vuurrode zonsondergang boven de majestueuze rivier. Ik hup tussen het eten door nog even naar buiten om nog een reeks foto’s te maken. Het is een superromantisch plekje, binnen enkel kaarslicht, buiten die rode lucht, de vogels, de rivier,…
    mississippi

    Onze bed and breakfast vinden blijkt een kleine uitdaging, de kleine, heuvelachtige snelweg met overal zijstraten is onverlicht, en we proberen zoveel mogelijk achter mensen aan te rijden die hun weg wel kennen. Helaas draaien die na een tijdje allemaal af. We zijn zeer blij om zonder echte problemen de Rosswood weer te bereiken…

    We slapen in een antiek hemelbed dat zo hoog is dat je een bankje moet gebruiken om erin te klauteren. Het is heerlijk rustig in dit prachtige, statige oude huis.

  • Roadtrip Deep South: Memphis

    In onze bed and breakfast komen we nooit personeel of uitbaters tegen, enkel de housekeeping. We maken een praatje met een van die meisjes en komen zo te weten dat de Inn at Hun Phelan 177 jaar oud is, dat er 4 presidenten hebben gelogeerd, dat het een tijdje een museum is geweest en dat het huis is opgetrokken door slaven. Een slaaf zou een schat hebben begraven en ze kuist niet graag de kamer waar die slaaf gestorven is… Een hotelgast heeft ooit een echt spook gezien, het spook van Beale Street, een klein meisje dat daar ooit is gestorven. Een spookhuis dus. ’t Is in elk geval iets speciaals, zelf voelden we er ons wel ok, maar achteraf las ik recensies van mensen die zich echt onveilig voelden omdat er meestal geen personeel aanwezig is en het hek en de voordeur ongesloten waren…

    We trekken naar The Peabody, een hotel waar elke dag om 11u de eenden, die op het dakterras wonen, via de lift naar beneden komen en over een rode loper de fontein in de lobby in hollen. Ze blijven daar dan ronddobberen tot wanneer ze om 17u samen met hun verzorger weer naar hun hokken op het dak gaan. Een grote bezienswaardigheid, als we om 10u50 komen is er al bijna nergens nog een plekje om te kijken. Het is een mooi hotel en de eendjes zijn leuk, maar op 4 seconden is de show al over en zitten de beestjes in het water vieze dingen te doen (een mannetje en een troep vrouwtjes).
    memphis5

    Het is weer ontzettend heet vandaag en in Memphis is er enkel beton, nergens een boom met een bankje onder om even te bekomen. We besluiten naar een veggie restaurant te gaan en de tram te nemen. Die tramlijn gaat echter niet ver genoeg en we moeten nog een hele eind te voet. De buurt is compleet verlaten en zeer groezelig, eens we het station gepasseerd zijn is er enkel nog braakliggende grond en hier en daar een bedrijf.  Hier en daar loopt een zwerver die om geld bedelt. We hebben gelezen dat Memphis best wel slechte buurten heeft en kunnen zelf het gevaar niet inschatten; ziet deze buurt er enkel guur uit of is het echt geen goed idee nog veel verder te gaan. Wanneer we onder het spoor moeten en zelfs het voetpad eindigt, geven we het op en keren we terug naar de bewoonde wereld, moe, verbrand en hongerig. We lopen een restaurantje binnen, maar die hebben niets vegetarisch. De dienster verwijst ons naar de buren, en daar in de tapasbar is er wel een veggie aanbod. Het is een gezellige plek, vol met kunst van plaatselijke artiesten, alles is te koop. Moesten we meer plek hebben in onze koffers…
    memphis6

    Memphis is groter en stedelijker dan Nashville en er is ontzettend veel te zien. Graceland, de Sun Studio, verschillende interessante musea, de stad zelf natuurlijk. De zon verdampt langzaam mijn brein en ik moet de knoop doorhakken, mijn wederhelft is ondertussen zo vermoeid van de reis dat die niet meer kan kiezen. Dus wordt het het Civil Rights Museum, gedeeltelijk omdat we daar toevallig vlakbij zijn. Het blijkt een uitstekende keuze, het is een van de betere musea die ik al heb bezocht. Het museum is gehuisvest in het motel waar Martin Luther King is vermoord. De buitenkant is volledig bewaard zoals toen, compleet met oude auto’s aan de voordeur, maar achter de muren bevindt zich een superboeiend, modern museum. Met een audiotoer leren we over de geschiedenis van de slavernij en het lot van de zwarten in de VS. Vooraf krijg je een film te zien over de moord op King, en die gaf me echt kippenvel. Ontzettend indrukwekkend. Aan de overkant van de straat gaat het museum verder in het gebouw vanwaar werd geschoten, en gaat men verder in op het moordonderzoek. Dit deel is iets oubolliger en minder boeiend, maar we zijn nog steeds onder de indruk.
    memphis7

    We slenteren nog wat rond, langs Front Street naar de Mississippi, op zoek naar een plekje om wat uit te rusten. Er is echter maar een stukje groen aan de rivier en daar slapen de daklozen, dus echt relax zitten is het daar niet. Ik werd langzaam gek van de hitte dus doken we een Starbucks binnen voor een dosis airco en frappucino.

    ’s Avonds at ik eerst een pizza voor $5 bij de lokale ‘authentieke’ Italiaan die mij toch zeer Amerikaans smaakte. We duiken Beale Street in. Stel u de Gentse Feesten voor, maar dan 365 dagen per jaar. De straat is door de politie afgezet en verkeersvrij ’s nachts en er lopen horden volk van de ene kroeg naar de andere, gigantische plastic bekers bier in de hand. Hier en daar is er live muziek. Toevallig is er hier vanavond ook een motortreffen, want de ganse straat en alle zijstraten staan compleet vol met zware motorfietsen, honderden gewoon, een indrukwekkend zicht. In een Ierse pub is er een relatief rustig plekje op het terras. De pub staat erom bekend dat er levende geiten rondlopen, maar blijkbaar zijn die beestjes al gaan slapen nu. Wanneer we alcohol bestellen, moeten we eerst een identiteitskaart tonen, da’s ook al 15 jaar niet meer gebeurd :-)

    Omdat onze Inn ook op Beale Street ligt en het nog niet zo laat is, besluiten we tegen alle adviezen in geen taxi te nemen maar te voet te gaan. Het is echt niet ver, maar het laatste stuk gaat langs de oprit van de snelweg en een sociaal appartementsgebouw. De straat is echter rustig en we bereiken zonder een levende ziel te zien onze kamer. Ik heb voor het eerst het gevoel dat we te weinig tijd hebben, dat ik dingen aan het missen ben, dat ik deze stad maar niet kan doorgronden...

  • Roadtrip Deep South: Nashville – Belle Meade – Shiloh - Memphis

    Op weg van de ene stad naar de volgende, proberen we altijd nog iets te bezoeken onderweg. Als paardenfreak trok ik die dinsdagochtend dus naar de Belle Meade, nog op het grondgebied van Nasheville. Nu is het een museum, maar ooit was dit een belangrijke fokkerij van volbloedpaarden en de bloedlijnen van enkele van de meest bekende paarden zijn verbonden met Belle Meade.

    We brengen een geleid bezoek aan het huis. Toen de familie aankwam op de plantation, brachten ze de eerste jaren door in een klein houten hutje met één kamer. Maar de katoenhandel en hun andere zaken brachten zo snel en goed op, dat ze al na enkele jaren een prachtig landhuis laten optrekken op hun immens domein en enkel de slaven nog in houten hutjes wonen.

    Het huis is prachtig. Het staat voor de helft vol met authentieke meubels van de familie. In tegenstelling tot andere plantations die je kan bezoeken gaat het hier niet om geïmporteerde Europese spullen, maar om gewone Amerikaanse meubels. Zo schilderden ze nerven in het goedkope hout dat dit niet had. De meubels en het huis zijn prachtig gerestaureerd en de gids is echt goed. De familie raakte in 1905 helaas in verval, toen in de staat Tennessee de racetracks een voor een de deuren moesten sluiten door een verbod op gokken en alcohol. Er ontstonden grote schulden en alles moest worden verkocht.

    Bekende paarden hier waren roquois (van de hoeven werd een inktpot gemaakt) en Bonnie Scotland (uit zijn bloedlijnen kwamen ondermeer Seabiscuit en Secretariat, zij het niet meer geboren op Belle Meade). De stallen zijn prachtig, groot, met gaslampen en stromend water (in die tijd!). Helaas staan er nu geen paarden meer…

    Op het domein is naast de hut waar de familie ooit de plantation begon ook een slavenhutje bewaard, met binnen een tentoonstelling met foto’s en tekst die inzicht geeft in het leven van slaven op deze plantation en ruimer ook in Tennessee, door de jaren heen. Uitermate boeiende materie.
    memphis3

    We besluiten niet rechtstreeks naar Memphis te rijden, maar een kleine omweg te maken langs Shiloh, een van de vele Civil War Battlefields van het Zuiden. Die kleine omweg is echter een grove onderschatting van onze kant, het duurt uiteindelijk 2u30 via kleine wegeltjes eer we het museum bereiken.
    Het is wel de moeite, zo zien we eindelijk het “echte zuiden”; onooglijke dorpjes, armoedige trailerparks, immense autokerkhoven, supermarkten waar je een volledig houten huis kan kopen, veel verschillende soorten kerken, veel borden over Jesus, hilarische bumperstickers. Ik kan me niet voorstellen wat het moet betekenen om hier geboren te worden, in zo’n dorpje waar letterlijk niets is behalve de brandende zon en eindeloze velden, omringd door jesusfanatici. Het geeft een vreemd gevoel.

    Gevolg is wel dat we pas om 15u in Shiloh aankomen. We bekijken de antieke grappige oorlogsfilm van het museum (daterend uit 1956 met hilarische nepsnorren en –baarden en super amateuristisch geacteerd). Voor we de auto in willen kruipen om rond te rijden op het Battlefield checken we eerst de gps. Memphis blijkt tot onze grote verbijstering nog eens 2u30 rijden en je kan maar tot 18u inchecken in onze bed and breakfast. Paniek dus.

    We laten Shiloh voor wat het is (ook al hadden we net braaf de inkom betaald aan de vreemde figuur aan de kassa) en begeven ons weer op de kronkelige miniwegen langs bossen, heuvels,dorpjes van 10 huizen langs deze ‘snelweg’. Vervallen hokjes en trailers staan zij aan zij met prachtige villa’s, een deerranch, vervallen en verlaten winkeltjes en eetkramen. Je mag maximaal 55mijl/uur rijden langs deze snelweg die soms dwars door de dorpen snijdt. De weg is eindeloos, het gaat traag, maar je krijgt wel een uniek zicht op deze middle of nowhere hoek van Amerika. Helaas zijn we nergens gestopt voor foto’s…

    Wanneer we Memphis naderen, wordt het dan weer megadruk en breidt de snelweg uit tot 10 lanes. Het verkeer is chaotisch en druk en we zijn blij wanneer we zonder veel problemen of file onze Inn at Hunt Phelan vinden om 18u30.
    memphis1

    In deze historische Inn krijgen we een over-the-top kitcherig/antieke kamer met een 4 poster bed, een antiek bad zonder douchekop, een tv weggestopt in een vervallen kast en authentieke houten vloeren. De muur en het plafond zijn zo druk beschilderd dat ze bijna nachtmerries uitlokken ’s nachts. Het is een vreemde kruising tussen chique, authentiek, antiek en rommelige kitch.
    memphis4

    Omdat volgens een personeelslid (er woont niemand in de Inn, ’s nachts zijn we hier alleen) de straat zeer onveilig is na zonsondergang, nemen we de auto naar het centrum. Dat blijkt veel dichter bij te liggen dan we dachten, amper enkele minuten rijden. Parkeren kost 10 dollar voor de ganse nacht, ook al blijven we maar anderhalf uur.

    Na lang zoeken en daarbij verscheidene keren aangesproken te worden door dakloze zwarten (Memphis blijkt een zeer zwarte stad te zijn) strijken we uiteindelijk maar neer in Huey’s, een hamburgertent waar een typisch amerikaans blondje ons een smakelijke veggieburger serveert in een mandje met frieten en een pickle.

    Nog wat rondgestruind door Bealestreet, de uitgaansbuurt die ’s nachts verkeersvrij is, met live-muziek in verschillende kroegen en uitzinnige toeristen, vrijgezellen, jongeren, opgeklede drankorgerls en nieuwsgierigen die zoals wij een kijkje komen nemen. Maar omdat we compleet uitgeput zijn blijft het bij even rondhangen en dan weer naar onze bed and breakfast trekken.

    Mijn eerste indruk is dat Memphis veel drukker, gekker, stedelijker, zwarter en ook een beetje gevaarlijker is dan Nashville. Op de auto naast de onze prijkt een dode opgezette beestenkop. Het is een gekke stad, een feeststad waar na 20u blijkbaar niemand meer rondloopt die niet komt zuipen, een stad die ruikt naar bier en burgers.
    memphis2

     

  • Roadtrip Deep South: Nashville

    Na een ontbijt op plastic bordjes en bekertjes en ons ingesmeerd te hebben met een flinke hoeveelheid zonnecrème vertrekken we te voet naar downtown Nasheville, zo’n half uurtje stappen. Onderweg blijkt eens te meer hoe Amerikaanse steden gebouwd zijn op de maat van auto’s. Je ziet echt nergens voetgangers, de straten zijn immens, er is overal druk verkeer, de snelweg mondt uit in het hart van de stad, overal is er parking,… Maar om te stappen is het heel wat minder aangenaam; geen bomen, geen schaduw, soms weinig te zien. 
    Als we dichter bij het centrum komen, wordt het toch nog interessant, zo lopen we langs het Union Station Hotel, een pracht van een oud stationsgebouw dat nu gebruikt wordt als hotel aangezien de trein helemaal niet meer het prestige heeft van vroeger.
    Nashville station


    We weten niet goed wat er te zien is, maar in het Visitors Centrum krijgen we een hele uitleg van een vriendelijke opa, een die bij ons al 10 jaar op pensioen zou zijn. De Country Hall of Fame blijkt 18 dollar te kosten, en dat vind ik toch iets teveel, ik hou niet eens van country. We dwalen wat door de binnenstad, maar er blijkt eigenlijk weinig te zien te zijn. Van zodra je de grote straten verlaat, kom je in verloederde stukken. Daarom niet onveilig, maar gewoon lelijk, niet ontwikkeld; parkeerterreinen, bouwwerven. Zelfs aan de waterkant is er minder dan niets te beleven. Bovendien is het bloedheet. Gelukkig ziet de buschauffeur van de gratis pendelbusjes ons verweesd staan kijken en ze roept ons de bus op. Zoals bijna altijd hier in de States volgt er meteen een hele babbel, waar we vandaan zijn, waar we na Nashville nog naartoe gaan,… De vriendelijke dame zet ons af aan de Bicentennial Mall, een relatief nieuw park vol monumenten, gewijd aan de rivieren in Tennessee, maar ook aan de tweede wereldoorlog,… Op zich geen hotspot, maar er is tenminste schaduw, en in de gezellige Farmers Market erlangs vinden we goedkoop en vrij lekker Jamaicaans eten.

    Aan de overkant vinden we een heuvel met daarop het Capitol van Tennessee. Na via een metaal detector en een strenge soldaat gepasseerd te hebben, mogen we het gebouw gratis bezoeken. Het gebouw blijkt nog zeer erg in gebruik te zijn, we worden aangesproken door de een of andere politicus en een half uur later start er een zitting in de kamer. Het gebouw zoemt van de activiteit. Het valt ons op hoe bereikbaar het allemaal is, je kan gewoon rustig overal binnenwandelen en ter plekke bij de secretaresse een afspraak maken voor een onderhoud met de gouverneur. Het is een klein, maar mooi gebouw, vol schilderijen (veelal portretten), antiek en een prachtige bibliotheek met oude draaitrap.

    We wandelen weer naar het centrum en bekomen even in de airco van de Starbucks met een frappucino. Wat nu gedaan met de rest van de dag? Het Ryman Auditorium zag er mooi uit, we liepen even rond in de inkom, maar om nu 13 dollar neer te tellen om de zaal langs de binnenkant te mogen zien? Naar de bars dan maar, waar er gezien het vroege uur nog weinig te beleven valt. We struinen door enkele superkitcherige cowboybootswinkels (een paar kopen, een paar gratis, reken op zo’n 350 dollar per paar) en kijken onze ogen uit. Sommige dingen zijn eigenlijk best wel mooi, in hun context. Zoals een knalpaars westernzadel, blijkbaar van de een of andere countryster. We bezoeken een gratis museum achteraan een van de winkels gewijd aan een beroemde violist die mij geheel onbekend is. Op Lower Broadway is er wel al livemuziek in elke kroeg, maar ondertussen ben ik zo uitgeput en ook wel verbrand door de zon dat ik te verdwaasd ben om binnen te stappen en daar iets fris te drinken, ik sjok verder richting hotel. Achteraf dik spijt van natuurlijk, maar de vermoeidheid na een week rondreizen begon zijn tol te eisen en de energie was er gewoon niet meer.
    Nashville

    Een dik half uur terug in die brandende zon zien we niet zitten en dus wachten we temidden van een bende middelbareschoolkinderen en één zwarte student op de bus. Blijkbaar neemt niemand anders ooit de bus dan kinderen onder de 16 en armere mensen. Na 20’ verder verbanden is er eindelijk een bus. De zwarte student blijkt geen flauw idee te hebben waar Belgium is, maar het daagt hem wel dat het waarschijnlijk niet in de VS is, ergens aan de andere kant van de oceaan. Hij studeert psychologie in Memphis en zegt dat Memphis veel leuker is dan het saaie, blanke, cowboy-minded Nashville. Ik ben benieuwd.

    ’s Avonds maken we nog een wandeling in onze universiteitsbuurt, maar het enige terrasje zit vol en de winkels zijn al gesloten. We zijn te moe om weer naar het centrum te rijden en daar iets van de livemuziek mee te pikken.

    Na de prachtige, bewaarde oude centra van Savannah en Charleston is Nashville een heel andere wereld. Een typisch Amerikaanse stad; rondom de stad zie je overal groen, maar in het centrum overheerst beton. Nieuwbouw, hoogbouw, bouwwerven en shaggy bars. Elke vorm van stadsplanning, van visie lijkt te ontbreken, er zijn bijna geen pleintjes, geen schaduw, geen bankjes. Het is geen stad op mensenmaat, het is er niet gezellig. Ik vermoed dat de country-fan hier wel zijn hart kan ophalen en dat er eens het donker is ook wel amusement zal zijn in veel vormen en soorten, doordrenkt van Budweiser en andere alcohol. Maar puur qua stad is er weinig dat uitnodigt om te blijven hangen. Er was een leuk stadsmuseum, maar dat bleek net vandaag gesloten.

    Dit klinkt misschien wel negatiever dan de bedoeling is. Je kan the South volgens mij niet bezoeken zonder Nashville te zien. De stad heeft een apart gevoel en ademt muziek uit door elke porie. De bars zien er echt wel cool uit en het is allemaal amerikaanser dan amerikaans. Bovendien is dit mijn persoonlijke Kings Of Leon bedevaardsoord ;-) En misschien hadden we toch iets van de muziekdingen moeten bezoeken. Maar het is wel een cultuurshock met de eerste week van onze reis. In Nashville staat het vol met borden die wijzen op geschiedenis, op welk prachtig gebouw of monument op die plek ooit stond, maar in 99% van de gevallen is er ondertussen niets meer van dat verleden te zien, het is niet bewaard gebleven. Het beste voorbeeld was ons hotel, dat beneden vol foto’s hing van de prachtige school die hier ooit stond en waar ze dus later een nieuwbouw ketenhotel hebben neergepoot.

  • Roadtrip Deep South: the long road to Nashville

    Vandaag doorkruiste ik voor het eerst een tijdszone per auto. Heel vreemd, plots staat er een bord langs de kant van de snelweg en zit je in een andere tijdszone, hop, klok een uur achteruit.

    Om 9u15 vertrokken we vanuit Asheville, North Carolina naar Nashville, Tenessee. Volgens de GPS 4u rijden. Maar dat was echter buiten een wegomleiding gerekend. In totaal zouden we vandaag 8u onderweg zijn… Een echte dag ‘on the road’ dus…

    De snelweg was over 2.5 mijl onderbroken door een rockslide. Geen probleem dachten wij, we volgen de omleiding en zetten rustig onze reis verder. De borden langs de kant waarschuwden om braaf de omlegging te volgen en niet op de GPS af te gaan. Dat zouden we dus doen, hoe ver kon het zijn…
    Ver dus. Verschrikkelijk ver. De omleiding stuurde ons terug 45’ rijden naar ons beginpunt, en dan nog verder die richting uit, naar een kruising met een andere snelweg. Die snelweg dan enkele uren volgen tot hij op een bepaald punt weer snijdt met de eerste snelweg maar dan na het onderbroken stuk. Totaal aantal uur extra onderweg: 3. 3u rijden aan gemiddeld 110km/uur geeft dus een omlegging van zo’n 330km. Zoiets als Brussel-Parijs dus ruwweg. Tot overmaat van ramp komen we ook nog in een file terecht…

    We zijn wat blij als we ’s avonds uitgeput aankomen in Nashville en gelukkig zonder veel problemen ons hotel vinden en inchecken in een balzaal van een kamer. Voor een van de goedkoopste hotels van de reis te zijn (een Hampton Inn) kregen we waar voor ons geld, zoals gezegd een megakamer, een reuze flatscreen met relax tv-zetel, gratis mineraalwater, koffie en thee, een bureau, frigo en microgolf, badkamer met leuke productjes, een immens bed vol zachte kussens (5 kussens!),…

    Het hotel ligt aan een universiteit, zo’n half uurtje stappen van de downtown. Daar hebben we even geen zin meer in. Maar in onze kamer ligt een lijst met restaurantjes in de buurt, en dat blijken er veel te zijn. We wandelen rustig een straat naar een Italiaans restaurant. Het Italiaans eten is naar onze smaak serieus ver-amerikaniseert, maar het smaakt. Mijn pasta is redelijk maar de desserts zijn onvoorstelbaar lekker, ik krijg een overheerlijke calorie-bom bestaande uit een gecaramelliseerde appel, pecannoten, kaneel, saus, cake en een grote bol roomijs. Ik eet me er letterlijk ziek aan, en dan nog blijft de helft over. De portie is zo reusachtig dat dit als avondeten op zich had volstaan. Ook mijn wederhelft zijn portie tiramisu is superlekker en genoeg om in België een heel gezin van te laten eten.

    ’s Avonds kijken we op onze mega-tv rustig naar HBO, eerst The Pacific en daarna de première van Treme, de reeks van de makers van The Wire over het leven van de muzikanten in New Orleans kort na Katrina. New Orleans, stad van mijn dromen en belangrijkste bestemming van deze hele roadtrip, over minder dan een week zullen we er zijn, maar vanavond eerst al de sfeer opsnuiven met weer een geweldige HBO-reeks… Sindsdien zit ik continu met de begintune van de reeks in mijn kop.

  • Roadtrip Deep South: Smokey Mountains National Park

    Volgens het weerbericht zou het 20° worden vandaag, maar ondanks mijn jas en enige warme zomertrui die ik bijheb, voelt het toch erg koud aan die ochtend. Maar achteraf bleek vandaag de enige keer geweest te zijn dat ik die jas nodig had...

    We staan vroeg op want we moeten nog 1u15 rijden en om 9u45 worden we al verwacht aan de Smokemont Riding Stables in het Smokey Mountains National Park. Het landschap waar we doorheen rijden doet vreemd aan, dorpjes vol houten huisjes en eetkramen. Stel je een Oostenrijks vakantie-oord voor, maar dan (nog) veel kitcheriger; bergen vol schreeuwerige borden, motels, restaurants (eerder kantines), stalletjes waar ze de gekste dingen verkopen, huurhuisjes en RV-kampeerplaatsen. Heel bevreemdend allemaal. Maar dat verandert drastisch wanneer we de Blue Ridge Parkway oprijden; een kronkelbaantje door de bergen, superstijl op en neer, door tunnels, door de natuur, nergens nog veel tekenen van menselijke aanwezigheid, alles is muisstil.
    20041105_0065web

    Wanneer we bij de stallen aankomen, staan alle paarden al klaar. We ondertekenen de nodige papieren (als we onze nek breken, is het onze eigen schuld, of zoiets) en krijgen een paard toegewezen. Voor het eerst in mijn leven informeren ze niet naar ervaring, blijkbaar krijgt iedereen hier een paard mee en gaan ze er gewoon van uit dat je van niks weet.

    Om 10u vertrekken we voor onze vier uur durende tocht. Het leuke is dat het enkel wij twee zijn en een gids, lekker rustig dus. Ik krijg een traag, zwart paard, Ahab. In het begin werken we op elkaars zenuwen, maar na een uurtje begint hij erin te komen en worden we meteen veel betere vrienden. Ik ben wel wat jaloers op mijn wederhelft zijn kruising Quarter-Appaloosa, voor de eerste keer is zijn paard beter dan het mijne...

    Onze gids is zo Zuiders als maar kan, zo'n jaar of 40, in een afgewassen camouflage-achtig hemd, op iets kauwend en dus constant op de grond aan het spuwen. Hij spreekt ons steevast aan met 'Sir' en 'Ma'm' en geeft af en toe een paar woorden uitleg over het park.
    20041105_0044web

    Na twee uur houden we even halt aan een riviertje en strekken we de benen. De mannen gaan de planten water geven, maar met twee vissers in de buurt zie ik dat toch niet echt zitten. Daarna gaat de tocht verder, een rivier door, waarbij mijn wederhelft zijn paard besluit een bad te nemen maar dat gelukig dan toch niet doet. Het is een mooie tocht, stijle geitenpadjes door de heuvels afgewisseld met stukken langs de rivier. Tegen de middag komt de zon erdoor en wordt het ook eindelijk iets warmer.
    20041105_0057web

    Om 14u zijn we terug aan de stal, redelijk uitgehongerd, maar hier in die bergdorpen lijkt me weinig vegetarisch te zijn. We rijden weer terug naar Asheville en kopen onderweg een zak bagels en wat kaas. Aan de kassa van de supermarkt staan we echter twintig minuten vast achter een onwaarschijnlijk koppel die geld te weinig hebben en blijkbaar ook niet echt hun geld kunnen tellen; uiteindelijk geven ze de dollarbriefjes aan het meisje achter de kassa maar die is ook niet echt vlot en dat blijft maar duren... Er gebeurt niets, er wordt niet betaald en iedereen staat daar maar te kijken, niemand doet iets. Dan maar aan een andere kassa gaan aanschuiven.
    Onze bagels met kaas blijken duurder dan twee belegde broodjes van de Subway, onze gewoonlijke kost. Absurd toch, dat zelf iets gezonds proberen klaarmaken duurder is dan de kant-en-klare kost langs de kant van de weg? Hoe ongezonder, hoe goedkoper, voor een volledige meal bij burger king (frieten, cola en burger) betaal je blijkbaar maar 2 dollar volgens de reclame op tv. Gezond eten is hier voor de mensen die er de tijd en het geld voor over hebben...

    De rest van de middag verkennen we Asheville, een leuk, klein bergstadje vol alternatieve mensen. De winkels die ik zoek, vind ik echter niet of ze blijken gesloten. Ook het veggie resto dat we op het ook hadden blijkt zaterdagavond als sluitingsmoment te hebben gekozen. Een koppel veertigers ziet ons verloren rondlopen en raadt ons de Early Girl Eatery aan, een eethuisje met een ruim veggie aanbod. Da's dan ook weer typische Amerikaans, ze zijn superlief en altijd bereid om te helpen. We krijgen simpele, maar lekkere kost; een stuk quiche met een grote side salad en heerlijke zoete gemberdressing. Mijn wederhelft krijgt een stuk vleesbrood met 2 side dishes naar keuze (macaroni met ham en kaas en boerenkool.