UA-104319606-1

  • Chutes de Montmorency - Ile d'Orléans

    Als ons iets is opgevallen aan het Canadese weer, dan zijn het de temperatuurschommelingen. Waar het in mei gemiddeld 18° zou zijn in Quebec varieerden de temperatuur tijdens ons verblijf van 11° tot 28°, en dat soms op één dag. 's Nachts ging het soms nog naar het vriespunt. Zo hadden we het tijdens ons stadsbezoek aan Quebec erg koud met maximaal 11° en een strakke wind, terwijl het de dag nadien volop zomer was met stralende zon en puffen bij 27°. Oftewel switchen van wintertrui met twee t-shirts eronder naar een topje en zonnebrandolie. Zo’n mooie dag vroeg om wat natuur, temeer omdat Quebec stad zich op amper één dag laat verkennen, toch wat de oude stad zelf betreft. En dus trokken we in onze huurauto naar de watervallen van Montmorency.

    Ik had liever de Niagara Falls gedaan, maar met een afstand van 900km enkel en al de overnachtingen al vastgelegd bleek dat helaas niet meer haalbaar. Montmorency Falls dan maar; met zijn 83m 30m hoger dan de Niagara, maar veel minder breed en spectaculair. Maar wel slechts op 12km van Québec, en dus superbereikbaar!
    De reisgids had ons gewaarschuwd, de watervallen zijn een beetje een tourist-trap; alhoewel de toegang gratis is, kost de parking een flinke 9.50$ en het kabelbaantje naar boven nog eens  11.50$ per persoon. Gelukkig had de reisgids ook schitterende tips om dit te ontwijken, nl gratis parkeren aan het kerkje op 1km stappen van de waterval en in plaats van de kabelbaan gewoon de trap naast de waterval nemen. Ok, het is een eindje stappen in de blakende zon en de trap is geweldig hoog en vermoeiend, maar het loont wel dik de moeite.
    In het park van de watervallen vind je trouwens restanten van een van de vele veldslagen tussen Fransen en Britten.

    De watervallen zelf zijn best mooi, als Belgen zijn we tenslotte niets gewend. Je kan tientallen foto’s maken vanuit alle mogelijke perspectieven en bovenaan de waterval kan je zelfs op 1m van het water de waterval oversteken via een brug, best spectaculair. Een ideale afwisseling voor de stad en zeker gezien het zalige zomerweer een goed gespendeerde voormiddag.

    Van aan de waterval ben je op 1 minuut van de brug naar het Ile d’Orleans, een beetje de moestuin/speeltuin van de Québecers. Het kleine eilandje (30km lang) heeft maar 4 wegen en 4 dorpjes en herbergt enkele van de eerste nederzettingen van de Franse kolonisten. Wij bezochten de Manoir Mauvide-Genest, een klein, ouderwets maar superschattig museum waar je voor amper 8$ een privérondleiding van een uurtje krijgt van een in traditionele kledij gehulde dame. Het huis geeft een interessant beeld op het leven in de streek in de 18e en 19e eeuw.


    Het eiland is een echte toeristische trekpleister. Voor 1$ koop je een boekje met alle dingen die er te vinden zijn en dan rijd je gewoon het eiland helemaal rond. Een chocolaterie, boerderijen waar je streekproducten kan kopen rechtstreeks van de boer (cider, aardbeien, cassis,…), restaurants, manèges, voer voor de dagjesmens. Helaas begint het toeristisch seizoen hier pas in juni, en was bijna alles nog dicht. Wat ons niet belette om te genieten van de leuke typische houten huisjes en het zicht op het water dat je van bijna overal hebt. Maar toch net iets te toeristisch naar onze smaak.

    Liefst hadden we het eiland achter ons gelaten en verdergereden om de natuur van Charlevoix te verkennen, maar het was ondertussen al 16u en we moesten nog inpakken, dus keerden we maar terug naar de stad voor een lekkere menu bij een plaatselijk Tunesisch restaurant. Nog zo veel te zien, nog zo veel te doen, het knaagde een beetje wanneer we ’s avonds na het inpakken nog op de kaart van de streek keken. Maar ja, een immense streek als Québec zie je nu eenmaal niet op twee weken tijd.

  • Québec City

    christmasshop

    Logeren in een gezellige bed&breakfast kan ik alleen maar aanraden. Tijdens het ontbijt aan de grote tafel in Chez Francois, onze b&b in Montréal, kregen we van de zakenreizigers uit Québec die er ook verbleven al meteen een stapel tips voor ons verblijf daar. Dat het een volledig andere stad was, eerder een dorpje in vergelijking met Montreal, en nog veel franstaliger. Een echte ambtenarenbastion waar iedereen om 16u30 naar huis toe snelt. Maar wel pittoresk, daar waren ze het over eens. En met een grotere en oudere stadskern dan die van Montreal.

    Na een bijzonder vlotte rit van 6 uur, waarvan een tweetal uur door niemandsland (afritten waar niets lijkt te zijn- het compleet ontbreken van wegrestaurants waarbij we pas om 15u compleet uitgehongerd een Subway broodjeszaak vonden in een dorpje op 5km van de snelweg met amper inwoners maar wel een knoert van een kathedraal aan de voet van de rivier- aan de rechterkant enkel water, water, water, zo ver je kan zien…) kwamen we zowaar te vroeg aan in onze bed&breakfast Aux Trois Balcons, onze gastvrouw Isabel zou er pas tegen 17u zijn. Gelukkig was ze een uur te vroeg, en hoefden we geen uur uitgeput in de auto te wachten.
    aux-trois-balcons

    We kregen onze gerieflijke kamer toegewezen, en meteen een plannetje van de stad en de omgeving met een uitgestippelde wandelroute en enkele restauranttips op maat. Onze b&b lag in een van de meer recente wijken, op een half uurtje stappen van het hart van de oude stad. We besloten na het lange stilzitten in de auto een avondwandelingetje te maken, en wandelden langs een grote avenue tot aan de stadspoort van het oude centrum ( Quebec is de enige ommuurde stad ten noorden van Mexico in Noord-Amerika!). Het was een leuk eindje stappen, langs enkele prachtige oude huizen, door de ambetarenwijk met zijn nieuwbouwtorens om dan aan het Parlement uit te komen. Aan de stadsmuur maakten we rechtsomkeert en liepen terug richting onze b&b via de ‘hippere’ straat Rue St Jean, waar we vreemde winkeltjes ontdekten met middeleeuwse kleren (gothic  en metal zijn blijkbaar enorm in bij een deel van de jeugd daar) maar ook een leuk uitziend veggie restaurant en een mini chocolademuseum. We waren echter moe, en doken na een lekkere maaltijd bij de Indiër om de hoek van onze kamer ons bed al in.

    De dag nadien begonnen we na een ontbijt dat nog uitgebreider bleek dan dat in Montreal (een mega omelet met vers fruit en yoghurt bij gevolgd door een dessert van in de oven gecarameliseerd appeltje met nootjes en een scone bij, bijna ontploft van dat allemaal binnen te spelen, maar het was gewoon te heerlijk om het niet te doen) aan een stadsverkenning. Na hetzelfde stuk door de nieuwere wijken, liepen we onder de poorten van de oude stad door om terecht te komen in een voor Amerika onvoorstelbaar stukje erfgoed. Een klein, ommuurd stadje zoals je het in Frankrijk of Italië verwacht, met restaurantjes en winkeltjes, met oude huisjes en kloosters, met een citadel en het imposante eind 19e eeuwse hotel Chateau Fontenac. Een stijle trap brengt je van de bovenstad naar het deel aan de haven, dat zo mogelijk nog pittorresker is, met volgens de inwoners het smalste straatje van het continent (Rue du Petit Champlain) dat volgestauwd is met leuke kleine huisjes, toeristen en winkeltjes. Algemeen kan je echter stellen dat in mei het aantal toeristen in Canada zeer klein is; in deze straatjes voelde het een klein beetje toeristisch aan, maar in ganse delen van Montreal en in de Laurentides voelden we ons vaak de enige buitenlandse bezoekers… Mei is dus de ideale maand om het land te bezoeken als je de dingen rustig wil bekijken.

    Quebec is enorm pittoresk, oude stenen huizen, pleintjes, straatjes. Het voelt aan alsof je in Europa bent. Toch prefereer ik Montreal, vooral dan van sfeer. Montreal is relaxter, openener, moderner, wereldser. Het beste kan je het volgens mij nog vergelijken met het een beetje ingeslapen openluchtmuseum Brugge versus het levendige, grotere en studentikozere Gent. Velen verkiezen Brugge/Quebec omdat het ouder, meer Bokrijkachtig aanvoelt, maar Gent/Montreal zijn zowel oud als nieuw en worden ook echt bewoond en geleefd eerder dan enkel bezocht.
    quebec

    Qua musea was er niets dat ons kon aanspreken, het was allemaal zeer francofoon gericht, dus hielden we het bij een ganse dag rondwandelen in de verschillende wijken, wat winkels binnenlopen en gaan eten in de Commensal, een veggie keten waar ze eten in buffetvorm aanbieden en de Tarte d’erables(= maple of ahorn, het nationale ingerediënt dat de Canadezen overal indoen)  niet te versmaden was .
    ’s Avonds gingen we op aanraden van onze gastvrouw eten bij Chez Victor, een hip burgerrestaurant waar zowaar 4 bijzonder originele veggieburgers naast al het vlees op de kaart stonden. Ik koos voor een spinazie-notenburger met voor in het buitenland te zijn best lekkere frieten, al schillen Canadezen blijkbaar hun aardappels niet eer ze in het frituurvet te gooien, wat een niet zo smakelijk bruin kleurtje aan de frieten geeft. Het nationale bijgerecht poutine (frieten gedrenkt in kaas en jus) werd er gretig bij de hamburgers besteld, maar dat lieten we toch maar aan ons voorbijgaan. Een beetje spijtig achteraf gezien aangezien dit zowat het enige streekgerecht is dat frequent gegeten wordt in Québec  en we nu buiten de talloze maple-syrup bereidingen (taart, ijs, op pannenkoeken en wafels, in yoghurt,…) we nu niets eigen aan de streek hebben gegeten.  De hamburgers waren in elk geval subliem, een aanrader voor iedereen!

     

  • Tweedaagse trektocht in de Canadese Laurentides

    beverhut

    Na 6 dagen Montreal was het tijd geworden voor wat anders. Canada is een gigantisch land en Quebec een grote provincie, dus wat beter dan na de stad eens de natuur verkennen. Om 9u werden we verwacht in Mont Laurier, een dorpje in de Laurentides, de natuurstreek bij uitstek waar de Montrealers gaan skieen, vissen, jagen, ... Wij hadden een tweedaagse trektocht te paard gereserveerd.

    De dag voordien waren we onze huurauto gaan afhalen, wat enige aanpassing had gevergd (je kan in Canada enkel 'automatieken' huren, tenzij je fors bijbetaalt voor een manuele versnellingsbak) en op amper een half uur ook een verkeersboete had opgeleverd. We zagen nergens een verbodsbord, een local verzekerde ons dat we daar mochten parkeren, maar op het half uur dat het ons koste om de gastheer van onze b&b te vinden, had de politie ons al gevonden. In Montreal blijken ze iets strikter om te gaan met bewonersparkeren dan in Gent het geval is!

     

    Om 6u30, een half uur later dan gepland, begonnen we aan het tweede deel van ons Canadees avontuur, oftewel de rit van zo'n drie uur de natuur in. 

    Montreal staat werkelijk vol verkeerslichten, die ook nog eens constant op rood staan en totaal niet op elkaar zijn afgestemd, waardoor de stad uitraken op zich al vrij veel tijd nam. Eens op de snelweg wees de rest echter zichzelf uit, letterlijk altijd rechtdoor. Eerst op de grote snelweg door de suburbs, dan op de grote snelweg door de natuur die dan veranderde in een kleinere autoweg tussen de 'bergen'. We passeerden Mont Tremblant, het ski-oord waar enkele maanden tevoren nog de vrouw van een bekende acteur is omgekomen. De autoweg was ondertussen een baantje geworden dat gewoon rechtdoor de dorpen gaat en waar je dus telkens maximaal 50 mag rijden. En hoe klein en afgelegen de weg oog, we passeerden flitsers!

     

    Met wat vertraging bereikten we Mont Laurier, nu nog Le Rêve Blanc vinden, de manege. Makkelijker gezegd dan gedaan, we vonden wel de straat voor de onze, maar niet de juiste straat. Na een half uur een uitgestorven wegel langs een grote rivier op en af gereden te hebben, zonder ooit iemand te passeren om de weg aan te vragen, besloten we toch naar eens te bellen, we waren ondertussen al een dik uur te laat. Google Maps bleek ons aan de verkeerde kant van de rivier te hebben gestuurd en het verschil tussen Route du Ferme Rouge en Chemin du Ferme Rouge niet te kunnen maken> Blijkbaar waren we niet de eersten die hier verloren reden...

     

    Ondertussen had onze Franse gids de paarden al helemaal opgezadeld. Voor de tweedaagse zouden het enkel wij zijn en dan de jonge gids, pure luxe dus. Ik kreeg een bijzonder mooie merrie toegewezen, die wel net hengstig was geweest en dus nu en dan wel wat kuren zou demonstreren, Cheyenne. Mijn wederhelft kreeg de iets gelijkmatiger van temperament zijnde ruin Spirit. Na de laatste voorbereidingen vertrokken we meteen voor twee dagen de natuur in, onze koffers en toiletgerief achterlatend in de koffer van de auto.

    cheyenne

    Die eerste dag was het ijskoud. In Montreal zat er bovendien een stormwind, die gelukkig hier in de heuvels een stuk minder was. Toch was het amper 11 graden op het warmst van de dag en ondanks wintertrui en windjekker hebben we de hele dag gemeen kou gehad. Zelfs de warme chocolademelk tijdens de lunch (zittend op omgevallen boomstammen tussen de struiken in het bos) kon daar weinig aan veranderen.

     

    De paarden bleken super mee te vallen, geen afgereden manegepaarden maar paarden met karakter. Te veel karakter soms, zo sprong Cheyenne tijdens de eerste galop met mij het bos in en tijdens het oversteken van een klein greppeltje sprong ze een meter hoog de lucht in, wat in combinatie met het westernzadel enkele centimetersgrote blauwe plekken opleverde.

    Toch was het zalig. Met amper 3 man de natuur intrekken, pure luxe. Onze gids had in Frankrijk ecotoerisme gestudeerd en gaf constant uitleg, over de dieren van de streek, de jacht, het land, de tochten te paard en de hondensledetochten die hij in de winter begeleidde. Het was niet altijd even makkelijk te volgen in het Frans. Zo verkeerde ik een paar uur in de overtuiging dat 'castors' een soort herten waren, tot het me begon te dagen dat die omgeknaagde bomen links en rechts toch weinig met harten te maken konden hebben. Bevers dus.... Qua levende dieren zagen we marmotten, een hoop eenden en vogels en ook eens een tweetal herten. Van de bevers echter enkel de hutten die ze bouwen en van de beren die er wonen enkel twee vellen die ergens aan de buitenkant van een huis gespijkerd hingen. De wolven, vossen, dassen van de streek lieten zich niet zien. Onze gids had het jaar voordien echter nog een berenjong gezien...

     

    Na een zestal uur paardrijden kwamen we aan op onze slaapplaats, een door de eigenaar zelfgebouwde boshut zonder stromend water, electriciteit of enige vorm van sanitair. Voor er van enige rust sprake kon zijn, was het echter eerst de paarden afzadelen, borstelen, eten en drinken geven en goed vastmaken voor de nacht. Nadien konden we eindelijk zelf wat opwarmen dicht bij de oude houtstoof die de hut gelukkig had. Er waren ook een tafel en stoelen en twee gasvuurtjes om op te koken. Met het eten uit onze zadeltassen maakte de gids spaghetti klaar, waarbij mijn saus bestond uit opgewarmd groentensap... Toch smaakte die elementaire pasta hemels; wam eten en een stoel na een ganse dag bevriezen op een paardenrug.
    cabin

    Om te slapen hadden we naast onze slaapzak zelfs een echte matras, die op het kleine verdiepinkje van de hut lag. Ondanks dat comfort deed ik geen oog dicht...

     

    Om 7u30 was iedereen al spontaan wakker geworden. Ook Belle, de huishond van de uitbaters van het paardrijden. De hond was een vondeling die nooit enige scholing had gekregen, maar die overal met de paarden meeliep, zonder leiband, en die voorbeeldig luisterde. De ganse tweedaagse tocht liep ze gezellig langs de paarden mee...

    Tegen 9u hadden we ontbeten, de paarden verzorgd en weer helemaal opgetuigd en begonnen we aan de tweede tocht. Beter weer vandaag, nog een koude wind, maar een aangenaam zonnetje dat onze handen en ons gezicht liet verbranden zonder dat we iets in de gaten hadden. We beklommen een helling van een in ombruik geraakt ski-oord en hadden daar een prachtig zicht op twee meren, langs elke kant van de heuvel een. Ongelofelijk hoeveel ruimte Canada biedt. Daarna maakten we enkele tochten langs de meren, waarbij de dorpelingen telkens rondom het meer wonen, echt zalig. Met de stramme spieren viel het gelukkig veel beter mee dan gevreesd, enkel wat schuurplekken omdat we niet onze rijbroek aanhadden maar een gewone jeans. 

     

    Toen we iets na 16u weer bij de auberge aankwamen die de eigenaars van de paarden uitbaten, hadden we vooral spijt dat de tocht er al opzat, We hadden zo veel liever nog een extra dag paardgereden, maar ja, dan bleef er helemaal geen tijd meer over voor Quebec stad, en die wilden we toch ook absoluut nog zien. Onze supercomfortabele wolvenkamer en het viergangendiner dat we kregen voorgeschoteld konden ons echter wel bekoren, maar vooral het hete bad in onze eigen badkamer. Na twee dagen zonder tandenborstel, deo of haarkam, zonder toilet of wasbakje beseften we pas toen we in dat bad zaten hoe smerig en stram we waren...

     

    De volgende ochtend, eer de 550 km naar Quebec aan te vatten, ging ik nog even met de puppies spelen. De uitbaters organiseren in de winter dus trektochten met de hondenslee, en achter de auberge zitten meer dan 120 honden. De enkele weken oude puppies liepen echter nog gewoon los op het domein, en kamen vrolijk en enthousiast in mijn vingers en fototoestel bijten toen ik hem kwam begroeten. Ik had echt zo graag nog een of enkele dagen langer gebleven, zo tussen de paarden en de honden gelukkiger kan een mens niet zijn. Als er die lokroep van de stad niet was geweest tenminste... We namen afscheid van de hartelijke uitbaters die ons aanspoorden eens terug te komen in de winter om een sleetocht te komen maken, en om 9u30 waren we al opzeg naar Quebec...

  • Rain rain rain

    De dag begon nog redelijk, niet te koud, niet te winderig, enkel grijs. We trokken terug naar de oude haven om daar de 170 trappen (ofzo) van de Tour de l'Horloge te beklimmen en wat rond te struinen op de kades langs de tenten van de Cirque de Soleil. Toen het al te grijs werd gingen we op zoek naar een onvindbaar veggie restauranje, om in de gutsende regen opnieuw de ondergrondse stad in te vluchten. Daar rondgestruind en een lekker stukje quiche gegeten, koffietje gedronken, maar weinig echt leuke klerenwinkels; die zaten toch eerder boven de grond, maar de regen is hier echt niet te harden vandaag...

    We hebben onze laatste dag Montreal niettemin moeiteloos gevuld gekregen met rondhangen in de winkels. Bij mooier weer hadden we eens een fiets gehuurd of nog een ander stadsdeel verkend, maar ja...

    Vanavond koffers inpakken en morgenvroeg om 5u30 vertrekken we voor de 235 km lange rit naar Mont Laurier, een onooglijk dorpje in de Laurentides, een natuurgebied. Er loopt richting binnenland blijkbaar 1 immens lange rechte snelweg, en die moeten we hebben. Op de kaart te zien is het in het binnenland echt totaal niet bevolkt, ik ben dus benieuwd wat dat gaat geven na een week in de stad.

    De weersvoorspelling is helaas wel een pak slechter geworden. Voor het paardrijden zondag en maandag geven ze gelukkig wel weer droog weer, want als het zou gieten zoals vandaag. Maar het zal koud worden, morgen amper 12 graden en ' nachts (we logeren ergens in een boshutje) tot onder het vriespunt. Toch kijk ik er enorm naar uit, we gaan twee dagen trekken te paard, ritten van zo'n 7 uur, dus ik veronderstel dat we wel vrij veel van de ongerepte Canadese natuur zullen zien!

    Dinsdagochtend vroeg wordt het dan een rit van bijna 500 km naar Quebec stad, afstanden zijn hier echt wel enorm...

  • Stormweer en shoppen

    Donderdagochtend wachtte ons, na een nachtrust verstoord door boliviaanse vrouwen die op 1m van onze kamerdeur 2u30 naar huis bellen) opnieuw een heerlijk ontbijt, verse wafels deze keer! Buiten bleek het niet echt superkoud, maar er stond een stevige wind, iets wat Frank Deboosere gerust een stormwind zou noemen volgens mij. Namiddag begon het dan op de koop toe te gieten, en dat na het zomerweertje van de dag ervoor...

    Een goede reden dus om de 'Underground City' te verkennen, een netwerk van 29km ondergrondse straten met meer dan 2600 winkels, maar ook restaurants, bioskopen, artsenpraktijken,... Een Montrealer die in het juiste appartementsblok woont kan in de winter, wanneer het stenen uit de grond vriest en er een dik pak sneeuw ligt, via de ondergrondse stad gerust in Tshirt gaan werken, boodschappen doen, iets gaan drinken en naar de film. Omdat de ondergrondse stad echter vooral een groot shoppingcentrum is, raakte we er al gauw op uitgekeken.

    's Middags had ik na al dat uitgebreid eten de dagen voordien zin in iets simpel en gezond, en dus bestelde ik aan een eetkraampje ondergronds een soepje. Raar systeem, je kiest ter plekke de groenten die je wil; rauwe tomaten, sla, mais, bonen,... wat dan even wordt opgewarmd en gemengd met een gigantische hoeveelheid groentenbouillon en nog wat noedels. Een heel ander soepje dan ik ze gewend ben.

    Na de middag struinden we door de grootste winkelstraat en spendeerden we veel te veel geld in de Apple Store...

    Vandaag is het weer gekalmeerd, opnieuw een stralende dag met zon en enkele wolkjes en aangename temperaturen rond de 20 graden. Na het beste ontbijt so far (pannenkoeken met banaan, kaas en yoghurt aangevuld met meloen en besjes, verse cake en toast met boter, ik heb nog nooit in mijn leven zo'n groot ontbijt binnengewerkt) namen we de metro richting haven, naar het Ile St Helene en Ile Notre Dame die voornamelijk bestaan uit een groot, superrustig en prachtig aangelegd park, de Biosfeer (het gebouw een restant van de Expo van '67), het Casino dat eruit ziet als een ruimteschip en het F1-circuit Gilles-Villeneuve dat nu wordt ingepalmd door fietsers. Canadezen lijken me trouwens wel fietsgek, of toch zeker hier in Montreal, waar prachtige gescheiden fietspaden de meest efficiente manier van vervoer in de zeer uitgestrekte stad lijken. Het was in het park soms bijvoorbeeld moeilijk om een voetpad te vinden tussen de tweerichtingsfietspaden...

    Na de lunch besloten we nog wat te gaan shoppen. In de Levis winkel heb ik zowat 80 broeken gepast eer ik een model te pakken had waar ik helemaal tevreden mee was, al was de mooiste broek er helaas niet neer in de maat en kleur die ik wou. Net als in de VS zijn de jeans hier een stuk goedkoper dan bij ons. Ook mijn wederhelft kocht hem een mooie nieuwe jeans.

    Ondertussen was het 18u geworden en dus tijd om onze huurauto, die we de rest van ons verblijf hebben, te gaan oppikken. Het vertrekken werd even spannend, aangezien alle auto's hier 'automatieken' zijn en we daar totaal niet vertrouwd mee zijn. Maar uiteindelijk lukte het goed om door het drukke stadsverkeer onze bed and breakfast te bereiken. Parkeren bleek echter een ander verhaal. We konden de eigenaar van de b&b even niet vinden om ons de eigen parkeerplaatsen te tonen, dus parkeerden we aan de overkant van de straat. De bordjes waar je wel en niet mag parkeren konden we echter niet goed begrijpen, dus vroegen we raad aan een voorbijganger, die ons verzekerde dat we goed stonden. Een half uurtje later vonden we de uitbater, die het toch beter vond om de auto te verzetten en wat bleek, op dat half uur tijd hebben we al een boete gekregen! 42$! Bepaald niet leuk!!!

  • Archeologisch museum, Le Plateau en de Mont Royal

    Na onze aankomst zondag, toen het superkoud en grijs was, wordt het weer hier elke dag wat warmer en zonniger. Vandaag is waarschijnlijk de beste dag van de week; stralend blauwe hemel en 22 graden, echt vakantieweer dus...

    Gisterochtend ondanks het mooie weer toch een museum bezocht; `s morgens kan het hier immers nog behoorlijk fris zijn, ondanks dat het na de middag puffen kan zijn.

    Het archeologisch museum van Montreal is echt top. Beginnen doe je met een hightechfilm over de onstaansgeschiedenis van de site. Op de plaats waar nu het museum staat, op een landpunt aan de rivier, hebben de kolonisten vroeger de eerste nederzettingen van Montreal bewoond. Het eigenlijke museum zit vooral onder de grond, de funderingen van diverse opeenvolgende gebouwen en stukken stad zijn blootgelegd en aan de hand van die funderingen, maquettes en archeologische vondsten wordt het verhaal van de stad verteld. Echt een schitterend museum waar veel visie achterzit, en waarmee ze in de toekomst via het oude riolenstelsel nog andere ondergrondse resten willen openstellen.

    Ondertussen werd het middag, en besloten we eens Hongaars te gaan eten, in Cafe Rococo. In een decor dat een beetje doet denken aan een doodskist, met rare lichtjes en valse bloemen op tafel, kan je voor weinig geld een dagschotel krijgen. Er zijn zowel veggie als gewone gerechten. Het is simpele keuken, maar wel lekker, veel vegetarische keuzes en zoals gezegd zeker nu de dollar laag staat, niet duur.

    Na de middag struinden we door de grootste winkelstraat Rue St Caterine, met de leuke Apple Store en talrijke andere ketens zoals je die bij ons ook kan vinden. Ook het Place des Arts met enkele knappe moderne gebouwen en ook wel een saaie shoppingcentre bleek een leuke pleisterplaats. Nog een koffie in de Starbucks en een stop langs de supermarkt, en de dag zat er wat ons betreft weer bijna op. Als je wakker bent van 6u en op van 7u en dan tot 17u door de straten hebt gewandeld en vanalles bezocht, kan een rustig warm bed echt deugd doen... Voorlopig laten we het nachtleven in de trendy buurt hier wat verder dus aan ons voorbij gaan...

    Vandaag beklommen we dan `de berg`van Montreal, de groene long Mount Royal, de heuvel aan wiens voet de stad zich uitspreidt. Een helse klim naar boven voor mijn ongeoefende benen, en dat tussen de puffende joggers, racende mountainbikers en scholieren door. Boven is er een knap uitzicht, maar de voormiddag bleek het foute tijdstip voor foto`s, tegenlicht en nog veel te veel ochtendnevel. In de namiddag was het waarschijnlijk te warm geweest, dus ja, dan maar zo. Voor de rest bleek er op de berg weinig te beleven, de wandelpaden waren niet echt mooi en zoals gezegd voor 99 procent ingepalmd door sportfreaks, dus na een uurtje ging het alweer naar beneden, op naar Montreals eerste vegan resto Aux Vivres. Het grote terras bleek om 12u10 al aardig vol te zitten maar er was nog net een tafeltje vrij. De dagschotel, een vegan burrito, bleek best smakelijk te zijn, en ons plekje buiten uit de zon gewoon hemels. t Is geen klein restaurantje, maar het was er een echt komen en gaan van mensen, een behoorlijk populaire eetplek dus.

    In de namiddag wilden we het Plateau verkennen, de hippe wijk met alternatieve shops en bars maar ook een heel mooie residentiele buurt met prachtige huizen waar ook onze bed and breakfast Chez Francois gelegen is, maar na enkele straten sloeg de jetlag en ook wel de hitte toe, en is het dus eerst wat rusten in onze kamer...

  • Montreal: de oude stad

    Na een decadent uitgebreid ontbijt doken we gisteren de oude stad in. Enkele metrohaltes verder naar Place d`Armes, waar de Basilique Notre Dame opdoemt. Wat van de ochtendzon genoten op dat gezellige pleintje en dan de wijk verkend. Begonnen aan de Rue St Jaques, wat tot 1930 de Canadese versie van Wall Street was. Het is een wel erg kleine versie van Wall Street, de gebouwen zijn echt mooi en indrukwekkend, maar de straat is immens rustig, een gigantisch contrast met de mensenzee die constant de straten van New York overspoelt. Een gevoel dat ik nu na 2 dagen Montreal constant heb; Waar in NYC overal duizenden mensen zijn, vraag je je in Montreal soms af waar iedereen zit. De stad heeft ook de mooie, oude wolkenkrabbers, de brede straten, de grote Amerikaanse auto`s (alhoewel ook hier de meerderheid al met Japanners en dergelijke lijkt te rijden) maar is veel meer op mensenmaat, gemoedelijker, gezelliger. Montrealers lopen niet van hot naar her te crossen met een Starbucks beker iced coffee in de hand, maar zitten rustig op bankjes in de zon te genieten en bevolken massaal de gezellige terrasjes die je overal vindt.

    Na onze wandeling in het oude centrum, kwamen we in de zakenwijk terecht, waar het al wat drukker werd. Ondertussen was het middag geworden, en besloten we op zoek te gaan naar middageten. Niet eenvoudig...

    Na hoe langer hoe meer hongerig ronddwalen, stootten we per toeval op een pas geopend Indisch restaurant waar ze niet enkel veel veggie gerechten hadden, maar wegens de opening enkele menu`s aanboden aan de kostprijs van het hoofdgerecht. We hebben gegeten tot we bijna ontploften... Voor amper 42 Canadese dollars (26 euro voor ons beiden!!!) kregen we
    - een voorgerecht (samosa met zeer lekker slaatje bij)
    - een subliem hoofdgerecht (voor mij kikkererwten met amandels en rozijnen en een aparte schotel met groenten, voor mijn wederhelft chicken tandoori en voor ons beiden de beste rijst die ik ooit heb gegeten, met een aroma van kruidnagel en gekleurd met fijne worteltjes)
    - een mierzoet dessert (een cocoscake voor mij, iets vreemd met cocos en kaas voor mijn wederhelft)
    - thee

    Na de middag was de energie wat verdwenen, ik vermoed dat vooral het tijdsverschil daar de oorzaak van was. We liepen nog wat rond in het zakendistrict en besloten dan brood en beleg te gaan kopen in de Atwater Market, een leuke markthal met een keure aan bloemen, brood, fruit, groenten, kaas en vleeswaren. `s Avonds bleven we rustig in onze b&b en vielen supervroeg in slaap, dat uurverschil he...

    Ondertusen is het hier dinsdagochtend 9u en zijn we aan het bekijken wat we vandaag gaan doen. Te mooi weer voor musea, dus ik veronderstel dat we nog wat stadsdelen gaan verkennen, en proberen ergens geld te bemachtigen, want we hebben maar 20 dollar meer op zak en de bankautomaten weigerden ons gisteren elke vorm van cash. Eens kijken of we vandaag mee geluk hebben, anders eindigen we vandaag in Mc Donalds ofzo...